Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 17 januari 2020

ECLI:NL:RBNHO:2020:370Zaaknummer C/15/296216 / KG ZA 19-840

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17 januari 2020
Publicatiedatum
22 januari 2020
Zaaknummer
C/15/296216 / KG ZA 19-840
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis; lijfsdwang voor de duur van 6 maanden.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

verleent verstek tegen de niet-verschenen [gedaagde],

3.2.

bepaalt dat het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2019 ten uitvoer kan worden gelegd bij lijfsdwang zolang [gedaagde] na betekening van dit vonnis geen uitvoering geeft aan de veroordelingen als genoemd in 5.2, 5.3 en 5.4 van dat vonnis, met bepaling dat de lijfsdwang in totaal een periode van zes maanden niet zal overschrijden,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van de Stichting tot op heden begroot op € 1.371,01,

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Hensen op 17 januari 2020. Het vonnis is alleen getekend door de voorzieningenrechter, nu de griffier daartoe buiten staat is.[_368f3a35-8c28-4dfa-9b07-0ec7c212d605]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/296216 / KG ZA 19-840

Vonnis in kort geding van 17 januari 2020

in de zaak van

de stichting

STICHTING DEELNEMERS EXPAT REAL ESTATE FUND III,

gevestigd te Haarlem,

eiseres,

advocaat mr. R.A.M. Schram te Haarlem,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen in het navolgende worden aangeduid als de Stichting en [gedaagde].

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 26 november 2019, met producties 1 tot en met 3,
  • de mondelinge behandeling op 16 januari 2020.
1.2.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 16 januari 2020 zijn verschenen:

- namens de Stichting: M.J.S. Lange en R.C.J. Zant, bijgestaan door mr. Schram voornoemd.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

Wat betreft de vordering en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen wordt verwezen naar de dagvaarding, die in afschrift aan dit vonnis is gehecht.

2.2.

De behandeling van het onderhavige kort geding stond oorspronkelijk gepland op 11 december 2019. Bij brief van 9 december 2019 heeft mr. Schram de rechtbank namens de Stichting verzocht de datum van behandeling van het kort geding te verplaatsen. Na ontvangst van de verhinderdata van de advocaat van [gedaagde] op 10 december 2019, heeft mr. Schram de rechtbank bij e-mailbericht van dezelfde datum de verhinderdata van beide partijen doorgegeven. Eveneens op 10 december 2019 heeft de rechtbank de nieuwe zittingsdatum bepaald op 16 januari 2020. mr. Schram heeft zowel de huidige als de voormalige advocaat van [gedaagde] bij e-mailbericht van 13 december 2019 van deze nieuwe zittingsdatum op de hoogte gesteld. Op grond van het voorgaande wordt dan ook aangenomen dat [gedaagde] behoorlijk voor de zitting is opgeroepen en wordt verstek tegen hem verleend.

2.3.

Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met dien verstande dat de duur van de lijfsdwang zal worden beperkt tot ten hoogste zes maanden.

2.4.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Stichting worden begroot op:

- dagvaarding € 99,01

- griffierecht 639,00

- salaris advocaat 633,00

Totaal € 1.371,01

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

verleent verstek tegen de niet-verschenen [gedaagde],

3.2.

bepaalt dat het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2019 ten uitvoer kan worden gelegd bij lijfsdwang zolang [gedaagde] na betekening van dit vonnis geen uitvoering geeft aan de veroordelingen als genoemd in 5.2, 5.3 en 5.4 van dat vonnis, met bepaling dat de lijfsdwang in totaal een periode van zes maanden niet zal overschrijden,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van de Stichting tot op heden begroot op € 1.371,01,

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Hensen op 17 januari 2020. Het vonnis is alleen getekend door de voorzieningenrechter, nu de griffier daartoe buiten staat is.[_368f3a35-8c28-4dfa-9b07-0ec7c212d605]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.