Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 29 april 2020

ECLI:NL:RBNHO:2020:3605Zaaknummer 8197265 \ CV FORM 19-18484

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29 april 2020
Publicatiedatum
19 mei 2020
Zaaknummer
8197265 \ CV FORM 19-18484
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim (EPGV). Passagiers hebben geen belang bij verzoek. Hoofdsom reeds toegewezen in eerdere beschikking.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Iberia tot en met vandaag worden begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde;

Deze beschikking is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek en het verweer
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8197265 \ CV FORM 19-18484

Uitspraakdatum: 29 april 2020

Beschikking in de zaak van:

[passagier 1],

[passagier 2],

beiden wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: Probe-ASP BV h.o.d.n. Aviclaim

tegen

Iberia, Lineas Aereas de Espana, S.A. Operadora Sociedad Unipersonal,

gevestigd te Madrid (Spanje)

verwerende partij

verder te noemen: Iberia

gemachtigde: mr. N. Bekri en mr. E. de la Fuente González

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 26 november 2019;
  • het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 12 februari 2020.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met Iberia een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Iberia de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Barajas Airport, Madrid op 6 september 2018 met vluchtnummer IB3721, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht is geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van Iberia verzocht in verband met voornoemde annulering.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken Iberia te veroordelen tot betaling van:

- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 5 december 2018;- de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagiers stellen dat Iberia vanwege de annulering van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 500,00. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door Iberia van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

3.4.

Iberia betwist de verschuldigdheid van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Iberia voert aan dat de vordering moet worden afgewezen aangezien reeds op 2 oktober 2019 de vordering van de passagiers bij beschikking van deze rechtbank is toegewezen. In de eerdere beschikking ging het om dezelfde materie - hebben de passagiers recht op compensatie in verband met de annulering van de vlucht - als in de onderhavige, en ook in de eerdere zaak trad Aviclaim op als gemachtigde van de passagiers, met verschil dat de zes andere verzoekende partijen geen procespartij meer zijn.

4.2.

De kantonrechter heeft in de eerdere beschikking de hoofdsom die de passagiers in de onderhavige procedure vorderen, reeds toegewezen. De beschikking heeft kracht van gewijsde. Bij deze vordering hebben de passagiers daarom geen belang meer. De hoofdsom zal worden afgewezen. De vordering tot wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten zullen daarom eveneens worden afgewezen.

4.3.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Iberia tot en met vandaag worden begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde;

Deze beschikking is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.