Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 30 oktober 2019

ECLI:NL:RBNHO:2019:9122Zaaknummer 7707298 CV FORM 19-5162

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30 oktober 2019
Publicatiedatum
15 november 2019
Zaaknummer
7707298 CV FORM 19-5162
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim (EPGV). Passagiers hebben geen recht op compensatie. De annulering van de vlucht is hun 10 dagen van tevoren meegedeeld en de vervangende vlucht is minder dan 4 uur later dan de oorspronkelijke vlucht aangekomen op de eindbestemming. Artikel 5 lid 1 sub c onder ii Verordening (EG) nr. 261/2004.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van TAP tot en met vandaag worden begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde en € 60,00 aan nakosten voor zover TAP daadwerkelijk nakosten maakt.

Deze beschikking is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek en het verweer
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7707298 \ CV FORM 19-5162

Uitspraakdatum: 30 oktober 2019

Beschikking in de zaak van:

[passagier 1],

[passagier 2],

beiden wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: ARAG Flight Claim Service

tegen

TAP - Air Portugal,

gevestigd te Lissabon (Portugal)

verwerende partij

verder te noemen: TAP

gemachtigde: mr. P.C.X. de Leede

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 17 april 2019;
  • het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 10 juli 2019.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met TAP een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan TAP de passagiers diende te vervoeren van Lisboa Airport (Portugal) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 23 april 2018, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht van de passagiers is geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt en met een vertraging op de eindbestemming aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van TAP gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

TAP heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken TAP te veroordelen tot betaling van:

- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf vanaf 23 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

De passagiers baseren de vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagiers stellen dat TAP vanwege de annulering van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 800,00. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door TAP van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

3.4.

TAP betwist de verschuldigdheid en de hoogte van de vordering. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 5 lid 1 sub c onder ii van de Verordening passagiers geen recht hebben op compensatie indien de annulering hen tussen de twee weken en zeven dagen voor de geplande vertrektijd wordt meegedeeld en hen een andere vlucht naar de eindbestemming wordt aangeboden die niet eerder dan twee uur voor de geplande vertrektijd vertrekt en hen minder dan vier uur later dan de geplande aankomsttijd op de eindbestemming brengt. TAP heeft gemotiveerd onderbouwd dat zij de passagiers op 13 april 2018, te weten 10 dagen voor de uitvoering van de vlucht vanwege de annulering van de oorspronkelijke vlucht heeft omgeboekt naar een vlucht die 15 minuten later vertrok en vervolgens 2 uur en 20 minuten later op de eindbestemming is aangekomen. De kantonrechter komt dan ook tot het oordeel dat de passagiers op grond van artikel 5 lid 1 sub c onder ii geen recht hebben op compensatie. De vordering van de passagiers wordt dan ook afgewezen.

4.3.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze ongelijk krijgt. De nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van TAP tot en met vandaag worden begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde en € 60,00 aan nakosten voor zover TAP daadwerkelijk nakosten maakt.

Deze beschikking is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.