Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 18 december 2019

ECLI:NL:RBNHO:2019:10568Zaaknummer 7649725 \ CV EXPL 19-4014

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18 december 2019
Publicatiedatum
31 december 2019
Zaaknummer
7649725 \ CV EXPL 19-4014
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Proceskostenveroordeling na doorhaling van zaak op de rol.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Transavia worden vastgesteld op een bedrag van € 72,00 aan salaris van de gemachtigde van Transavia;

3.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van € 36,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Transavia worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

3.3.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7649725 \ CV EXPL 19-4014

Uitspraakdatum: 18 december 2019

Vonnis in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen de passagier

gemachtigde ARAG Flight Claim Service

tegen

De commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V.

gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde mr. M. Reevers

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 22 maart 2019 een vordering tegen Transavia ingesteld. Transavia heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft bij brief van 26 augustus 2019 verzocht om over te gaan tot doorhaling van de zaak op de rol. Transavia heeft vervolgens bij akte van 25 september 2019 om een proceskostenveroordeling verzocht.

2 De beoordeling

2.1.

Aangezien de passagier de vordering heeft ingetrokken is zij gehouden om de proceskosten van Transavia te vergoeden. Transavia verzoekt om minimaal een bedrag ter hoogte van € 108,00 (1,5 punt x tarief € 72,00) toe te wijzen, te vermeerderen met de nakosten.

2.2.

De kantonrechter overweegt als volgt. Transavia heeft in de onderhavige procedure schriftelijk geantwoord op de dagvaarding en een akte genomen ten aanzien van het verzoek tot doorhaling van de passagier. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding om een halve punt toe te kennen voor de door Transavia genomen akte. De proceskosten van Transavia worden derhalve begroot op een bedrag van € 72,00 (1 punt × tarief € 72,00). De nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Transavia worden gemaakt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Transavia worden vastgesteld op een bedrag van € 72,00 aan salaris van de gemachtigde van Transavia;

3.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van € 36,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Transavia worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

3.3.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.