Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Noord-Holland, 6 juni 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:4744Zaaknummer 6663861 CV EXPL 18-1309
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 6 juni 2018
- Publicatiedatum
- 13 juni 2018
- Zaaknummer
- 6663861 CV EXPL 18-1309
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gedaagde heeft de hoofdsom van 9 euro voldaan vlak voor het uitbrengen van de dagvaarding, tevens ruim voor het aanbrengen van de dagvaarding ter rolle. Afwijzing van de buitengerechtelijke incassokosten en compensatie van de proceskosten.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan MijnDomein van € 0,08 aan rente te vermeerderen met de wettelijke rente over € 9,00 van 18 januari 2018 tot en met 24 januari 2018;
compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-Smaalen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 6663861 CV EXPL 18-1309
Uitspraakdatum: 6 juni 2018
Vonnis in de zaak van:
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MijnDomein Hosting B.V.
gevestigd te Lelystad
eiseres
verder te noemen: MijnDomein
gemachtigde: LAVG B.V. (Groningen)
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
1 Het procesverloop
MijnDomein heeft bij dagvaarding van 25 januari 2018 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.
MijnDomein heeft hierop schriftelijk gereageerd, haar eis verminderd en een subsidiaire grondslag toegevoegd. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] niet meer gereageerd.
2 De vordering
MijnDomein vordert, na wijziging van eis, dat de kantonrechter [gedaagde] primair veroordeelt tot betaling van € 40,08 en subsidiair veroordeling tot betaling van € 15,08, zowel primair als subsidiair te vermeerderen met de wettelijke rente over € 9,00 vanaf 18 januari 2018 en met de proceskosten.
De primaire vordering bestaat uit € 9,00 aan hoofdsom, € 0,08 aan rente berekend tot 18 januari 2018 en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, verminderd met € 9,00 in verband met de betaling door [gedaagde] op 24 januari 2018. De subsidiaire vordering bestaat uit € 9,00 aan hoofdsom, € 0,08 aan rente berekend tot 18 januari 2018 en € 15,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, verminderd met € 9,00 in verband met de betaling door [gedaagde] op 24 januari 2018.
MijnDomein legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat tussen partijen een overeenkomst bestaat op grond waarvan MijnDomein de website van [gedaagde] ( [website] heeft opgezet dan wel online gehouden. [gedaagde] heeft de factuur van 23 juli 2017 ad € 9,00 ondanks sommatie niet, althans niet binnen de gestelde termijn, voldaan. Subsidiair (voor het geval de veertiendagenbrief niet het bij dagvaarding gestelde effect sorteert) legt zij aan de vordering ten grondslag dat MijnDomein [gedaagde] op 21 augustus 2017 zowel per post als per sms een aanmaning heeft verzonden, waarbij zij [gedaagde] eveneens op de bijkomende incassokosten heeft gewezen.
3 Het verweer
[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat zij de factuur nooit heeft ontvangen. De bij dagvaarding overgelegde aanmaning van 8 december 2017 heeft zij pas 20 januari 2018 ontvangen. Zij heeft op 24 januari 2018 het bedrag van € 9,00 overgemaakt. MijnDomein heeft die betaling telefonisch bevestigd. Toch ontving zij op 25 januari 2018 de dagvaarding. [gedaagde] betwist daarom de bijkomende kosten verschuldigd te zijn.
4 De beoordeling
MijnDomein vindt het opmerkelijk dat [gedaagde] de factuur nooit zou hebben ontvangen en wijst erop dat zij [gedaagde] daarnaast diverse e-mails, sms berichten en brieven heeft gestuurd, zodat [gedaagde] ook hierdoor kennis heeft kunnen nemen van het openstaande bedrag. Ook het incassobureau heeft [gedaagde] aangemaand. Deze berichten zijn allemaal gestuurd naar de bekende adressen (post, e-mail en telefoon). [gedaagde] heeft nooit een wijziging van die adressen doorgegeven, hetgeen wel op haar weg had gelegen ingeval van wijziging van die adressen.
MijnDomein acht voorts het verweer van [gedaagde] dat zij de brief van 8 december 2017 (de zogenoemde veertiendagenbrief) pas op 20 januari 2018 zou hebben ontvangen, ongeloofwaardig. [gedaagde] heeft dat verweer wel gevoerd maar niet, althans onvoldoende, gemotiveerd.
4.3.Ingevolge het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, beloopt het minimumbedrag, gebaseerd op slechts één aanmaningsbrief met vermelding daarin van de zogenoemde veertiendagen-termijn, € 40,00. Naar het oordeel van de kantonrechter duidt dit erop dat de wetgever is uitgegaan van een te vorderen bedrag dat - ten opzichte van genoemde € 40,00 - als substantiëel is te beschouwen. De vordering van een hoofdsom van € 9.00 is als zodanig niet te beschouwen. De vordering van incassokosten wordt daarom, wat er ook zij van de hiervoor weergegeven standpunten van MijnDomein, afgewezen.
Daarbij komt dat weliswaar aannemelijk is dat de ontvangst van de hoofdsom door MijnDomein het uitbrengen van de dagvaarding heeft gekruist, maar dat brengt tevens mee dat MijnDomein ruim voor het aanbrengen ter rolle van die dagvaarding de gevorderde hoofdsom heeft ontvangen. MijnDomijn heeft, ondanks de ontvangst van de gevorderde hoofdsom, de procedure echter doorgezet louter voor een bedrag van € 0,08 aan rente en de buitengerechtelijke incassokosten. MijnDomein kan weliswaar niet het recht worden ontzegd, een gering bedrag in rechte te vorderen, maar dat laat onverlet dat het voeren van een gerechtelijke procedure, voor de inning van een objectief gezien zeer gering bedrag niet is bedoeld, mede gelet op de belasting van het gerechtelijk systeem. Daarom zal de kantonrechter de proceskosten compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan MijnDomein van € 0,08 aan rente te vermeerderen met de wettelijke rente over € 9,00 van 18 januari 2018 tot en met 24 januari 2018;
compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-Smaalen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.