Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Noord-Holland, 18 januari 2017
ECLI:NL:RBNHO:2017:11685Zaaknummer AWB - 15 _ 4866
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 18 januari 2017
- Publicatiedatum
- 7 september 2018
- Zaaknummer
- AWB - 15 _ 4866
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vaststelling Legger Wateren.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. van Velsen, voorzitter, mr. A.C. Terwiel-Kuneman en mr. M.E. Fortuin, leden, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2017.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 15/4866
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 januari 2017 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
en
het college van hoofdingelanden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, verweerder (gemachtigden: P. Horsmeijer en M. Poort).
Procesverloop
Bij besluit van 16 september 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder de Legger Wateren 2015 vastgesteld.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2016. Eiser is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden.
Overwegingen
Ingevolge artikel 5.1, eerste lid, van de Waterwet draagt de beheerder zorg voor de vaststelling van een legger, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. Van de legger maakt deel uit een overzichtskaart, waarop de ligging van waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones staat aangegeven.
Ingevolge artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet stelt het algemeen bestuur tevens vast de legger waarin onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen worden aangewezen.
Ingevolge artikel 8:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 1 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak. In artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, als bedoeld in artikel 8:5 van de Awb, is bepaald – voor zover hier van belang – dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit dat is genomen op grond van de artikelen 4.1; 4.4; 4.6; 5.1 van de Waterwet, behoudens voor zover daarbij de ligging van een waterbergingsgebied of beschermingszone als bedoeld in die wet wordt vastgesteld of gewijzigd (…).
2. De Legger Wateren 2015 zoals vastgesteld bij het bestreden besluit bestaat enerzijds uit de Legger Waterwet, hierna de Legger, gebaseerd op artikel 5.1, eerste lid, van de Waterwet en anderzijds uit de zogeheten onderhoudslegger, gebaseerd op artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet. De Legger is primair een technisch instrument voor en door de beheerder als concretisering van de vorm, ligging, constructie en afmeting van een waterstaatswerk. De onderhoudslegger bevat de aanwijzing van onderhoudsplichtigen en onderhoudsverplichtingen van wateren.
3. Eiser komt met zijn beroep, zoals de rechtbank naar aanleiding van het verhandelde ter zitting begrijpt, op tegen de Legger, voor zover daarbij de ligging van de hoofdwaterloop langs en door zijn perceel ongewijzigd is gebleven. De Legger is gebaseerd op artikel 5.1, eerste lid, van de Waterwet, voor zover daarbij de status van die waterloop (opnieuw) is vastgesteld. Zoals hiervoor overwogen staat tegen een besluit gebaseerd op artikel 5.1, eerste lid, van de Waterwet geen beroep open, behoudens voor zover bij dat besluit de ligging van een waterbergingsgebied of beschermingszone als bedoeld in de Waterwet wordt vastgesteld of gewijzigd. Zo bij de Legger de ligging van een waterbergingsgebied of beschermingszone als bedoeld in de Waterwet al is vastgesteld of gewijzigd, komt eiser daar niet tegen op. Het beroep van eiser richt zich daarom tegen een niet voor beroep vatbaar besluit.
4. Eiser heeft geen beroepsgronden aangevoerd tegen de onderhoudslegger.
5. De rechtbank is gelet op het voorgaande onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. van Velsen, voorzitter, mr. A.C. Terwiel-Kuneman en mr. M.E. Fortuin, leden, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2017.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.