Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 29 januari 2015

ECLI:NL:RBNHO:2015:889Zaaknummer C-15-219846 - JU RK 14-1136

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29 januari 2015
Publicatiedatum
14 april 2015
Zaaknummer
C-15-219846 - JU RK 14-1136
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het gaat hier om het feit dat moeder zich aan de zorg onttrekt. Zij onderhoudt geen contact met de gezinsvoogd, waarbij de zorgen over de minderjarige alleen maar toenemen. In de uitspraak is ook opgenomen dat wanneer de situatie het komende jaar niet zal veranderen, er gekeken kan worden naar een uithuisplaatsing danwel een beëindiging van haar gezag.

5 Beslissing

De kinderrechter:

5.1

Verlengt de duur van de ondertoezichtstelling van de minderjarige:

- [minderjarige],

met ingang van 7 februari 2015 tot 7 februari 2016.

5.2

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van S.J.W.M. Luijten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2015.
Tegen deze beschikking kan door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze aan hen op andere wijze bekend is geworden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procedure
  2. 2 Feiten en omstandigheden
  3. 3 Verzoek
  4. 4 Beoordeling
  5. 5 Beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Haarlem

verlenging ondertoezichtstelling

zaak-/rekestnr.: C/15/219846 / JU RK 14-1136

beschikking van de kinderrechter van 29 januari 2015

naar aanleiding van een verzoek van

de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, thans de Jeugd- en Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de Stichting,

strekkende tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

verblijvende bij de moeder,

kind van

[de moeder], wonende in [woonplaats],

hierna te noemen: de moeder,

Het gezag over de minderjarige wordt uitgeoefend door de moeder.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- een verzoekschrift, met bijlagen, van de Stichting, ingekomen op 9 december 2014.

1.2

De kinderrechter heeft het verzochte behandeld op de zitting met gesloten deuren van 29 januari 2015.

Hierbij is verschenen en gehoord:

- de Stichting, vertegenwoordigd door mevrouw [naam].

De moeder is niet verschenen. Kort voor de zitting heeft zij gebeld met de griffie en meegedeeld dat zij niet kan komen in verband met haar reuma.

2 Feiten en omstandigheden

Bij beschikking van de kinderrechter van 30 januari 2013 is deze minderjarige onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling thans nog voortduurt tot 7 februari 2015.

3 Verzoek

De Stichting heeft verzocht de ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarige te verlengen voor de duur van een jaar. Het plan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling zijn als bijlagen bij dat verzoek gevoegd.

4 Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken. Het afgelopen jaar zijn de zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] niet afgenomen, maar juist toegenomen. Er bestaan zowel zorgen over de beschikbaarheid van de moeder als over de persoonlijke ontwikkeling van [minderjarige].

De moeder is moeilijk bereikbaar voor de gezinsvoogd en verzet afspraken regelmatig. Dit heeft tot gevolg dat de gezinsvoogd weken of soms maanden geen contact heeft met de moeder en de minderjarige. Deze frequentie is in het kader van de ondertoezichtstelling ontoelaatbaar, zeker gezien de ernstige zorgen over [minderjarige].

[minderjarige] is door de moeder van zijn school [naam school] gehaald, omdat de relatie tussen haar en [naam school] verstoord was. De huidige school van de minderjarige, de [naam school], merkt dezelfde problemen op in het functioneren van [minderjarige] als [naam school]. [minderjarige] maakt een vermoeide indruk en heeft concentratieproblemen. [minderjarige] komt regelmatig te laat op school, of verschijnt helemaal niet en wordt dan niet altijd afgemeld door moeder. Tevens maakt [minderjarige] moeilijk contact met klasgenootjes. Daarentegen behaalt hij wel goede cijfers op school. De school heeft vanwege de zorgen die zij hebben de moeder verzocht een verwijzing te regelen, zodat [minderjarige] onderzocht kan worden door de Opvoedpoli. De moeder heeft toegezegd dit te zullen regelen, maar tot op heden heeft zij dit nagelaten. Dit speelt ondertussen al langer dan een jaar. Zij heeft onlangs nog aangegeven overal positief tegenover te staan, maar dit blijkt niet uit haar handelen. Ook de huisarts heeft aangegeven dat hij zich zorgen maakt over het effect van moeders functioneren op [minderjarige]. Hij meldt dat [minderjarige] steeds meer belast wordt met het verlenen van ondersteuning aan de moeder.

De kinderrechter vindt het zorgelijk dat de moeder niet naar de zitting is gekomen. Dit past wel geheel in het beeld dat door de gezinsvoogd wordt geschetst. De zorgen omtrent [minderjarige] zijn groot en worden alleen maar groter. De kinderrechter geeft de moeder mee dat, indien zij zich blijft onttrekken aan het toezicht van de gezinsvoogd en de zorgen onverminderd blijven bestaan, dit kan leiden tot een uithuisplaatsing of beëindiging van haar gezag. Voor de nabije toekomst is een actievere uitvoering van de ondertoezichtstelling noodzakelijk, waarbij de gezinsvoogd ten allen tijde zicht dient te hebben op de opvoedingssituatie van [minderjarige].

Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat de gronden die destijds tot de ondertoezichtstelling van de minderjarige hebben geleid, ook nu nog aanwezig zijn.

Daarom zal het verzoek worden toegewezen.

5 Beslissing

De kinderrechter:

5.1

Verlengt de duur van de ondertoezichtstelling van de minderjarige:

- [minderjarige],

met ingang van 7 februari 2015 tot 7 februari 2016.

5.2

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van S.J.W.M. Luijten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2015.
Tegen deze beschikking kan door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze aan hen op andere wijze bekend is geworden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.