Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 3 april 2015

ECLI:NL:RBNHO:2015:3241Zaaknummer 15/810168-12

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
3 april 2015
Publicatiedatum
17 april 2015
Zaaknummer
15/810168-12
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Haarlemmermeer
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dagvaarding nietig verklaard vanwege betekeningsgebreken. Zo is er geen bericht van aankomst achtergelaten, heeft er geen betekening aan de griffier plaatsgevonden en is er geen vertaling van de dagvaarding in de voor de verdachte begrijpelijke buitenlandse taal in het dossier aangetroffen.

De rechtbank:

Verklaart de dagvaarding nietig.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.A.M. Jansen, voorzitter,

mrs. P.H. Lauryssen en M.A.H. van der Woude, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers J.A. Huismans en mr. D.F. Jironet Loewe,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 april 2015.

Mr. Van der Woude is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Tenlastelegging
  2. 2. Voorvragen
  3. 3. Beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/810168-12 (P)

Uitspraakdatum: 3 april 2015

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

3 april 2015 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Albanië),

volgens eigen opgave wonende op het adres [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 november 2012, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een hoeveelheid bankbiljetten (ter waarde van ongeveer 12.180 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemde hoeveelheid bankbiljetten, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

2. Voorvragen

Uit de akte van uitreiking blijkt dat de dagvaarding door hoofdagent [verbalisant] niet is uitgereikt omdat volgens de hoofdagent de woning aan de [adres] in [woonplaats] leeg is en te huur staat. Er is geen bericht van aankomst achtergelaten en er is evenmin een zogenaamde ID-staat opgemaakt, zodat het adres van verdachte ook niet gecontroleerd kan worden. De rechtbank heeft verder vastgesteld dat uit de stukken in het onderhavige strafdossier niet is gebleken dat de dagvaarding vervolgens aan de strafgriffie is betekend en per gewone post naar het door verdachte opgegeven adres is gegaan, hetgeen wel had moeten gebeuren. Verdachte is bovendien met een tolk Albanees gehoord en in het dossier heeft de rechtbank evenmin een vertaling van de dagvaarding in een voor verdachte begrijpelijke taal aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding gelet op het voren overwogene nietig dient te worden verklaard.

3. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart de dagvaarding nietig.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.A.M. Jansen, voorzitter,

mrs. P.H. Lauryssen en M.A.H. van der Woude, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers J.A. Huismans en mr. D.F. Jironet Loewe,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 april 2015.

Mr. Van der Woude is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.