Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Noord-Holland, 30 september 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:8581Zaaknummer RK 11/376
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 30 september 2013
- Publicatiedatum
- 30 september 2013
- Zaaknummer
- RK 11/376
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kennisgeving geen verdere vervolging OM. Verzoek ex art. 89 Sv. toch niet ontvankelijk, omdat na de kennisgeving een procedure ex art. 12 Sv. is gevolgd. Gerechtshof heeft nader onderzoek bevolen. De strafzaak is zodoende nog niet geëindigd.
De rechtbank:
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
4 Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,
in tegenwoordigheid van M. de Haas, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2013.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie Alkmaar
Enkelvoudige raadkamer
Registratienummer: 11/376
Parketnummer: 14/880035-10 en 15/810064-13
Uitspraakdatum: 30 september 2013
Beschikking (art. 89 Sv.)
1 Ontstaan en loop van de procedure
Op 25 augustus 2011 is ter griffie van de rechtbank Alkmaar, per fax ingekomen een door mr. V.A. Groeneveld, advocaat, ingediend verzoekschrift van
[A], verzoeker,
geboren [datum],
woonplaats kiezende te (1071 VG) Amsterdam, aan de Roelof Hartstraat 31,
op het kantoor van mr. Groeneveld voornoemd.
Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 5.000,- als vergoeding voor immateriële schade.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot mondelinge behandeling van het verzoek.
2 Beoordeling
Op de voet van het bepaalde in artikel 89 en artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – aanspraak maken op vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering of voorlopige hechtenis heeft geleden.
In deze zaak heeft de officier van justitie bij brief van 25 mei 2011 aan verzoeker onder meer het volgende meegedeeld:
“(…) Door middel van deze brief deel ik u mede dat is besloten dat geen verdere strafvervolging tegen u zal worden ingesteld. (…)
Ondanks het feit dat er tot vervolging voor (…) mishandelingen zou kunnen worden overgegaan, zullen deze aangiftes geseponeerd worden, aangezien het Openbaar Ministerie van oordeel is dat u “door feit en/of gevolgen bent getroffen”.
De zaken zijn hiermee afgedaan, tenzij (…) het Gerechtshof alsnog vervolging beveelt. Dat kan als een ander, in dit geval de nabestaanden (…), zich beklagen over deze beslissingen.”
Dat laatste is het geval gebleken. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft in een procedure ingevolge artikel 12 Sv de klacht gegrond verklaard en bevolen dat er alsnog nader onderzoek moet worden verricht. Dat heeft erin geresulteerd dat op dit moment onder parketnummer 15/810064-13 de strafzaak tegen verzoeker nog steeds aanhangig is.
De strafzaak is dus nog niet geëindigd en daarom kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Hij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
3 Beslissing
De rechtbank:
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
4 Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,
in tegenwoordigheid van M. de Haas, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2013.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 89 Sv
- Artikel 12 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 90 Sv
- Artikel 9a Sr meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.