Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 28 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7508Zaaknummer C/16/617662 / KL ZA 26-246
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 28 september 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/16/617662 / KL ZA 26-246
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Proces-verbaal mondelinge uitspraak: vervangende toestemming vakantie en afgifte paspoort. Moeder heeft geen bezwaren tegen de vakantie, maar over de invulling van de vakantieregeling.
1 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verleent aan de vader vervangende toestemming om met de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 naar [bestemming] (Marokko) op vakantie te gaan en daar te verblijven van 9 oktober tot en met 19 oktober 2026;
veroordeelt de moeder tot afgifte van het paspoort van [minderjarige] aan de vader uiterlijk op 2 oktober 2026;
veroordeelt de moeder om aan de vader een dwangsom te betalen van € 500,- voor
iedere dag dat zij na 2 oktober 2026 en na de betekening van dit proces-verbaal niet aan de veroordeling onder 1.2. voldoet, tot een maximum van € 4.000,- is bereikt;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
2 De gronden van de beslissing
De voorzieningenrechter verleent vervangende toestemming voor de vakantie van de vader met [minderjarige] naar [bestemming] in Marokko. De vader heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering, omdat de herfstvakantie dichtbij is. De voorzieningenrechter moet beoordelen of de vakantie in het belang van [minderjarige] is. De voorzieningenrechter heeft geen redenen om daaraan te twijfelen. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat [minderjarige] in Marokko onveilig zou zijn of dat de vader niet voor [minderjarige] zou kunnen zorgen.
De moeder heeft gezegd dat de rechtbank eerder in een beschikking heeft bepaald dat de schoolvakanties bij helfte worden verdeeld en dat zij daarom ook recht heeft op de helft van de vakantiedagen (3,5 dag) met [minderjarige] in de herfstvakantie. Ook is de vader in de zomervakantie al drie weken met [minderjarige] op vakantie geweest. Deze bezwaren gaan over de invulling van de vakantieregeling. Er zijn geen bezwaren naar voren gekomen tegen de vakantie van [minderjarige] met de vader naar Marokko. De vader wil met [minderjarige] reizen om een bruiloft van familie bij te wonen en vindt het bijzonder en belangrijk dat [minderjarige] daarbij kan zijn. De voorzieningenrechter vindt dat ook in haar belang, maar vindt het tegelijkertijd belangrijk dat [minderjarige] tijd met de moeder doorbrengt, zodat zij samen activiteiten kunnen ondernemen en [minderjarige] ook de familie van haar moeders kant kan zien. Doordat de vader nu toestemming krijgt om met [minderjarige] naar Marokko te reizen, vindt de voorzieningenrechter dat deze tijd later gecompenseerd moet worden. De vader heeft tijdens de zitting toegezegd dat hij de vakantiedagen die de moeder door deze reis met [minderjarige] mist, op een later moment zal compenseren. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de vader deze toezegging nakomt, bijvoorbeeld in de voorjaarsvakantie.
Verder veroordeelt de voorzieningenrechter de moeder tot afgifte van het paspoort van [minderjarige], uiterlijk op vrijdag 2 oktober aanstaande. Als dat niet gebeurt, verbeurt de moeder – vanaf het moment dat dit proces-verbaal is betekend – een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat zij niet aan de veroordeling voldoet, met een maximum van € 4.000,-. Omdat de voorzieningenrechter vervangende toestemming voor de vakantie aan de vader verleent, moet het paspoort van [minderjarige] ook op tijd bij de vader te zijn.
De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De proceskosten worden gecompenseerd. Als er steeds procedures nodig zijn om vervangende toestemming voor een vakantie te verkrijgen, moeten partijen er rekening mee houden dat er een keer een proceskostenveroordeling zal worden opgelegd.
| Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026 door mr. E.G. de Jong, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt. Vanwege verhindering van mr. E.G. de Jong is deze beslissing ondertekend door mr. L.P. de Haas. Dit proces-verbaal is verzonden op |
JT
Volledige tekst
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer / rolnummer: C/16/617662 / KL ZA 26-246
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 29a van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tijdens de zitting van 28 september 2026
in de zaak van:
[de vader],
wonende in [plaats],
eiser,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. J.A. Wesdorp,
tegen
[de moeder],
wonende op een geheim adres,
gedaagde,
hierna te noemen: de moeder.
De moeder is verschenen en de vader met zijn advocaat.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan over de vorderingen in kort geding. De beslissing en de gronden waarop deze is gebaseerd zijn hieronder weergegeven.
1 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verleent aan de vader vervangende toestemming om met de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 naar [bestemming] (Marokko) op vakantie te gaan en daar te verblijven van 9 oktober tot en met 19 oktober 2026;
veroordeelt de moeder tot afgifte van het paspoort van [minderjarige] aan de vader uiterlijk op 2 oktober 2026;
veroordeelt de moeder om aan de vader een dwangsom te betalen van € 500,- voor
iedere dag dat zij na 2 oktober 2026 en na de betekening van dit proces-verbaal niet aan de veroordeling onder 1.2. voldoet, tot een maximum van € 4.000,- is bereikt;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
2 De gronden van de beslissing
De voorzieningenrechter verleent vervangende toestemming voor de vakantie van de vader met [minderjarige] naar [bestemming] in Marokko. De vader heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering, omdat de herfstvakantie dichtbij is. De voorzieningenrechter moet beoordelen of de vakantie in het belang van [minderjarige] is. De voorzieningenrechter heeft geen redenen om daaraan te twijfelen. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat [minderjarige] in Marokko onveilig zou zijn of dat de vader niet voor [minderjarige] zou kunnen zorgen.
De moeder heeft gezegd dat de rechtbank eerder in een beschikking heeft bepaald dat de schoolvakanties bij helfte worden verdeeld en dat zij daarom ook recht heeft op de helft van de vakantiedagen (3,5 dag) met [minderjarige] in de herfstvakantie. Ook is de vader in de zomervakantie al drie weken met [minderjarige] op vakantie geweest. Deze bezwaren gaan over de invulling van de vakantieregeling. Er zijn geen bezwaren naar voren gekomen tegen de vakantie van [minderjarige] met de vader naar Marokko. De vader wil met [minderjarige] reizen om een bruiloft van familie bij te wonen en vindt het bijzonder en belangrijk dat [minderjarige] daarbij kan zijn. De voorzieningenrechter vindt dat ook in haar belang, maar vindt het tegelijkertijd belangrijk dat [minderjarige] tijd met de moeder doorbrengt, zodat zij samen activiteiten kunnen ondernemen en [minderjarige] ook de familie van haar moeders kant kan zien. Doordat de vader nu toestemming krijgt om met [minderjarige] naar Marokko te reizen, vindt de voorzieningenrechter dat deze tijd later gecompenseerd moet worden. De vader heeft tijdens de zitting toegezegd dat hij de vakantiedagen die de moeder door deze reis met [minderjarige] mist, op een later moment zal compenseren. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de vader deze toezegging nakomt, bijvoorbeeld in de voorjaarsvakantie.
Verder veroordeelt de voorzieningenrechter de moeder tot afgifte van het paspoort van [minderjarige], uiterlijk op vrijdag 2 oktober aanstaande. Als dat niet gebeurt, verbeurt de moeder – vanaf het moment dat dit proces-verbaal is betekend – een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat zij niet aan de veroordeling voldoet, met een maximum van € 4.000,-. Omdat de voorzieningenrechter vervangende toestemming voor de vakantie aan de vader verleent, moet het paspoort van [minderjarige] ook op tijd bij de vader te zijn.
De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De proceskosten worden gecompenseerd. Als er steeds procedures nodig zijn om vervangende toestemming voor een vakantie te verkrijgen, moeten partijen er rekening mee houden dat er een keer een proceskostenveroordeling zal worden opgelegd.
| Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026 door mr. E.G. de Jong, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt. Vanwege verhindering van mr. E.G. de Jong is deze beslissing ondertekend door mr. L.P. de Haas. Dit proces-verbaal is verzonden op |
JT
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.