Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 30 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7496Zaaknummer C/16/617002

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30 september 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/16/617002
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats
Lelystad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erfrecht. Verwijzingsvonnis. Dit geschil gaat over de afwikkeling van de samenleving tussen erflaatster en haar partner, die ook is overleden. Eisers (kinderen en erfgenamen van erflaatster) menen dat een bepaald banksaldo tot de nalatenschap van erflaatster behoort en vorderen in dat verband een verklaring voor recht. Gedaagden zijn de erfgenamen van de partner van erflaatster. Het komt hier aan op uitleg van een samenlevingsovereenkomst. Het geschil is daarom niet erfrechtelijk van aard en moet niet worden behandeld door het Bureau Erfrecht van de afdeling Toezicht, maar door de afdeling Familierecht van deze rechtbank.

De rechtbank

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van deze rechtbank, afdeling Civiel recht, locatie Lelystad, op woensdag 14 oktober 2026 om 10.00 uur voor verdere behandeling door de afdeling Familierecht van de rechtbank.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De overwegingen
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Midden-Nederland

Afdeling Toezicht, Bureau Erfrecht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/617002 / BE ZA 26-42

Vonnis van 30 september 2026

in de zaak van

[bewindvoerder],

handelend onder de naam [bewindvoering],

in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [betrokkene]

(hierna: [betrokkene] ),

wonende op een geheim adres,

eiser,

advocaat: mr. J. Zoutberg, werkzaam in Almere,

tegen

1 [gedaagde sub 1],

wonende in [plaats 1],

2. [gedaagde sub 2],

wonende in [plaats 2],

gedaagden,

advocaat: mr. L. Schellevis, werkzaam in Alkmaar.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding met producties 1 t/m 17

1.2.

Daarna is bepaald dat uitspraak zal worden gedaan.

2 De overwegingen

2.1.

Deze zaak gaat over de financiële afwikkeling van de samenleving tussen de moeder van [betrokkene] en haar partner (de heer [naam] ), die in 2024 na elkaar zijn overleden. Daarover is tussen eiser en gedaagden als de erfgenamen van de heer [naam] een geschil ontstaan, dat onder meer de uitleg van een samenlevingsovereenkomst betreft. Eiser vordert in dat verband een verklaring voor recht dat een bedrag van € 48.320,08 behoort tot de nalatenschap van de moeder van [betrokkene]. Een dergelijke zaak wordt op grond van het Zaaksverdelingsreglement door de afdeling Familierecht behandeld, nadat deze is aangebracht bij de afdeling Civiel recht. Eiser heeft dit ook gedaan. De zaak is vervolgens echter aangemerkt als een erfrechtzaak en geadministreerd bij de afdeling Toezicht, die op grond van het Zaaksverdelingsreglement erfrechtzaken behandelt. Eiser heeft namelijk subsidiair een beroep gedaan op de legitieme portie van [betrokkene] en in dat verband ook een vordering ingesteld. Voor de beoordeling van een dergelijke vordering is erfrechtelijke kennis vereist. In dit geval is dit echter niet nodig: [betrokkene] is enig erfgenaam in de nalatenschap van moeder en een legitieme portie komt dan niet in beeld. Daarbij zou eiser ook geen betaling van die aanspraak kunnen verlangen van de erfgenamen van de heer [naam]. Het geschil is dus alleen familierechtelijk van aard. Dit is helaas niet eerder onderkend, waardoor nu dit verwijzingsvonnis wordt gewezen. De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rolzitting van de afdeling Civiel recht, locatie Lelystad, zodat de zaak alsnog door de juiste afdeling kan worden behandeld.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van deze rechtbank, afdeling Civiel recht, locatie Lelystad, op woensdag 14 oktober 2026 om 10.00 uur voor verdere behandeling door de afdeling Familierecht van de rechtbank.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.