Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 15 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7478Zaaknummer 12225302 UB VERZ 26-196
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12225302 UB VERZ 26-196
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Erfrecht. Verzoekschrift. De kantonrechter wijst het verzoek om opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater te bevelen af.
3 De beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek om opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater te bevelen af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. |
| Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Kantonrechter
Afdeling Toezicht, Bureau Erfrecht
locatie Utrecht
zaaknummer: 12225302 UB VERZ 26-196
Beschikking van 15 september 2026
Inzake het verzoek van:
[verzoekster 1],
wonend in [plaats 1],
en
[verzoekster 2],
wonend in [plaats 1],
verder te noemen: verzoekers.
Verzoekers hebben het verzoek gedaan in hun hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van:
[erflater], geboren in [geboorteplaats] (Nederlands-Indië) op [geboortedatum] 1947, overleden in zijn laatste woonplaats [plaats 2] op [datum van overlijden] 2025, verder te noemen: erflater.
1 De procedure
Op 30 april 2026 heeft de griffie van deze rechtbank van verzoekers een verzoekschrift ontvangen waarin verzoekers de kantonrechter vragen om opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater te bevelen.
De griffier heeft op 25 juni 2026 aanvullende informatie aan verzoekers gevraagd. Verzoekers hebben op 1 juli 2026 aanvullende informatie toegezonden.
Bij brief van 14 augustus 2026 heeft de griffier verzoekers namens de kantonrechter bericht dat de kantonrechter het voornemen heeft om het verzoek af te wijzen. Verzoekers zijn in die brief tevens in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Hiervan is door verzoekers echter geen gebruik gemaakt.
2 De overwegingen van de kantonrechter
Op grond van artikel 4:209 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter opheffing van de vereffening van een nalatenschap bevelen indien de geringe waarde van de baten van een nalatenschap daartoe aanleiding geeft. Opheffing kan plaatsvinden als de vereffeningskosten naar verwachting de bezittingen overtreffen, of als uit de bezittingen slechts een gedeelte van de preferente schulden, zoals uitvaartkosten en eventuele belastingschulden kunnen worden voldaan.
Uit de overgelegde stukken leidt de kantonrechter af dat uit de goederen van de nalatenschap de vereffeningskosten, de preferente schulden en een gedeelte van de concurrente schulden kunnen worden voldaan. Aan de voorwaarden voor opheffing van de vereffening van de nalatenschap is dus niet voldaan, zodat de kantonrechter het verzoek om opheffing van de vereffening te bevelen zal afwijzen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek om opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater te bevelen af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. |
| Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.