Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 20 augustus 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7472Zaaknummer 11995635 LB VERZ 25-256

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20 augustus 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
11995635 LB VERZ 25-256
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Lelystad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erfrecht. Verzoekschrift. De kantonrechter wijst het verzoek om een om een boedelbeschrijving te bevelen van de nalatenschap van erflater en daarbij een notaris te benoemen die daartoe kan overgaan af. Aangezien er een boedelbeschrijving ligt en er zelfs diverse achterliggende stukken bij de boedelbeschrijving door verweerster zijn overgelegd, zal de kantonrechter het verzoek van verzoeker afwijzen wegens een gebrek aan belang bij het verzoek. Als verzoeker meent dat de boedelbeschrijving niet juist is, had hij een andere procedure moeten beginnen. Voor onenigheid over de juistheid van een boedelbeschrijving is een verzoek tot bevel boedelbeschrijving ten overstaan van een notaris niet de juiste procedure.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij zijn/haar eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Verra, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 3 Het verzoek
  3. 4 Het verweer
  4. 5 De overwegingen van de kantonrechter

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter

Afdeling Toezicht, Bureau Erfrecht

locatie Lelystad

zaaknummer: 11995635 LB VERZ 25-256

Beschikking van 20 augustus 2026

Inzake het verzoek van:

[verzoeker],

wonend in [plaats 1],

gemachtigde: mr. L.J. Gardner en mr. D.W. Ruijs,

verder te noemen: [verzoeker],

tegen:

[verweerster],

wonend in [plaats 2],

gemachtigde: mr. R. Kuizenga,

verder te noemen: [verweerster].

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende],

wonend in [plaats 2],

hierna: [belanghebbende].

Het verzoek heeft betrekking op de nalatenschap van:

[erflater], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, overleden in [plaats 3] (Egypte) op [datum van overlijden] 2024, laatst gewoond hebbend in [plaats 2], verder te noemen: erflater.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ontvangen op 21 november 2025;

- het verweerschrift, ontvangen op 18 februari 2026;

- de mondelinge behandeling van 26 februari 2026, waarvan door de griffier aantekening is gemaakt;

- een akte overlegging producties van [verweerster], ontvangen op 27 maart 2026;

- een akte uitlating van [verzoeker], ontvangen op 28 april 2026;

- een antwoordakte uitlating van [verweerster], ontvangen op 8 juli 2026.

1.2.

Tot slot heeft de kantonrechter een beschikking gegeven.

2. De feiten

2.1.

Erflater was ten tijde van zijn overlijden gehuwd met [verweerster]. [verzoeker] en [belanghebbende] zijn de kinderen van erflater. De moeder van [verzoeker] en [belanghebbende] is eerder overleden, waardoor het huwelijk van erflater met de moeder van [verzoeker] en [belanghebbende] is geëindigd.

2.2.

Erflater heeft niet bij testament over zijn nalatenschap beschikt. Daarom vererft de nalatenschap van erflater volgens de wet. Erflater heeft [verweerster], [verzoeker] en [belanghebbende] als zijn erfgenamen achtergelaten waarbij de wettelijke verdeling van toepassing is.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] vraagt de kantonrechter kortgezegd om een boedelbeschrijving te bevelen van de nalatenschap van erflater en daarbij een notaris te benoemen die daartoe kan overgaan.

3.2.

Volgens [verzoeker] is door [verzoeker] en [verweerster] al veel gecorrespondeerd over de nalatenschap. [verzoeker] beschikt nog steeds niet over alle informatie die hij nodig heeft om de hoogte van zijn erfdeel vast te stellen. Daarnaast berekent [verweerster] de omvang van de nalatenschap op onjuiste wijze. [verweerster] is als erfgename gehouden om de overige erfgenamen te informeren over de omvang en samenstelling van de nalatenschap van erflater.

4 Het verweer

4.1.

[verweerster] wil dat het verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen.

4.2.

Volgens [verweerster] is er geen belang bij dit verzoek. Door [verweerster] is al een boedelbeschrijving opgesteld die aan de wettelijke vereisten voldoet. Aan de hand hiervan kan verzoeker zijn vordering berekenen. Dat verzoeker zich niet kan verenigen met de boedelbeschrijving is geen reden voor toewijzing van het verzoek. Het is niet redelijk van verweerster te verlangen dat zij hoge kosten moet maken voor een onnodige notariële boedelbeschrijving.

5 De overwegingen van de kantonrechter

5.1.

De kantonrechter overweegt dat tussen partijen niet ter discussie staat dat [verweerster] een boedelbeschrijving heeft opgesteld. Volgens [verzoeker] is de boedelbeschrijving van [verweerster] echter niet kloppend.

5.2.

Aangezien er een boedelbeschrijving ligt en er zelfs diverse achterliggende stukken bij de boedelbeschrijving door [verweerster] zijn overgelegd, zal de kantonrechter het verzoek van [verzoeker] afwijzen wegens een gebrek aan belang bij het verzoek.

5.3.

Het verzoek dat bij de kantonrechter voorligt is – zoals gemeld – een verzoek om een boedelbeschrijving te bevelen ten overstaan van een notaris. Omdat er een (uitgebreide) boedelbeschrijving met achterliggende stukken ligt, kan dit verzoek niet worden toegewezen.

5.4.

Als [verzoeker] meent dat de boedelbeschrijving niet juist is, had hij een andere procedure moeten beginnen. Voor onenigheid over de juistheid van een boedelbeschrijving is een verzoek tot bevel boedelbeschrijving ten overstaan van een notaris niet de juiste procedure.

5.5.

[verzoeker] en [verweerster] zijn aanverwanten op grond van artikel 1:3 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter ziet daarin aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij zijn/haar eigen kosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij zijn/haar eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Verra, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.