Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7467Zaaknummer 12085971 \ MC EXPL 26-625
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12085971 \ MC EXPL 26-625
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Almere
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Overeenkomst van opdracht inzake het aanbrengen van gevelreclame. Tekortkoming in de nakoming. Vordering tot vervangende schadevergoeding en vergoeding van gevolgschade. De vordering tot vervangende schadevergoeding wordt toegewezen. De vordering tot vergoeding van gevolgschade wordt afgewezen omdat niet vast is komen te staan dat de schade toerekenbaar is.
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling aan [eiseres] van een schadevergoeding van € 5.784,20, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 5 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 664,21 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten van € 1.699,62, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. L. Deerenberg - Schurer en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12085971 \ MC EXPL 26-625
Vonnis van 14 oktober 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. J. H. Maas,
tegen
1 [gedaagde sub 1], handelend onder de naam [handelsnaam],
te [plaats] ,2. [gedaagde sub 2], vennoot van gedaagde sub 1,
te [plaats] ,3. [gedaagde sub 3], vennoot van gedaagde sub 1,
te [plaats],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1],
gemachtigde: mr. S.V. Ramdihal.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 februari 2026 met 14 producties,- de conclusie van antwoord van 24 maart 2026,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het bericht van 2 september 2026 met de aanvullende productie 15 van [eiseres]
- het bericht van 7 september 2026 met een reactie op de aanvullende productie van [gedaagde sub 1].
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 september 2026. Namens [eiseres] zijn verschenen de heer [A] en mr. J.H. Maas. Namens [gedaagde sub 1] zijn verschenen de heer [gedaagde sub 3] en mr. S.V. Ramdihal. Mevrouw [gedaagde sub 2] is niet in persoon verschenen maar werd vertegenwoordigd door mr. Ramdihal. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
Daarna is bepaald dat vandaag het vonnis wordt uitgesproken.
2 De kern van de zaak
[gedaagde sub 1] heeft omstreeks februari 2024 gevelreclame aangebracht op twee zijden (een zon- en een schaduwzijde) van een bedrijfspand van [eiseres]. De gevelreclame bestond uit een bedrukte folie. Elke zijde bestond uit ongeveer 20 ‘ramen’. De ondergrond hiervan was bij een aantal ramen glas en bij een aantal plaatmateriaal (vijf aan iedere kant van het pand). Toen [gedaagde sub 1] de opdracht aannam was op (de meeste) ramen al een reclamefolie van de vorige huurder van het pand aangebracht met daaronder nog een speciale zonwerende folielaag. [gedaagde sub 1] heeft de nieuwe gevelreclame op de bestaande ondergrond aangebracht. Omdat de nieuwe gevelreclame binnen enkele maanden op een aantal plekken losliet heeft [eiseres] geklaagd en [gedaagde sub 1] gevraagd om herstel. Omdat herstel (ook na een ingebrekestelling) uitbleef heeft [eiseres] haar vordering in augustus 2025 omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Het herstel liet zij vervolgens uitvoeren door een derde partij. Bij het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden is vervolgens schade aan de ondergrond ontstaan. In deze procedure vordert [eiseres] vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt voor herstel door een derde partij en een vergoeding van de gevolgschade vanwege het beschadigen van de ondergrond tijdens de herstelwerkzaamheden. De vordering tot vervangende schadevergoeding wordt toegewezen maar de vordering tot vergoeding van gevolgschade wordt afgewezen omdat niet vast is komen te staan dat het ontstaan hiervan aan [gedaagde sub 1] toe te rekenen is.
3 De beoordeling
[gedaagde sub 1] moet € 5.784,20 aan vervangende schadevergoeding betalen
[eiseres] en [gedaagde sub 1] hebben een overeenkomst van opdracht gesloten en zijn gehouden de gemaakte afspraken na te komen. Schiet een van hen toerekenbaar tekort, dan is die partij verplicht de daardoor ontstane schade te vergoeden.[_8157fde5-7464-4347-b1ca-750d084c0770] Die schade kan ook bestaan uit de redelijke kosten die nodig zijn om een derde de tekortkoming te laten herstellen.[_7d8278ea-224d-4f7b-8912-199561a7d8ad] Voor een dergelijke vervangende schadevergoeding is wel vereist dat de tekortschietende partij eerst in de gelegenheid is gesteld om zelf alsnog na te komen.
Er is sprake van een toerekenbare tekortkoming
Er is sprake van een aan [gedaagde sub 1] toe te rekenen tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst met [eiseres]. De aan de zonzijde van het pand aangebrachte gevelreclame is namelijk al snel op meerdere plaatsen gaan loslaten. [gedaagde sub 1] heeft tijdens de zitting gezegd dat als zij achteraf een oorzaak zou moeten noemen het loslaten hoogstwaarschijnlijk te wijten is aan het feit dat deze is aangebracht op de bestaande gevelreclame van de vorige huurder. Beide gevelreclames zijn donker van kleur. [gedaagde sub 1] heeft uitgelegd dat deze twee folies door de warmte van de zon op elkaar kunnen reageren. De verschillende lagen kunnen anders reageren op de warmte van de zon. De ene laag kan dan meer uitzetten of krimpen dan de andere met als gevolg dat de bovenste laag loslaat.
[eiseres] gaf bij het verstrekken van de opdracht aan [gedaagde sub 1] vanuit kostenoverwegingen de voorkeur aan het aanbrengen van de nieuwe gevelreclame op de bestaande gevelreclame. [gedaagde sub 1] heeft tijdens de zitting gezegd dat zij de situatie ter plaatse heeft opgenomen en vooraf geen reden zag om [eiseres] te adviseren de oude gevelreclame toch eerst te verwijderen, zij heeft ook niet gewaarschuwd voor eventuele risico’s voor het eindresultaat. Dit had wel van [gedaagde sub 1] verwacht mogen worden. Zij heeft jarenlange ervaring in vergelijkbare opdrachten en heeft de opdracht in een professionele hoedanigheid aangenomen en uitgevoerd. [gedaagde sub 1] heeft bij de voorbereiding en de uitvoering van de overeenkomst niet voldoende rekening gehouden met het effect van de zon op de zonzijde van het pand in combinatie met de aanwezige onderlaag en de daaruit voortvloeiende mogelijkheid van krimp waardoor de gevelreclame snel kon gaan loslaten. Het geleverde eindresultaat is daarom niet wat [eiseres] daarvan mocht verwachten.
[gedaagde sub 1] is voldoende in de gelegenheid gesteld om alsnog na te komen
Omdat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst mocht [eiseres] van [gedaagde sub 1] verwachten dat zij de gevelreclame zou herstellen. Dit was mogelijk door de loslatende reclamefolie te verwijderen en vervolgens een nieuwe gevelreclame aan te brengen. Maar op klachten van [eiseres] is [gedaagde sub 1] niet tot herstel overgegaan. [eiseres] heeft [gedaagde sub 1] daarom op 21 juli 2025 schriftelijk in gebreke gesteld.[_fab4b361-e7ce-4526-be75-ee7a4ea79853] Op deze ingebrekestelling heeft [gedaagde sub 1] niet gereageerd. Zij heeft tijdens de zitting gezegd dat zij dit niet heeft gedaan omdat zij vond dat geen sprake was van een tekortkoming. Omdat [gedaagde sub 1] de gestelde termijn voor herstel onbenut heeft gelaten is zij in verzuim gekomen.
[gedaagde sub 1] moet een vervangende schadevergoeding aan [eiseres] betalen
Op 6 augustus 2025 heeft [eiseres] schriftelijk aan [gedaagde sub 1] laten weten dat zij niet langer nakoming van de overeenkomst vordert maar aanspraak maakt op een vervangende schadevergoeding.[_407731a3-1652-4a2b-a928-cfb583a64f9e] Dat betekent dat [eiseres] het herstel door een derde kon laten uitvoeren en [gedaagde sub 1] de kosten hiervan in de vorm van een schadevergoeding aan [eiseres] moet vergoeden.
De te vergoeden schade is € 5.784,20
[eiseres] heeft kosten gemaakt om de gebreken aan de gevelreclame door een derde te laten herstellen. Deze derde heeft voor het verwijderen van de door [gedaagde sub 1] aangebrachte reclamefolie en het aanbrengen van een vervangende gevelreclame € 5.784,20 in rekening gebracht. [eiseres] heeft dus een financieel nadeel ter hoogte van dit bedrag geleden. Aan [eiseres] wordt daarom een vervangende schadevergoeding van € 5.784,20 toegewezen.
Het beroep op eigen schuld slaagt niet
[gedaagde sub 1] voert als verweer dat [eiseres] eigen schuld heeft.[_eca1a590-eae0-4a60-a711-faf03b4889b9] Als dit verweer slaagt dan wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade over [gedaagde sub 1] en [eiseres] te verdelen.
Het verweer slaagt niet omdat [gedaagde sub 1] geen (vaststaande) omstandigheden heeft genoemd die aan [eiseres] kunnen worden toegerekend en die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de vordering tot vervangende schadevergoeding. Dat [eiseres] een derde partij heeft ingeschakeld om herstelwerkzaamheden te verrichten is niet zo’n omstandigheid omdat dit geen invloed heeft gehad op de tekortkoming zoals die zich heeft voorgedaan. De derde partij is namelijk pas ingeschakeld nadat [gedaagde sub 1] was tekortgeschoten en geen tijdig herstel pleegde. Ook het argument dat op het pand al gevelreclame van de vorige huurder aanwezig was en [eiseres] heeft gevraagd om de nieuwe gevelreclame daarop aan te brengen is niet zo’n omstandigheid. [gedaagde sub 1] heeft namelijk daarin geen reden gezien om de opdracht niet aan te nemen of om te adviseren eerst de oude gevelreclame te verwijderen. Zoals hiervoor uitgelegd had dit wel van [gedaagde sub 1] verwacht mogen worden als dit een risico voor de kwaliteit van het eindresultaat vormde.
De vordering tot betaling van € 5.335,46 aan gevolgschade wordt afgewezen
Bij het verwijderen van de door [gedaagde sub 1] aangebrachte gevelreclame door een derde partij is schade ontstaan aan de onderlaag. Daarom kon niet direct de nieuwe gevelreclame worden aangebracht maar moest deze gevolgschade eerst hersteld worden. Bij de vijf bovenste panelen aan de zonzijde (met plaatmateriaal als basis) is de verduisterende folie die onder de lagen reclamefolie zat, beschadigd geraakt. Ook aan de platen zelf ontstond schade waarna de derde partij die het herstel uitvoerde reden zag om ze alle vijf te vervangen. Het vervangen van deze platen en het opnieuw aanbrengen van verduisteringsfolie daarop heeft tot extra kosten van € 5.335,46 geleid. [eiseres] stelt dat deze gevolgschade toe te rekenen is aan [gedaagde sub 1] en wil daarom dat [gedaagde sub 1] deze vergoedt.
[gedaagde sub 1] betwist dat er een direct verband is tussen een tekortkoming van haar en de ontstane gevolgschade.
De gevolgschade moet alleen door [gedaagde sub 1] vergoed worden als er een direct verband bestaat tussen de tekortkoming van [gedaagde sub 1] en de uiteindelijke (indirecte) schade.[_bffd7054-a428-457b-8429-2c2f48ea52c7] [gedaagde sub 1] hoeft de ontstane gevolgschade niet te vergoeden omdat dit verband niet vast is komen te staan. [gedaagde sub 1] heeft de gevelreclame aangebracht op een al bestaande onderlaag. Die bestond op de vijf bovenste panelen aan de zonzijde in ieder geval uit een verduisterende folie en een met grijze verf beschilderde plaat. Maar er kunnen ook alternatieve oorzaken voor de gevolgschade zijn die niet aan [gedaagde sub 1] kunnen worden toegerekend. De oude gevelreclame is namelijk niet door [gedaagde sub 1] aangebracht en de gevolgschade ontstond bij het verwijderen van de bovenlaag door een derde partij.
Wat de oorzaak is voor het beschadigen van de onderlaag kan niet meer door een onafhankelijke deskundige worden vastgesteld. [eiseres] heeft de herstelwerkzaamheden namelijk al laten uitvoeren. Dat de oorzaak voor de gevolgschade daarom niet meer kan worden achterhaald, komt voor risico van [eiseres]. Op haar rust namelijk de plicht om te stellen en zo nodig te bewijzen dat er een direct verband bestaat tussen de tekortkoming van [gedaagde sub 1] en de ontstane gevolgschade.[_909bd9d0-bff3-43a8-88f7-67c7434f12fe] [eiseres] heeft tijdens de zitting gezegd wel overleg te hebben gepleegd met haar jurist en enkele deskundigen te hebben benaderd. Maar uiteindelijk heeft zij ervoor gekozen geen expertise te laten plaatsvinden en de gevelreclame zo snel mogelijk in de gewenste staat te brengen. De afwegingen die [eiseres] hiervoor tijdens de zitting heeft genoemd zijn begrijpelijk maar hebben wel het hiervoor genoemde juridische gevolg.
Ook in verband met de gevorderde gevolgschade heeft [gedaagde sub 1] als verweer gevoerd dat [eiseres] eigen schuld heeft. Maar omdat de betwisting van het causaal verband door [gedaagde sub 1] slaagt hoeft dit niet meer besproken te worden.
[gedaagde sub 1] moet wettelijke rente betalen
Wettelijke rente is een vergoeding voor schade die het gevolg is van het te
laat betalen van een geldsom. Als een schadevergoeding niet tijdig wordt betaald dan is na het verstrijken van de in de ingebrekestelling genoemde termijn sprake van verzuim. [gedaagde sub 1] is vanaf dat moment wettelijke rente verschuldigd.
[eiseres] vordert wettelijke rente met ingang van 4 augustus 2025. Dit baseert [eiseres] op de termijn van 14 dagen die [eiseres] in de ingebrekestelling van 21 juli 2025 heeft genoemd. Deze termijn start op 22 juli 2025 waardoor de laatste dag van de termijn 4 augustus 2025 was. [eiseres] maakt daarom pas per 5 augustus 2025 aanspraak op wettelijke rente. Op deze datum was dit deel van de vordering tot schadevergoeding opeisbaar en is [gedaagde sub 1] in verzuim gekomen met zijn verbintenis om deze schade te vergoeden.
[gedaagde sub 1] moet de buitengerechtelijke kosten betalen
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW. Het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten is niet van toepassing op een vordering uit hoofde van schadevergoeding. Of buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd moet daarom worden beoordeeld aan de hand van eisen die zijn geformuleerd in het Rapport Voorwerk II en bijgesteld in het Rapport BGK-Integraal. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten moet [eiseres] stellen en specificeren dat hij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt. De kosten moeten bovendien zien op andere werkzaamheden dan die waarvoor een proceskostenveroordeling wordt toegekend. Dat [eiseres] zulke kosten heeft gemaakt wordt door [gedaagde sub 1] niet betwist. Zij betwist alleen de hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten. Daarom wordt (in lijn met het toegewezen bedrag aan vervangende schadevergoeding) een bedrag van € 664,21 toegewezen.
[gedaagde sub 1] moet de proceskosten betalen
De opstelling van [gedaagde sub 1] heeft ertoe geleid dat [eiseres] deze procedure wel moest starten. [gedaagde sub 1] stelde zich nadat [eiseres] heeft geklaagd over de loslatende gevelreclame steeds stellig op het standpunt dat zij niet tekort was geschoten. [gedaagde sub 1] moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 132,62 | |
| - griffierecht | € | 559,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 864,00 | (2 punten × € 432,00) |
| - nakosten | € | 144,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 1.699,62 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling aan [eiseres] van een schadevergoeding van € 5.784,20, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 5 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 664,21 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten van € 1.699,62, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. L. Deerenberg - Schurer en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026. |
Voetnoten
- Artikel 6:74 BW
- Artikel 6:87 BW
- Artikel 6:82 lid 1 BW
- Artikel 6:87 lid 1 BW
- Artikel 6:101 BW
- Artikel 6:74 BW
- Artikel 150 Rv
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 6:96 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:119 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:74 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:87 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:82 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:101 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 150 Rv meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.