Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7456Zaaknummer 12119845 \ MC EXPL 26-1075
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12119845 \ MC EXPL 26-1075
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Almere
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Geldleningsovereenkomst? Nee, onvoldoende aangetoond dat uitgaven geen kosten voor gemeenschappelijke huishouding betreffen. Recht op verrekening (regres) vervallen op grond van samenlevingsovereenkomst. Geen onrechtmatig handelen van eiser in conventie en geen schending AVG verplichtingen. In reconventie gevorderde schadevergoeding afgewezen.
4 De beslissing
De kantonrechter
in conventie
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde], tot aan dit vonnis begroot op nihil,
in reconventie
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door
mr. M. Ramsaroep op 14 oktober 2026.
RW1368
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12119845 \ MC EXPL 26-1075
Vonnis van 14 oktober 2026
in de zaak van
[eiser],
in [plaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V.,
tegen
[gedaagde],
in de gemeente [plaats],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, tevens akte vermeerdering van eis in reconventie,- de conclusie van dupliek in reconventie.
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.
2 De kern van de zaak
[eiser] en [gedaagde] hebben een affectieve relatie gehad die inmiddels is geëindigd. Volgens [eiser] heeft hij een geldlening aan [gedaagde] verstrekt en zou [gedaagde] die in termijnen terugbetalen. Omdat [gedaagde] op een gegeven moment de termijnen niet meer heeft betaald, eis [eiser] nu het restant van de lening (volgens [eiser] € 12.500,-) op, met rente en incassokosten. [gedaagde] is het daarmee niet eens. Zij vordert onder meer een verklaring voor recht dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld, betaling door [eiser] van schadevergoeding (in totaal € 4.500,00) en van € 3.000,00 aan een gedeelte van de door [eiser] ontvangen verhuiskostenvergoeding, een contactverbod voor [eiser], verwijdering van verwerkte persoonsgegevens door [eiser] en tot slot dat de kantonrechter [eiser] beveelt diverse gegevens over te leggen. De kantonrechter wijst alle vorderingen af, zowel in conventie als in reconventie.
3 De beoordeling
in conventie
[eiser] baseert zijn vordering in conventie op het bestaan van een geldleningsovereenkomst. Het gaat (zo begrijpt de kantonrechter dat betoog) vooral om betalingen die [eiser] deed voor [gedaagde]. Volgens [gedaagde] is van een geldlening geen sprake, en moeten de betalingen van [eiser] worden gezien als kosten van de gezamenlijke huishouding. Voor zover [eiser] méér heeft betaald dan zijn deel van die kosten (zo betoogt [gedaagde] ), zou zijn recht op vergoeding van dat meerdere nu vervallen zijn. [gedaagde] beroept zich hiervoor op artikel 3 onder a van het door partijen overeengekomen samenlevingscontract[_34d6f38e-2623-4964-b791-e98ce94616ce]. Dat verweer slaagt, om de volgende redenen.
[eiser] gaat nauwelijks in op de stelling van [gedaagde] dat de door [eiser] betaalde zaken kosten van de gemeenschappelijke huishouding zijn, maar baseert zich er vooral op dat [gedaagde] het bestaan van een lening en een afbetalingsverplichting heeft erkend. Het klopt dat [gedaagde] het in de door partijen overgelegde correspondentie steeds heeft over “de lening” en over “afbetaling”. Die omschrijving geeft [gedaagde] ook steeds mee op de betalingen aan [eiser][_1474766e-f3bd-47bb-b80a-4280c7b8621e]. Maar in deze procedure heeft [gedaagde] gesteld en concreet onderbouwd dat zij zich door omstandigheden door [eiser] onder druk gezet voelde om tot terugbetaling over te gaan. Onder meer zou sprake zijn van een huiselijk geweldsincident op 27 oktober 2022, dat aan de periodieke terugbetalingen voorafging. De kantonrechter is van oordeel dat die uitleg aannemelijk genoeg is en [gedaagde] nu in deze procedure geloofwaardig op haar kennelijke erkenning terug kan komen. [eiser] kan zich dus niet uitsluitend en alleen op die erkenning baseren.
Het voorgaande betekent dat het op de weg van [eiser] had gelegen om duidelijk en concreet uit de doeken te doen waaruit het bedrag van de door hem gestelde geldlening bestaat, en dat dit geen kosten van de gemeenschappelijke huishouding zijn. Dat doet [eiser] onvoldoende. Het enige concrete bedrag waar [eiser] op ingaat betreft een betaling van € 6.019,30 aan de ex-werkgever van [gedaagde]. Met die betaling zou [gedaagde] van kennelijke verplichtingen bevrijd zijn en samen met [eiser] naar Curaçao kunnen verhuizen. Maar daarmee is niet gezegd dat dergelijke kosten niet onder kosten van de gezamenlijke huishouding vallen. Het meeverhuizen van [gedaagde] naar Curaçao was in het gezamenlijk belang van partijen, en wat onder kosten van de gezamenlijke huishouding valt is niet limitatief in het samenlevingscontract bepaald[_7c7ed787-097d-4deb-9eb2-3e214101ee0c]. Voor het overige bestaat de gestelde geldlening volgens [eiser] uit een ‘aflossing van een belastingschuld’, ‘aanschaf voor een auto’ en ‘vakantie’, zonder bedragen daarvoor te noemen. Maar die kosten zijn nu juist wél gespecificeerd genoemd onder de omschrijving van kosten van de gemeenschappelijke huishouding volgens het samenlevingscontract.
De conclusie is dat [eiser] zijn stelling dat sprake is van een geldlening die [gedaagde] zou moeten terugbetalen, onvoldoende nader heeft onderbouwd. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de door [eiser] betaalde bedragen kosten van de gemeenschappelijke huishouding kunnen zijn geweest. En volgens [gedaagde] is het recht van [eiser] om - voor zover [eiser] meer heeft betaald dan zijn deel - dat meerdere te vorderen vervallen. Dat heeft [eiser] niet weersproken. Uit dit alles volgt dat de hoofdsom moet worden afgewezen. Dat geldt dan automatisch voor de nevenvorderingen.
[eiser] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil. De procedure is uitsluitend schriftelijk verlopen en [gedaagde] procedeerde niet met een gemachtigde, althans dat volgt nergens uit..
in reconventie
In reconventie heeft [gedaagde] onderstaande vorderingen ingesteld, die genoemd en gelijk beoordeeld (afgewezen) zullen worden. De eisvermeerdering bij de conclusie van repliek in reconventie laat de kantonrechter toe. Van strijd met een goede procesorde - zoals [eiser] betoogt - is geen sprake. [eiser] is in de gelegenheid geweest daarop te reageren.
Een verklaring voor recht dat [eiser] onrechtmatig tegenover [gedaagde] heeft gehandeld
De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] op dit punt met name doelt op het handelen van [eiser] en/of zijn incassogemachtigde bij het buitengerechtelijke incassotraject. [gedaagde] verwijt [eiser] dat hij onrechtmatig de (ex-)werkgever van [gedaagde] heeft benaderd, ongeoorloofd persoonsgegevens van haar en haar ouders heeft gebruikt en het incassotraject niet heeft stopgezet na het verweer van [gedaagde] (hoewel zij om stopzetting vroeg).
Het enkele feit dat de vordering van [eiser] in conventie nu in deze procedure wordt afgewezen, betekent niet dat het buitengerechtelijke incassotraject onrechtmatig is geweest. De vordering van [eiser] was niet bij voorbaat kansloos. [eiser] en zijn incassogemachtigde hebben dus in het kader van een redelijk en gerechtvaardigd incassotraject de (ex-)werkgever en de ouders van [gedaagde] kunnen benaderen. Voor het verwerken van hun persoonsgegevens en de persoonsgegevens van [gedaagde] bestond een gerechtvaardigd belang[_904e948c-a5f6-466f-9864-659c6a91c8bf]. Van onrechtmatig handelen is geen sprake.
Veroordeling van [eiser] tot betaling van € 3.500,00 aan immateriële schadevergoeding
[gedaagde] baseert haar vordering op dit punt op het voorval van huiselijk geweld op 27 oktober 2022 (zie ook hiervoor onder 3.2), de gestelde AVG-schendingen, en volgens [gedaagde] de ‘jarenlange intimidatie en financiële druk’ door [eiser]. Dat wordt afgewezen. Het voorval van huiselijk geweld, hoe ontoelaatbaar ook, geeft niet op zichzelf en automatisch recht op een schadevergoeding. Hiervoor is al geoordeeld dat er van AVG-schendingen geen sprake is. Het bestaan van ‘jarenlange intimidatie en financiële druk’ heeft [gedaagde] niet of nauwelijks concreet onderbouwd.
Veroordeling van [eiser] tot betaling van € 3.000,00 wegens het niet afgedragen deel van de verhuiskostenvergoeding
Bij de verhuizing van [eiser] en [gedaagde] naar Curaçao heeft [eiser] kennelijk destijds een verhuiskostenvergoeding van zijn toenmalige werkgever ontvangen van € 6.000,00. Volgens [gedaagde] zou zij recht hebben op de helft van dat bedrag. De kantonrechter begrijpt de redenering van [gedaagde] zo, dat zij stelt dat [eiser] de helft méér zou hebben gekregen omdat [gedaagde] destijds de partner van [eiser] was. Zou [eiser] alleen zijn geweest, dan had (nog steeds volgens [gedaagde]) de verhuiskostenvergoeding dus slechts € 3.000,00 geweest.
De kantonrechter ziet geen rechtsgrond op basis waarvan de vordering kan worden toegewezen. De vergoeding is aan [eiser] toegewezen en [gedaagde] was daarbij geen contractpartij. Het samenlevingscontract bepaalt niets over ontvangen vergoedingen, laat staan over vermeend teveel ontvangen vergoedingen. Logisch gesproken zal de ontvangen vergoeding besteed zijn aan de kosten voor de gezamenlijke huishouding, althans heeft [gedaagde] niets aangevoerd waaruit anders blijkt. Net zoals hiervoor in conventie voor [eiser] is geoordeeld, is het recht van [gedaagde] om verrekening daarvan te vorderen, vervallen.
Veroordeling van [eiser] tot betaling van € 1.000,00 aan achtergelaten inboedel
Bij het einde van de affectieve relatie tussen partijen is [gedaagde] uit de gezamenlijke woning vertrokken. Volgens [gedaagde] moet [eiser] de inboedel die zij heeft achtergelaten betalen. Dat wordt afgewezen. Uit het ongedateerde appbericht van [eiser] aan [gedaagde][_6862ce8e-0e9e-4841-9f61-47afe14d06b8] blijkt dat juist [eiser] wilde dat [gedaagde] haar inboedel zou ophalen. [eiser] geeft in dat bericht een termijn aan [gedaagde] om dit uiterlijk 17 november 2024 te doen. Dat heeft [gedaagde] kennelijk nagelaten, en dat blijft voor haar risico. [eiser] houdt de inboedel niet onrechtmatig onder zich en van een schadevergoeding kan dus geen sprake zijn.
Een algeheel contactverbod voor [eiser] voor [gedaagde], de ouders van [gedaagde] en de werkgever van [gedaagde] over de gestelde vordering
Dat wordt afgewezen. Uit niets blijkt dat het contact van [eiser] onrechtmatige hinder oplevert voor genoemde personen, althans heeft [gedaagde] daarvoor volstrekt te weinig concreet aangevoerd.
Een bevel aan [eiser] tot verwijdering en verwijderd houden van alle persoonsgegevens die [eiser] in het kader van deze kwestie heeft verwerkt
Deze vordering wordt afgewezen omdat die te onbepaald is. Ook is hiervoor al geoordeeld dat de verwerking van persoonsgegevens door [eiser] en/of zijn incassogemachtigde niet onrechtmatig is geweest.
[gedaagde] is reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op € 864,00 (salaris 2 punten × € 360,00 plus nakosten € 144,00), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4 De beslissing
De kantonrechter
in conventie
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde], tot aan dit vonnis begroot op nihil,
in reconventie
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door
mr. M. Ramsaroep op 14 oktober 2026.
RW1368
Voetnoten
- Productie A van [gedaagde]
- Productie 2 van [eiser]
- Zie artikel 3 onder c van het samenlevingscontract, productie A van [gedaagde]
- Artikel 6 lid 1 sub f Verordening (EU) 2016/679 (AVG)
- Productie 1 van [eiser]
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.