Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7201Zaaknummer C/16/616721 / HL ZA 26-239
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/16/616721 / HL ZA 26-239
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verstek. Verkeerde partij gedagvaard. Afwijzing.
De rechtbank
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.J. Schoenaker en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.
5274
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/616721 / HL ZA 26-239
Vonnis van 7 oktober 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. M.R. van Leeuwen,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 augustus 2026;- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt gewezen.
2 De kern van de zaak
[eiser] heeft in Nieuwendam een perceel met een agrarische bestemming gekocht. [eiser] stelt dat hij dit perceel van [gedaagde] heeft gekocht en dat [gedaagde] de suggestie heeft gewekt dat de waarde van het perceel op korte termijn door een bestemmingswijziging zal toenemen. Van concrete bouwplannen of toekomstige bestemmingswijzigingen is echter in het geheel geen sprake. [eiser] heeft daardoor een niet-marktconforme koopprijs voor de percelen betaald. [eiser] stelt de koopovereenkomst op grond van oneerlijke handelspraktijken dan wel dwaling te hebben vernietigd en wil dat [gedaagde] het perceel grond terugneemt en de koopprijs terugbetaalt. De rechtbank wijst de vorderingen af, omdat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard.
3 De beoordeling
Tegen [gedaagde] is verstek verleend
[gedaagde] is in deze procedure niet verschenen. Tegen haar is daarom verstek verleend. Dat betekent dat de vorderingen worden toegewezen, tenzij de rechtbank vindt dat deze onrechtmatig of ongegrond zijn.
[eiser] heeft de verkeerde partij gedagvaard. De vorderingen worden afgewezen
[eiser] stelt dat hij het perceel grond van [gedaagde] (een besloten vennootschap) heeft gekocht en geleverd. In de koopovereenkomst (productie 6) staat als verkoper enkel ‘Bedrijfsnaam: [gedaagde] ’. Daaruit volgt niet voldoende duidelijk welke (rechts)persoon de verkoper is. Uit de aanhef van de akte van levering (productie 7) volgt echter dat het perceel is verkocht en geleverd door [A] (hierna: [A]) als natuurlijk persoon.
Dit betekent dat [gedaagde], die in deze zaak gedagvaard is, geen partij is bij de koopovereenkomst en de akte van levering. Dat is [A] als natuurlijk persoon. Uit de akte van levering volgt weliswaar dat [A] een volmacht heeft verleend aan een medewerker van het notariskantoor en dat hij daarbij handelde ‘namens’ zijn eenmanszaak met de naam ‘ [gedaagde] ’, maar dit betekent niet dat [gedaagde] (de vennootschap) contractspartij is.
De conclusie is dat [eiser] zijn vorderingen tegen de verkeerde partij heeft ingesteld. De vorderingen zijn daarom niet toewijsbaar.
[eiser] moet de proceskosten betalen
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil.
4 De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.J. Schoenaker en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.
5274
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.