Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 25 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7126Zaaknummer UTR 25/4337-V

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
UTR 25/4337-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat verweerder, ondanks meerdere verzoeken, geen verweer heeft gevoerd.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

de griffier is verhinderd

deze uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4337-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2026 op het verzet van

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, te Utrecht, opposante.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat geopposeerde heeft ingediend omdat opposante niet op tijd heeft beslist op het bezwaar in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

In de uitspraak van 6 november 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.

Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.

Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 6 november 2025 het beroep gegrond verklaard, omdat opposante niet tijdig een besluit heeft genomen op het bezwaar van geopposeerde.

Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.

De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 6 november 2025 niet juist was.

3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 6 november 2025 niet juist. In deze uitspraak heeft de rechtbank aangegeven dat opposante, ondanks meerdere verzoeken, geen verweerschrift heeft ingediend, terwijl hij dat wel heeft gedaan onder zaaknummer UTR 25/4063.

4. De rechtbank volgt opposante hierin. Opposante heeft in haar verweerschrift van 21 juli 2025 in de zaak UTR 24/4063 aangegeven dat geopposeerde een foutieve werkgever in haar beroepschrift heeft vermeld. De rechtbank heeft deze zaken afzonderlijk geregistreerd en het verweerschrift niet bijgevoegd in de onderhavige zaak. Dit betekent dat er onjuistheden staan in de uitspraak van 6 november 2025.

5. De rechtbank ziet in hetgeen opposante heeft aangevoerd aanleiding om

anders te oordelen dan in de uitspraak van 6 november 2025. Het verzet is gegrond. Dit betekent dat de uitspraak niet in stand blijft.

6. De zaak wordt nu verder behandeld door de rechtbank. Opposante krijgt hierover nog

bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposante gelijk zal geven in de beroepszaak. Dat moet nog beoordeeld worden.

7. De rechtbank neemt nu nog geen beslissing over de vergoeding van de proceskosten.

Dit gebeurt pas in de einduitspraak over het beroep.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

de griffier is verhinderd

deze uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.