Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 17 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7116Zaaknummer C/16/614375 / JL RK 26-429

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
C/16/614375 / JL RK 26-429
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Almere
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over de vervanging van de gecertificeerde instelling

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

vervangt de gecertificeerde instelling Stichting Samen Veilig Midden-Nederland door de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 door mr. J.M. Atema, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Rijs als griffier, en op schrift gesteld op 30 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.[_05418117-2e01-4ab4-bf65-1b17b144aaff]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/16/614375 / JL RK 26-429

Datum uitspraak: 17 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over de vervanging van de gecertificeerde instelling

in de zaak van

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats 1],

advocaat: mr. L.D.H. Lesmeister uit Almere,

over

[minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [plaats 1],

hierna te noemen: [minderjarige 1].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats 2],

advocaat mr. J.M. Wigman uit Den Haag,

SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,

gevestigd in Almere,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI SAVE),

LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,

gevestigd te Lelystad,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (LDH).

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 juli 2026;

  • de brief van de vader met bijlagen van 15 september 2026;
  • het bericht van de moeder met bijlagen van 16 september 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- [A.] en [B.] namens de GI.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

1.4.

De kinderrechter heeft op 17 september 2026 direct na de zitting mondeling uitspraak gedaan. Deze beschikking is de schriftelijke vastlegging daarvan.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1].

2.2.

[minderjarige 1] verblijft op dit moment bij zijn vader.

2.3.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 29 januari 2026 [minderjarige 1] onder toezicht gesteld tot 29 januari 2027.

2.4.

Naast [minderjarige 1] hebben de ouders ook een dochter, [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2025. [minderjarige 2] is niet onder toezicht gesteld.

3 Het verzoek

De moeder verzoekt de kinderrechter om de GI, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

De moeder

4.1.

De moeder heeft haar verzoek ter zitting gehandhaafd. Zij heeft aangevoerd dat de eerdere ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] is beëindigd, omdat er geen verbetering meer haalbaar was. Nadat zich in oktober 2025 een incident tussen de moeder en [minderjarige 1] heeft voorgedaan en het contact tussen hen is verbroken, is [minderjarige 1] bij beschikking van 29 januari 2026 opnieuw onder toezicht gesteld. Beide ouders hebben met deze ondertoezichtstelling ingestemd.

4.2.

De uitvoering van de ondertoezichtstelling is opnieuw opgedragen aan dezelfde GI. Kort na de beschikking van 29 januari 2026 heeft de moeder haar zorgen geuit over de betrokkenheid van dezelfde GI en de reeds bij het gezin bekende gezinsvoogd, [C.]. Volgens de moeder heeft deze gezinsvoogd zich eerder negatief over haar uitgelaten, ontbreekt het aan vertrouwen en is de communicatie tussen hen problematisch, waardoor een constructieve samenwerking volgens de moeder feitelijk onmogelijk is. Omdat de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) het volgens de moeder ook opmerkelijk vond dat dezelfde GI betrokken bleef, heeft de Raad de GI informeel geadviseerd een andere gezinsvoogd in te zetten. Aan het verzoek van de moeder om vervolgens een nieuwe gezinsvoogd te benoemen is echter geen gevolg gegeven. In plaats daarvan is gezinsvoogd [D.] als tweede gezinsvoogd aan de casus toegevoegd.

4.3.

Volgens de moeder heeft de GI SAVE in de eerste drie maanden na het uitspreken van de ondertoezichtstelling geen concrete stappen gezet om het contact tussen haar en [minderjarige 1] te herstellen. Ook heeft zij, anders dan in april 2026 is afgesproken, niet iedere twee weken een update van de gezinsvoogd ontvangen over hoe het met [minderjarige 1] gaat. Daarnaast is de moeder ontevreden over het uitblijven van passende hulpverlening voor [minderjarige 1]. Hoewel de ondertoezichtstelling inmiddels acht maanden loopt, is [naam] voor [minderjarige 1] pas twee weken geleden ingezet. Inmiddels zijn bovendien beide betrokken gezinsvoogden om medische redenen uitgevallen en is niet bekend wanneer zij hun werkzaamheden zullen hervatten.

4.4.

Gelet op het voorgaande heeft de moeder er onvoldoende vertrouwen in dat de betrokkenheid van de huidige GI zal leiden tot herstel van het contact tussen haar en [minderjarige 1] en tot vermindering van de strijd tussen de ouders. Contactherstel tussen de moeder en [minderjarige 1] vormt volgens haar een van de belangrijkste doelen van de ondertoezichtstelling. Zij vreest dat onder begeleiding van de huidige GI geen herstelgesprek zal plaatsvinden en er geen stappen worden gemaakt. Volgens de moeder kan de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] niet worden weggenomen zolang de communicatie en samenwerking tussen haar en de GI SAVE zo problematisch blijven.

De vader

4.5.

De vader is het niet eens met het verzoek van de moeder. Hij heeft aangevoerd dat ook tijdens de vorige ondertoezichtstelling een tweede gezinsvoogd bij het gezin betrokken was en dat de samenwerking destijds ook stroef verliep. De vader en [minderjarige 1] hebben volgens hem een goede band met de huidige gezinsvoogd. Volgens de vader is [minderjarige 1] een jongen die moeite heeft zijn emoties te uiten en praat hij daarom gemakkelijker met iemand die hij al kent. Om die reden vindt de vader het niet wenselijk om van gezinsvoogd of GI te wisselen.

4.6.

Daarnaast komt volgens de vader het contactherstel tussen de moeder en [minderjarige 1] niet op gang, omdat [minderjarige 1] daar op dit moment nog niet aan toe is. In het afgelopen jaar heeft [minderjarige 1] veel meegemaakt, onder meer op school en in verband met de verhuizing. Hij heeft daarom eerst behoefte aan rust en ruimte om deze gebeurtenissen te verwerken voordat een herstelgesprek met de moeder kan plaatsvinden. Volgens de vader luistert de huidige GI naar de wensen en behoeften van [minderjarige 1] en handelt de GI daarnaar. De vader stelt dat de moeder op zoek is naar een GI die meer in haar wensen ten aanzien van het contactherstel meegaat. Een wisseling van GI zal volgens hem echter niet tot een andere situatie leiden, omdat ook een andere GI rekening zal moeten houden met de wensen en behoeften van [minderjarige 1].

De GI

4.7.

De GI heeft toegelicht dat bij aanvang van de tweede ondertoezichtstelling bewust is gekozen voor dezelfde gezinsvoogd, omdat zij gedurende de gehele eerdere ondertoezichtstelling betrokken is geweest en daardoor bekend is met de voorgeschiedenis van het gezin. Daarnaast heeft de gezinsvoogd volgens de GI een goede band met [minderjarige 1] en de vader en verloopt de communicatie tussen hen goed. Om de moeizame communicatie tussen de moeder en de gezinsvoogd te verbeteren, is een tweede gezinsvoogd aan de casus toegevoegd. Daarnaast is de hulpverlening voor [minderjarige 1] volgens de GI nog niet op gang gekomen, omdat de onderzochte hulpverleningstrajecten niet passend bleken te zijn bij zijn hulpvraag.

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en de zitting is naar het oordeel van de kinderrechter vast komen te staan dat de GI, die nu belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, moet worden vervangen door een andere GI, namelijk de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering. De kinderrechter is namelijk van oordeel dat sprake is van een onwerkbare situatie en dat dit niet in het belang van [minderjarige 1] is. Dit wordt hierna toegelicht.

5.2.

Hoewel de huidige gezinsvoogd een goede band heeft met [minderjarige 1] en de vader, zij al langere tijd bij het gezin betrokken is en het belangrijk is dat [minderjarige 1] niet steeds met verschillende personen wordt geconfronteerd, wegen deze belangen naar het oordeel van de kinderrechter niet op tegen de problemen die inmiddels zijn ontstaan in de samenwerking tussen de moeder en SAVE. De moeder heeft vanaf het begin van deze tweede ondertoezichtstelling bezwaren geuit tegen de betrokkenheid van SAVE en dezelfde gezinsvoogd. Ook de Raad heeft destijds kennelijk geadviseerd aan andere gezinsvoogd in te zetten. De GI heeft ervoor gekozen de huidige gezinsvoogd te behouden en een tweede gezinsvoogd toe te voegen om de communicatie met de moeder te verbeteren. De kinderrechter constateert dat dit niet tot de benodigde verbetering heeft geleid. Uit het dossier blijkt niet dat, en hoe, de communicatie met de moeder is opgepakt, en de GI heeft dit ter zitting desgevraagd niet verder toe kunnen lichten.

5.3.

Dit is naar het oordeel van de kinderrechter extra problematisch omdat een belangrijk doel van de ondertoezichtstelling ziet op het contactherstel tussen [minderjarige 1] en de moeder. Om aan die doelstelling te kunnen werken, is het noodzakelijk dat de GI niet alleen met [minderjarige 1] en de vader, maar ook met de moeder voldoende kan communiceren en samenwerken. Op dit moment ontbreekt daarvoor een werkbare basis en slaagt de GI er onvoldoende in om de moeder bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling te betrekken. Daarbij komt het ongelukkig toeval dat beide gezinsvoogden momenteel om medische redenen zijn uitgevallen en niet duidelijk is wanneer zij terugkeren. De GI kan daar uiteraard niets aan doen, maar deze afwezigheid zorgt er wel voor dat onduidelijk is hoe en door wie de ondertoezichtstelling verder wordt uitgevoerd. Dat is niet wenselijk in de situatie waarin de werkrelatie met de moeder al ernstig onder druk staat.

5.4.

De kinderrechter benadrukt dat vervanging van de GI niet betekent dat onmiddellijk kan worden toegewerkt naar een herstelgesprek tussen [minderjarige 1] en de moeder. Het is aan de nieuwe GI, LDH, om, met inachtneming van de wensen en behoeften van [minderjarige 1], te beoordelen wanneer en op welke wijze aan contactherstel kan worden gewerkt. Het is mogelijk dat LDH tot dezelfde conclusie komt als SAVE, namelijk dat [minderjarige 1] nog niet toe is aan een herstelgesprek. Ook moet de moeder er rekening mee houden dat LDH, net als de andere GI’s, te maken heeft met personeelskrapte en uitval van medewerkers. De moeder moet, met andere woorden, het traject met realistische verwachtingen ingaan en zichzelf daarbij ook ten volle gaan inzetten voor een goede samenwerking.

5.5.

Dat neemt niet weg dat de huidige onwerkbare situatie moet worden doorbroken. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige 1] dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling met een nieuwe GI en daarmee met een schone lei wordt voortgezet. LDH kan met beide ouders en [minderjarige 1] in gesprek gaan en vanuit een nieuwe uitgangspositie beoordelen wat [minderjarige 1] nodig heeft en welke stappen mogelijk zijn. Daarbij vindt de kinderrechter het van belang dat reeds ingezette hulpverlening van [naam] zoveel mogelijk wordt voortgezet, zodat op dat punt geen onnodige vertraging ontstaat.

5.6.

De kinderrechter vindt het belangrijk om aan de ouders te laten weten dat aan [minderjarige 1] tegelijk met deze beschikking een brief is gestuurd. Zo heeft de kinderrechter dit met [minderjarige 1] afgesproken tijdens het kindgesprek. In de brief aan [minderjarige 1] is het volgende opgenomen:

“Beste [minderjarige 1],

Een tijdje geleden spraken we elkaar op de rechtbank in Lelystad. Ik vond het fijn dat je wilde komen. Ik schrijf je deze brief omdat ik een beslissing heb genomen. Jouw vader heeft je dat denk ik al verteld, maar ik wil het je ook zelf graag uitleggen, zoals we hadden afgesproken.

Ik heb beslist dat Samen Veilig Midden-Nederland niet langer betrokken is bij jouw gezin. Je kent de gezinsvoogd van Samen Veilig Midden-Nederland ( [C.] en ook [D.]) al een hele tijd en ik begrijp dat het fijn kan zijn om met iemand te praten die je al kent. Zeker als je het moeilijk vindt om over jouw gevoelens te praten. Daarom heb ik goed nagedacht over wat het voor jou betekent als er andere mensen bij jouw gezin betrokken raken. Ik snap dat een nieuw gezicht voor jou misschien niet fijn is.

Toch heb ik besloten dat een andere organisatie bij jullie thuis komt helpen. Dat wordt het Leger des Heils. De belangrijkste reden daarvoor is dat het contact tussen jouw moeder en Samen Veilig Midden-Nederland al langere tijd niet goed gaat. Daardoor lukt het niet goed genoeg om samen te werken aan de problemen die er zijn. Ik vind het belangrijk dat de gezinsvoogd met jou en allebei jouw ouders kan samenwerken.

Dit betekent niet dat jij nu meteen contact met jouw moeder moet hebben. De nieuwe gezinsvoogd zal eerst met jou gaan praten en kijken naar wat jij nodig hebt. Daarna wordt bekeken of, wanneer en op welke manier er aan het contact met je moeder kan worden gewerkt.

Ik hoop dat de nieuwe gezinsvoogd samen met jou en jouw ouders een nieuwe start kan maken en dat jullie een goede klik zullen hebben. Ook vind ik het heel belangrijk om je te zeggen dat dit alles niet jouw schuld is. Het is aan de volwassenen om ervoor te zorgen dat er goed wordt samengewerkt en dat jij de hulp krijgt die je nodig hebt. Ook voor volwassenen is dat soms erg moeilijk, maar je ouders moeten daar echt allebei hun best voor doen.

Ik hoop dat je de komende tijd meer rust en duidelijkheid krijgt. Zo kun jij je weer richten op leuke dingen die voor jou belangrijk zijn, zoals waterpolo en jouw [huisdier]. Dankjewel dat je tijdens ons gesprek zo open bent geweest. Ik vond dat heel knap en dapper van je. Ik wens je heel veel succes op het [school] en vooral ook veel plezier! Zet hem op!

Groeten, de kinderrechter”

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

vervangt de gecertificeerde instelling Stichting Samen Veilig Midden-Nederland door de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 door mr. J.M. Atema, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Rijs als griffier, en op schrift gesteld op 30 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.[_05418117-2e01-4ab4-bf65-1b17b144aaff]

Voetnoten

  1. Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.