Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 17 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7108Zaaknummer C/16/615905 / JL RK 26-503
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/16/615905 / JL RK 26-503
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Almere
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling. Moeder blij met betrokkenheid GI.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot [datum] 2026;
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 26 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A. Spanninga als griffier, en op schrift gesteld op 2 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummer: C/16/615905 / JL RK 26-503
Datum uitspraak: 17 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 3].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats 1], gemeente [gemeente],
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 augustus 2026, mee in de beoordeling.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- [A.] en [B.] namens de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. Zij hebben de mogelijkheid om hun mening te geven niet gebruikt.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3].
[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 16 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 26 september 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_0129c156-d9a8-4e39-9bec-15891471c82b] De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot zijn meerderjarigheid en verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar.[_d57d47ac-2217-4a48-a0b2-84174292df3c] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
In het afgelopen jaar van de ondertoezichtstelling hebben alle drie de kinderen zich positief ontwikkeld. [minderjarige 1] heeft op een behandelgroep van [naam] gewoond en heeft hier onder andere geleerd om beter met zijn emoties om te gaan en huishoudelijke taken uit te voeren. Nu hij weer bij zijn moeder woont is zichtbaar wat hij heeft geleerd. Daarnaast heeft [minderjarige 1] zijn diploma gehaald op de [school 1] en werkt hij op dit moment met veel plezier bij [bedrijf] in [plaats 2]. [minderjarige 2] is vanwege zijn positieve gedragsverandering gestart met het volgen van onderwijs op [school 2]. Hij heeft vóór de zomervakantie ook schoolexamens gemaakt, waarvoor hij hoge cijfers heeft gehaald. [minderjarige 3] is in januari gestart op een nieuwe school, de [school 1], waar hij zich positief ontwikkelt. Vóór de zomervakantie durfde [minderjarige 3] nog niet mee te doen met de gym- en zwemlessen, maar inmiddels gaat dit ook goed.
Ondanks de zichtbare positieve ontwikkelingen is de kinderrechter van oordeel dat de ontwikkeling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] nog steeds ernstig wordt bedreigd en dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging onvoldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. [minderjarige 1] wordt in [maand] achttien jaar. Het is daarom belangrijk dat [minderjarige 1] leert om de positieve veranderingen zelfstandig vast te houden. Voor een positieve overgang naar meerderjarigheid heeft [minderjarige 1] daarbij nog hulp nodig. [minderjarige 2] ontwikkelt zich goed op school, maar het is nog onduidelijk hoe de schoolgang van [minderjarige 2] zal verlopen in het nieuwe schooljaar. [minderjarige 2] is begonnen met drie dagen onderwijs en twee dagen stage en kan op dit moment niet méér aan. De ontwikkeling op school is nog kwetsbaar en de continuïteit is nog onvoldoende geborgd. Daarnaast vertoont [minderjarige 2] gedragsproblemen bij zijn moeder thuis en op straat. Door zijn opstandige gedrag komt hij in onveilige situaties terecht. Bovendien staat [minderjarige 2] niet open voor behandeling. [minderjarige 3] is erg beïnvloedbaar en neemt het gedrag van zijn broers en van medebewoners van [locatie] over. Hij vertoont daardoor opstandig gedrag. Daarnaast heeft [locatie] eenmalig signalen van grensoverschrijdend gedrag bij [minderjarige 3] vastgesteld. [minderjarige 3] volgt speltherapie en het is van belang dat die behandeling wordt voortgezet. Na de zomervakantie is [minderjarige 3] gestart op een nieuwe school. Hierdoor moet hij in korte tijd opnieuw wennen aan een nieuwe structuur, nieuwe verwachtingen en een nieuwe sociale omgeving. De logeerweekenden bij [locatie] worden uitgebreid. Vanwege deze veranderingen is duidelijke begeleiding en betrokken hulpverlening van belang voor [minderjarige 3]. Gelet op de kwetsbare ontwikkelingen van de kinderen, is de betrokkenheid van de GI nog noodzakelijk. Het lukt de ouders zelfstandig onvoldoende om de kinderen aan te sturen vanwege het gedrag van de kinderen. Daarnaast vragen de kinderen veel aandacht van de moeder en lukt het haar daardoor niet om ook de nodige hulpverlening te regelen. De moeder is dan ook erg blij met de betrokkenheid van de GI. Zij wil graag dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd, omdat de GI dan de nodige zaken kan regelen, terwijl zij zich op de kinderen focust. Ook de vader is het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling voor alle drie de kinderen te verlengen voor de duur van een jaar. De GI zal de ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] verlengen tot
[datum] 2026, omdat [minderjarige 1] op [datum] 2026 achttien jaar wordt. Het overige deel van het verzoek wijst de kinderrechter daarom af.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.[_f4862e32-ed30-492f-b40e-d19d8d7f622e]
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot [datum] 2026;
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 26 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A. Spanninga als griffier, en op schrift gesteld op 2 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:260 BW.
- Artikel 1:260, eerste lid, BW
- Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.