Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 10 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7072Zaaknummer UTR 26/6460

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10 september 2026
Publicatiedatum
29 oktober 2026
Zaaknummer
UTR 26/6460
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT WOO aanvraag gegrond

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 200,- aan eiseres moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.

de griffier is verhinderd deze uitspaak

mede te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/6460

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres], te [plaats], eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 9 juli 2026, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek van 30 april 2026 om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op haar aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiseres heeft op 30 april 2026 een verzoek om informatie op grond van de Woo (Woo-verzoek) ingediend. Op grond van artikel 4.4, eerste lid, van de Woo moet verweerder binnen vier weken beslissen op het Woo-verzoek. Verweerder heeft de ontvangst van het Woo-verzoek digitaal bevestigd. Verweerder had dus uiterlijk 29 mei 2026 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 5 juni 2026 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken. Eiseres heeft op 9 juli 2026 beroep ingesteld.

4. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De standaardtermijn waarbinnen verweerder alsnog op het verzoek moet beslissen bedraagt in beginsel twee weken na deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, Awb). Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb).

5. Verweerder heeft, na het verleende uitstel tot en met 17 augustus 2026, geen verweerschrift ingediend. Van bijzondere omstandigheden om een langere beslistermijn vast te stellen, is dan ook niet gebleken. De rechtbank stelt de beslistermijn daarom vast op de standaardtermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak.

6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van de Awb).

8. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden.

9. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 200,- aan eiseres moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.

de griffier is verhinderd deze uitspaak

mede te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.