Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 22 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7054Zaaknummer 11960688 UM VERZ 25-6612

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22 september 2026
Publicatiedatum
15 oktober 2026
Zaaknummer
11960688 UM VERZ 25-6612
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wahv, verlaging boete uit 2024, strijd met het evenredigheidsbeginsel. Deze kantonrechter sluit aan bij de uitspraak van 30 juni 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3707) waarin de verhoging van de boetebedragen uit 2024 onverbindend is verklaard.

de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,

locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.

Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending proces-verbaal:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Standpunten
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: 11960688 UM VERZ 25-6612

CJIB-nummer: 265289537

beslissing van de kantonrechter van 22 september 2026 en proces-verbaal van de zitting van 8 september 2026

inzake

[betrokkene], te [postcode] [plaats], Postbus [nummer],

hierna te noemen: betrokkene,

gemachtigde: Appjection B.V..

Procesverloop

Bij inleidende beschikking is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd van € 79,00. De sanctie is opgelegd voor een gedraging op 4 april 2024 om 15:13 uur te Utrecht, Stadsbaan Leidsche Rijn met de personenauto, kenteken [kenteken]. Het gaat om overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom, met 9 km/h.

Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de sanctie gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.

Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 8 september 2026 hun zienswijze nader toe te lichten. Gemachtigde is verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen.

De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.

Standpunten

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat het volgende aangevoerd:

- de gedraging kan niet worden vastgesteld omdat het ijkrapport ontbreekt;

- geen fotografische opnamen in het dossier;

- er wordt om proceskostenvergoeding verzocht.

De gemachtigde persisteert bij wat er in het beroepschrift is aangevoerd.

De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat het beroep bij de kantonrechter gedeeltelijk gegrond is gelet op de schending van de redelijke termijn van berechting. Voor de schending van de redelijke termijn dient het sanctiebedrag te worden gematigd met 25%. Voor het overige stelt zij zich op het standpunt dat het beroep bij de kantonrechter ongegrond is. Een ijkrapport is niet zonder meer vereist als onderdeel van het dossier, tenzij er redelijkerwijs twijfel bestaat over de aspecten waarop die informatie betrekking heeft. Het enkel opwerpen dat de gebruikte apparatuur mogelijk niet voldoet, levert die twijfel niet op. De zittingsvertegenwoordiger verwijst hierbij naar het arrest (ECLI:NL:GHARL:2018:3187). Daarbij geldt dat het ontbreken van een foto in het dossier niet betekent dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De verbalisant was aanwezig ten tijde van de gedraging en diens verklaring is voldoende om de gedraging vast te stellen.

Beoordeling

De kantonrechter stelt vast dat de gedraging is verricht en overweegt daartoe als volgt.

In zaken op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

De verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht vermeldt: “De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter (lasergun).

Gemeten (afgelezen) snelheid: 62.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 59.

Toegestane snelheid: 50.

Overschrijding met: 9.

Merk/soort meetmiddel: Kustom signals inc.LASERCAM4.

Serienummer: LE0601.

Meetafstand: 318,00 m.

Goedkeuring meetmiddel geldig tot: 16-10-2024.

(…)

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd, geen aanleiding te twijfelen aan deze uitkomst van het snelheidsmeetmiddel en de verklaring van de verbalisant. Daarbij wordt overwogen dat de snelheid blijkens de verklaring van de verbalisant is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. De verbalisant was ter plaatse bij het vaststellen van de gedraging en de kantonrechter kent daarom doorslaggevende betekenis toe aan diens verklaring. In hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ziet de kantonrechter geen reden om anders te oordelen. De enkele ontkenning, zonder specifieke feiten en omstandigheden, geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant. Uit het dossier blijken dergelijke feiten en omstandigheden evenmin. Betrokkene heeft een foto opgevraagd van de gedraging er is echter geen foto gemaakt van de gedraging. Het enkele feit dat van de gedraging geen foto is gemaakt, levert geen twijfel op en betekent niet dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Een foto van de gedraging is immers geen vereiste om vast te kunnen stellen dat een gedraging is verricht. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het toevoegen van een ijkrapport van de meetapparatuur aan het dossier (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3187).

Evenredigheidsbeginsel

De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het boetebedrag van € 79,00 onevenredig hoog is. De kantonrechter overweegt daarover het volgende.

Met ingang van 1 maart 2024 zijn de verkeersboetes die op grond van de Wahv worden opgelegd, verhoogd met (ruim) 10%. De algemene maatregel van bestuur die aan deze verhoging ten grondslag ligt, is door een andere kantonrechter van deze rechtbank getoetst in de uitspraak van 30 juni 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3707). In deze uitspraak is geoordeeld dat de verhoging onverbindend is, omdat sprake is van strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

Deze kantonrechter sluit zich aan bij het oordeel uit de uitspraak van 30 juni 2026 en verwijst naar de overwegingen uit die uitspraak. Dat heeft tot gevolg dat de betrokkene slechts een boete had mogen krijgen ter hoogte van het bedrag dat voor deze overtreding gold vóór 1 maart 2024. Het beroep is gegrond en de kantonrechter zal de boete alsnog vaststellen op € 72,00.

De kantonrechter stelt vervolgens vast dat de redelijke termijn in deze zaak is overschreden. In lijn met vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verbindt de kantonrechter aan deze constatering de consequentie dat het sanctiebedrag wordt gematigd met 25 procent (ECLI:NL:GHARL:2023:6369).

Proceskostenvergoeding

De kantonrechter ziet aanleiding om de officier van justitie te veroordelen in de proceskosten van de betrokkene. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand in de fase van administratief beroep wordt geen vergoeding toegekend, omdat de onrechtmatigheid in het boetebedrag niet te wijten is aan de ambtenaar die de boete heeft opgelegd. Voor de rechtsbijstand in de fase van beroep bij de kantonrechter krijgt de betrokkene € 934 per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en de zitting bijgewoond. Vanwege de aard van de zaak hanteert de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (licht). De hoogte van de vergoeding wordt op grond van artikel 13a, tweede lid onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met 0,25, omdat de sanctie wordt gewijzigd en niet is gebleken van bijzondere omstandigheden. De vergoeding bedraagt 2 x € 934 x 0,5 x 0,25 = € 233,50. De officier van justitie mag de proceskosten uitsluitend uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van betrokkene.

Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.

Beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

- wijzigt de beslissing van de officier van justitie;

- stelt het bedrag van de administratieve sanctie vast op € 54,00 (exclusief

administratiekosten);

- bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het te veel betaalde teruggeeft;

- veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de

betrokkene, ter hoogte van € 233,50.

Deze beslissing is genomen door mr. L.M. Reijnierse, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 september 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

de griffier, de kantonrechter,

mr. drs. M.A.L. Hagenouw mr. L.M. Reijnierse

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

  • de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
  • uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij

de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,

locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.

Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending proces-verbaal:

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.