Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 10 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6892Zaaknummer C/16/603791 / FA RK 25-2411
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 10 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/16/603791 / FA RK 25-2411
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
echtscheiding met nevenvoorziening, zorgregeling bij de vader mogelijk, voldoende aangetoond over vaste verblijfplaats te beschikken.
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [trouwdatum] 2024 in Utrecht;
bepaalt dat het hoofdverblijf van [minderjarige 1] bij de vrouw is;
stelt de volgende zorgregeling vast:
[minderjarige 1] verblijft bij de man:
- elke dinsdag en donderdag van 11:00 uur tot 16:00 uur, waarbij de vrouw [minderjarige 1] naar de man in [plaats] brengt en de man [minderjarige 1] weer bij de vrouw thuis brengt;
- de ene week op zaterdag en de andere week op zondag van 10:00 uur tot 18:00 uur, waarbij de man verantwoordelijk is voor het halen én brengen.
bepaalt dat de vrouw met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand huurster is van de woning aan de [adres] in [plaats];
bepaalt dat de man met ingang van de datum van deze beschikking een bedrag van € 131,- per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1];
bepaalt dat de man deze kinderalimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, behalve voor zover het de echtscheiding en het huurrecht van de echtelijke woning betreft;
bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten betalen;
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. R.M. Maliepaard, (kinder)rechter, in samenwerking met J.J. Boekhout, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026 en schriftelijk vastgelegd op 24 september 2026.
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! | !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! | |
| Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. | ||
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/603791 / FA RK 25-2411
Echtscheiding
Beschikking van 10 september 2026
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. D. Eijpe,
tegen
[de man],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. P.G.M. Lodder.
1 De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
- het verzoekschrift van de vrouw (met bijlagen), binnengekomen op 8 december 2025;
- het bericht van de vrouw (met bijlage) van 17 december 2025;
- het bericht van de vrouw van 15 januari 2026;
- het verweerschrift van de man (met bijlagen) met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken) van 19 december 2026;
- het verweerschrift van de vrouw (met bijlagen) op de zelfstandige verzoeken van de man van 19 maart 2026;
- een tweetal producties van de vrouw van 2 april 2026;
- de berichten van de man (met bijlagen) van 31 augustus 2026;
- het bericht van de man (met bijlagen) van 9 september 2026.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 10 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vrouw met haar advocaat en een tolk, mevrouw J.B. Kabasubabu;
- de man met zijn advocaat en een tolk, de heer E.J. Nyembo Katumbwe;
- de heer [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige 1], de zoon van de ouders, niet gevraagd wat hij van de verzoeken vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
2 Waar de procedure over gaat
Partijen zijn op [trouwdatum] 2024 met elkaar getrouwd in [trouwplaats].
De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit. De man is Burger van Congo.
Partijen zijn de ouders van: [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats].
De vrouw heeft nog twee kinderen uit eerdere relaties:
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats]
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats].
De kinderen verblijven bij de vrouw.
Ook de man heeft nog een kind uit een eerdere relatie. De naam van het kind is de rechtbank onbekend.
De rechtbank heeft bij beschikking van 27 november 2025 de volgende voorlopige voorzieningen getroffen:
- [minderjarige 1] is toevertrouwd aan de vrouw;
- de vrouw is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] in [plaats], met bevel dat de man die woning moet verlaten en deze verder niet mag betreden;
- de man moet vanaf 27 november 2025 een bedrag van € 125,- per maand betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1].
De rechtbank heeft bij beschikking van 17 februari 2026 een zorgregeling vastgesteld tussen de man en [minderjarige 1] die inhoudt dat [minderjarige 1] elke dinsdag en donderdag van 10:00 uur tot 12:00 uur onbegeleide omgang met zijn vader heeft op een locatie in de buurt van de woning van de vrouw.
De vrouw verzoekt de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. De man legt zich neer bij het oordeel van de rechtbank over de echtscheiding.
Daarnaast verzoekt de vrouw de rechtbank om:
- te bepalen dat [minderjarige 1] zijn hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
- te bepalen dat de vrouw huurster zal zijn van de woning aan de [adres] in [plaats];
- vast te stellen dat de man kinderalimentatie en partneralimentatie moet betalen aan de vrouw.
De man vindt dat de verzoeken van de vrouw moeten worden afgewezen. Hij verzoekt de rechtbank om:
- te bepalen dat hij huurder zal zijn van de woning aan de [adres] in [plaats];
- te bepalen dat [minderjarige 1] bij de man zal verblijven van 11:00 uur tot 16:00 uur op dinsdag en donderdag en op zondag van 10:00 uur tot 18:00 uur.
De rechter heeft aan het einde van de zitting mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van die mondelinge uitspraak.
3 De beoordeling
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken en daarnaast:
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de vrouw bepalen;
- een zorgregeling vaststellen tussen de man en [minderjarige 1];
- het huurrecht van de woning aan de [adres] in [plaats] aan de vrouw toekennen.
- vaststellen dat de man een bedrag aan kinderalimentatie van € 131,- per maand aan de vrouw moet betalen, vanaf de datum van deze beschikking.
De overige verzoeken worden afgewezen. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissingen neemt.
De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
De rechtbank is bevoegd te beslissen op de verzoeken van partijen en het Nederlands recht is op die verzoeken van toepassing.
Het ontbreken van het ouderschapsplan
Het is partijen nog niet gelukt een ouderschapsplan te maken. In een ouderschapsplan staan de afspraken over de kinderen, zoals wanneer de kinderen bij wie zijn en hoe partijen elkaar op de hoogte houden over de kinderen. Als partijen geen ouderschapsplan hebben gemaakt, neemt de rechtbank geen beslissing totdat partijen zo’n plan hebben gemaakt. De
rechtbank kan daarop een uitzondering maken als niet van partijen kan worden verwacht dat zij samen een ouderschapsplan maken.
De rechtbank vindt dat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek tot echtscheiding, ondanks dat er geen ouderschapsplan is. Hierbij merkt de rechtbank op dat de ouders onvoldoende inspanningen hebben verricht om tot een ouderschapsplan te komen. Er is namelijk twee keer eerder met de ouders op de zitting besproken dat het van belang is dat zij met elkaar gaan praten en dat zij daar professionale hulp bij nodig hebben. Ondanks toezeggingen van de ouders dat zij hulp zullen vragen bij het buurtteam, is dit niet gedaan of onvoldoende opgevolgd. De rechtbank vindt dat heel zorgelijk voor [minderjarige 1]. Er is op dit moment al lange tijd geen communicatie tussen de ouders en zonder de inzet van hulpverlening ziet de rechtbank dit ook niet snel veranderen.
De rechtbank ziet echter ook dat de standpunten van de ouders erg ver uit elkaar liggen en zij al geruime tijd uit elkaar zijn. Daarom is de rechtbank van oordeel dat van de ouders niet kan worden verwacht dat zij alsnog samen een ouderschapsplan maken. Dat wil zeggen dat het verzoek tot echtscheiding en de andere verzoeken inhoudelijk worden behandeld.
De echtscheiding
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan.[_a372efb2-2537-4188-9635-4ebe07081ef5] De vrouw vindt namelijk dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De man heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de vrouw.
De hoofdverblijfplaats
De rechtbank zal de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] vaststellen bij de vrouw. De ouders hebben hier overeenstemming over. De rechtbank vindt dit ook in het belang van [minderjarige 1].
De zorgregeling
De rechtbank zal het verzoek van de man om een zorgregeling tussen hem en [minderjarige 1] vast te stellen toewijzen met dien verstande dat [minderjarige 1] bij de man verblijft;
- elke dinsdag en donderdag van 11:00 uur tot 16:00 uur, waarbij de vrouw [minderjarige 1] naar de man in [plaats] brengt en de man [minderjarige 1] weer bij de vrouw thuis brengt;
- de ene week op zaterdag en de andere week op zondag van 10:00 uur tot 18:00 uur, waarbij de man verantwoordelijk is voor het halen en brengen.
Op dit moment wordt er uitvoering gegeven aan de zorgregeling die eerder in de procedure voorlopige voorzieningen is vastgelegd. De rechtbank vindt het net als de Raad in het belang van [minderjarige 1] dat deze voorlopige zorgregeling wordt uitgebreid. Een rustige opbouw is daarbij niet nodig, omdat [minderjarige 1] met de huidige regeling al gewend is aan de man. De rechtbank ziet ook verder geen contra-indicaties om de zorgregeling uit te breiden.
Anders dan de vrouw stelt, heeft de man al geruime tijd een consistent verhaal over de woning waar hij [minderjarige 1] kan ontvangen. De man verblijft bij een vriend in [plaats]. De man heeft foto’s van de woning overgelegd en tijdens de zitting laten zien dat hij maandelijks betaalt voor het verblijf in de woning. De rechtbank gaat er verder van uit dat de man alle benodigde spullen voor [minderjarige 1] in huis haalt, zodat [minderjarige 1] overdag ook bij hem kan slapen. De vrouw heeft naar voren gebracht dat het voor haar niet duidelijk is wie deze vriend van de man is, en of de woning een geschikte plek is voor [minderjarige 1]. De rechtbank begrijpt dat de vrouw dit graag wil weten, maar het staat haar vrij om dit bij de man te bekijken. Op een eerdere zitting is reeds besproken dat de vrouw dit kon doen. De vrouw heeft daar tot op heden nog geen gebruik van gemaakt, maar kan dit misschien alsnog doen als zij [minderjarige 1] naar de vader brengt voor zijn omgangsmomenten op de doordeweekse dagen.
De vrouw wil geen zorgregeling in het weekend tussen de man en [minderjarige 1], omdat zij op zondag met de kinderen naar de kerk wil en op zaterdag tijd met de kinderen wil doorbrengen. Het is belangrijk dat [minderjarige 1] ook in het weekend contact met zijn vader kan hebben. Gelet op de bezwaren van de vrouw zal [minderjarige 1] daarom de ene week op zaterdag en de andere week op zondag bij de man verblijven. Beide ouders hebben dan de mogelijkheid om met [minderjarige 1] naar de kerk te gaan en om op zaterdag invulling te geven aan hun tijd met [minderjarige 1].
De rechtbank beslist tot slot dat de vrouw [minderjarige 1] doordeweeks naar de man moet brengen. Zij heeft daar ook gelegenheid voor, omdat haar andere kinderen dan op school zitten. Gelet op het feit dat de man – in tegenstelling tot de vrouw – over een auto beschikt moet hij [minderjarige 1] doordeweeks naar de vrouw terug te brengen en is hij in de weekenden verantwoordelijk voor het halen én het brengen. Het staat de ouders uiteraard vrij om in onderling overleg hier andere afspraken over te maken.
De woning
De rechtbank bepaalt dat de vrouw met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking huurster zal zijn van de woning aan de [adres] in [plaats].
Partijen hebben allebei om het huurrecht van de woning verzocht. Dit betekent dat de rechtbank een belangenafweging moet maken.
De rechtbank is van oordeel dat het belang van de vrouw zwaarder weegt dan het belang van de man. De belangen van [minderjarige 1] en de andere twee kinderen van de vrouw spelen daarbij een grote rol. Het is voor de kinderen namelijk belangrijk dat zij in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. De rechtbank neemt verder in de beoordeling mee dat het man is gelukt om alternatieve woonruimte te vinden bij een vriend in [plaats]. De rechtbank begrijpt dat dit voor de man niet ideaal is, maar het is voor de man alleen eenvoudiger om andere woonruimte te vinden dan voor de vrouw met drie kinderen.
De kinderalimentatie
De ouders zijn het er tijdens de zitting over eens geworden dat de man de kinderalimentatie blijft betalen, zoals die is vastgelegd in de beschikking van de voorlopige voorzieningen van 27 november 2025. Dit betekent dat de man vanaf 27 november 2025 een bedrag van € 125,- per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1]. Na de wettelijke indexering (jaarlijkse verhoging) bedraagt de kinderalimentatie in 2026 € 131,- per maand.
De partneralimentatie
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om partneralimentatie afwijzen, omdat zij niet heel voldaan aan haar stelplicht. De vrouw heeft gesteld dat de man partneralimentatie moet betalen, omdat haar arbeidssituatie ingrijpend is veranderd. Zij heeft enkel nog een webshop waar zij inkomen uit genereert. De rechtbank kan het verzoek van de vrouw niet beoordelen, omdat zij geen financiële stukken heeft ingediend en geen stellingen heeft ingenomen over haar behoefte en de draagkracht van de man.
Uitvoerbaar bij voorraad
De rechtbank zal de beslissing gedeeltelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
De uitvoerbaarheid bij voorraad geldt niet voor de echtscheiding en het huurrecht. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De beslissing over het huurrecht kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, omdat als voorlopige voorziening een beslissing is genomen over het uitsluitend gebruik van de woning. De als voorlopige voorziening genomen beslissing over het uitsluitend gebruik van de woning blijft gelden tot de beslissing over het huurrecht in de echtscheidingsprocedure in kracht van gewijsde gaat. Hiervan is sprake zodra geen hoger beroep meer tegen die beslissing kan worden aangewend.
De proceskosten
De rechtbank zal beslissen dat ieder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van partijen in de proceskosten te veroordelen.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
4 De beslissing
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [trouwdatum] 2024 in Utrecht;
bepaalt dat het hoofdverblijf van [minderjarige 1] bij de vrouw is;
stelt de volgende zorgregeling vast:
[minderjarige 1] verblijft bij de man:
- elke dinsdag en donderdag van 11:00 uur tot 16:00 uur, waarbij de vrouw [minderjarige 1] naar de man in [plaats] brengt en de man [minderjarige 1] weer bij de vrouw thuis brengt;
- de ene week op zaterdag en de andere week op zondag van 10:00 uur tot 18:00 uur, waarbij de man verantwoordelijk is voor het halen én brengen.
bepaalt dat de vrouw met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand huurster is van de woning aan de [adres] in [plaats];
bepaalt dat de man met ingang van de datum van deze beschikking een bedrag van € 131,- per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1];
bepaalt dat de man deze kinderalimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, behalve voor zover het de echtscheiding en het huurrecht van de echtelijke woning betreft;
bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten betalen;
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. R.M. Maliepaard, (kinder)rechter, in samenwerking met J.J. Boekhout, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026 en schriftelijk vastgelegd op 24 september 2026.
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! | !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! | |
| Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. | ||
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |
Voetnoten
- Artikel 1:151 van het Burgerlijk Wetboek.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.