Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 25 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6874Zaaknummer UTR 25/7468
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/7468
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
BNT WOO. Niet-ontvankelijk, doorverwijzen naar verweerder ogv 6:20
De rechtbank:
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
- verwijst het beroep, gericht tegen het besluit van 6 februari 2026, door naar verweerder om als bezwaarschrift te behandelen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.
de griffier is verhinderd deze uitspaak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7468
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.R.A. Rutten)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek van 16 januari 2025 op grond van de Wet open overheid (Woo).
Verweerder heeft op 6 februari 2026 alsnog een besluit genomen op dit Woo-verzoek. Bij brief van 14 juli 2026 heeft eiseres aangegeven het niet eens te zijn met het genomen besluit.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Awb in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiseres wilde met het beroep bereiken dat verweerder alsnog een besluit neemt op haar Woo-verzoek. Met het besluit van 6 februari 2026 heeft verweerder alsnog beslist op het Woo-verzoek. Daarmee is het doel van eiseres bereikt. Het (proces)belang van eiseres bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daardoor weggevallen.
3. Het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit van 6 februari 2026. Bij brief van 14 juli 2026 heeft eiseres te kennen gegeven dat zij het niet eens is met het alsnog genomen besluit.
5. In een zaak als deze, waar het gaat om de beoordeling van een Woo-verzoek, acht de rechtbank het wenselijk dat het bestuursorgaan eerst overgaat tot een bestuurlijke heroverweging. Met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb verwijst de rechtbank het beroep daarom naar verweerder ter behandeling als bezwaar. Dit betekent dat de rechtbank geen uitspraak doet op het beroep voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit.
6. Eiseres krijgt een vergoeding voor haar proceskosten, omdat verweerder nog niet had beslist ten tijde van de indiening van het beroepschrift. Verweerder dient deze vergoeding te betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Toegekend wordt € 467,-.
7. De rechtbank ziet verder aanleiding om verweerder op te dragen het griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden. Op het moment dat eiseres het beroep niet tijdig indiende, was verweerder in gebreke gesteld en had het daarna niet tijdig besloten. Eiseres heeft het beroep dan ook terecht ingesteld.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
- verwijst het beroep, gericht tegen het besluit van 6 februari 2026, door naar verweerder om als bezwaarschrift te behandelen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.
de griffier is verhinderd deze uitspaak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.