Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 4 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:6780Zaaknummer C/16/615950 / JE RK 26-1199, C/16/615972 / JE RK 26-1202

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
4 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/16/615950 / JE RK 26-1199, C/16/615972 / JE RK 26-1202
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verlenging ondertoezichtstelling

De rechtbank:

5.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor de duur van een jaar, tot 14 september 2027;

5.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in een gezinsgerichte voorziening voor de duur van een jaar, tot 14 september 2027;

5.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026 door mr. E.A.A. van Kalveen, mr. L.A.C. de Vaan en mr. D.S. Terporten-Hop, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. K.A.H. Verhoeven als griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De verzoeken
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummers: C/16/615950 / JE RK 26-1199 ( [minderjarige 1])

C/16/615972 / JE RK 26-1202 ( [minderjarige 2])

Datum uitspraak: 4 september 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaken van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming,

gevestigd te Amsterdam-Zuidoost,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige 1];

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige 2].

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat mr. K.R.E. Blanken.

(uitsluitend in de zaak over [minderjarige 1] ):

[de vader],

hierna te noemen de vader van [minderjarige 1],

wonende in [woonplaats],

advocaat mr. E.D.B. Groeneweg.

De rechtbank merkt als informant aan:

DE GEZINSHUISOUDER.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft in de procedure over [minderjarige 1] van de GI een verzoekschrift met bijlagen ontvangen op 6 augustus 2026.

1.2.

De rechtbank heeft in de procedure over [minderjarige 2] van de GI een verzoekschrift met bijlagen ontvangen op 7 augustus 2026.

1.3.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de advocaat van de moeder,
  • de advocaat van de vader van [minderjarige 1],
  • mevrouw [gezinsouder], de gezinshuisouder,
  • mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), via een videoverbinding,

- mevrouw [B] namens de GI.

Tegelijkertijd is een verzoek van de Raad tot beëindiging van het gezag van moeder over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en beëindiging van het gezag van vader over [minderjarige 1] behandeld.

De moeder en de vader van [minderjarige 1] zijn niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat de moeder en de vader van [minderjarige 1] wel juist zijn opgeroepen.

1.4.

De rechtbank heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben hun mening niet gegeven.

2 De feiten

Over [minderjarige 2]

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2].

2.2.

[minderjarige 2] verblijft in een perspectief biedend gezinshuis van het Leger des Heils, samen met haar zus [minderjarige 3] en haar halfbroertje [minderjarige 1].

2.3.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 15 juni 2023 [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld tot 15 september 2023 en een machtiging verleend om [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen binnen het netwerk tot 13 juli 2023. Bij beschikking van 16 juni 2023 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing binnen het netwerk gewijzigd naar een neutraal pleeggezin, met ingang van 16 juni 2023 tot 14 juli 2023.

2.4.

Bij beschikking van 30 juni 2023 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een pleeggezin, dan wel een gezinshuis, dan wel een accommodatie jeugdhulpverlening 24-uurs verlengd tot 15 september 2023.

2.5.

Bij twee afzonderlijke beschikking van 14 september 2023 heeft de kinderrechter [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 14 september 2024 en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 15 februari 2025. De ondertoezichtstelling en de machtigingen tot uithuisplaatsing zijn hierna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 8 oktober 2025 tot 14 september 2026.

2.6.

De Raad heeft een verzoek heeft ingediend tot beëindiging van het gezag van de moeder over [minderjarige 2]. De rechtbank heeft dit verzoek gelijktijdig met de onderhavige verzoeken behandeld.

Over [minderjarige 1]

2.7.

De moeder en de vader van [minderjarige 1] zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1]. De vader van [minderjarige 1] is niet de biologische vader van [minderjarige 1].

2.8.

[minderjarige 1] verblijft in een perspectief biedend pleeggezin van het Leger des Heils, samen met zijn twee halfzussen [minderjarige 3] en [minderjarige 2].

2.9.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] bij beschikking van 15 juni 2023 voorlopig onder toezicht gesteld tot 15 september 2023 en een machtiging verleend om [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen binnen het netwerk tot 13 juli 2023. Bij beschikking van 30 juni 2023 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een neutraal pleeggezin, dan wel een gezinshuis, dan wel een accommodatie jeugdhulpverlening 24-uurs verlengd tot 15 september 2023.

2.10.

Bij beschikking van 14 september 2023 heeft de kinderrechter [minderjarige 1] definitief onder toezicht gesteld tot 14 september 2024 en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 15 februari 2024. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn hierna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 8 oktober 2025 tot 14 september 2026.

2.11.

De Raad heeft een verzoek heeft ingediend tot beëindiging van het gezag van de ouders over [minderjarige 1]. De rechtbank heeft dit verzoek gelijktijdig met de onderhavige verzoeken behandeld.

3 De verzoeken

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt verder de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De ouders zijn het met de verzoeken eens.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van Jeleesa en [minderjarige 1] is voldaan.[_7598674d-bbae-4c69-80eb-b9b73e645660] De ondertoezichtstelling is nog steeds nodig. De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor de duur van een jaar.[_5d597f06-67f6-4c24-848b-fc80ea0031db] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding.[_3dd11036-b5b0-4277-8793-803b146444e9] De rechtbank verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor de duur van een jaar.

4.2.

In juni 2025 heeft de GI een perspectiefbesluit genomen over [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. De kinderen zullen in het gezinshuis opgroeien. Met beide kinderen gaat het goed in het gezinshuis. [minderjarige 1] heeft nog wel sturing nodig van de gezinshuisouder bij het reguleren van zijn emoties. De GI heeft ingezet op verbetering van de band tussen de moeder en de kinderen, maar de hulpverlening komt niet goed van de grond. De moeder is niet goed bereikbaar en beschikbaar. Er is wel contact tussen de kinderen en de moeder. Zo zijn de kinderen afgelopen zaterdag met de gezinshuisouder en de moeder uit eten geweest. De gezinshuisouder heeft op de zitting het belang van contact tussen de kinderen en de moeder onderstreept. De rechtbank hoopt dat zulke momenten er blijven zijn. Tussen [minderjarige 1] en zijn (juridisch) vader is nauwelijks tot geen contact geweest. Die situatie lijkt niet te verbeteren, hoewel de vader van [minderjarige 1] aangeeft dat hij wel contact wil. De GI heeft op de zitting benadrukt dat zij geen bezwaar heeft tegen contact tussen [minderjarige 1] en de vader, mits de vader van [minderjarige 1] betrouwbaar is in het contact en de afspraken nakomt. Dit geldt ook voor het contact tussen [minderjarige 1] en zijn biologische vader, die onlangs in beeld is gekomen.

4.3.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor de duur van een jaar, tot 14 september 2027;

5.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in een gezinsgerichte voorziening voor de duur van een jaar, tot 14 september 2027;

5.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026 door mr. E.A.A. van Kalveen, mr. L.A.C. de Vaan en mr. D.S. Terporten-Hop, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. K.A.H. Verhoeven als griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

  1. Artikel 1:260 BW.
  2. Artikel 1:260, eerste lid, BW
  3. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.