Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 5 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6752Zaaknummer UTR 25/6873
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/6873
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wmo. Beroep ongegrond, vanwege aanwezigheid algemeen gebruikelijke voorzieningen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6873
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist
(gemachtigden: mr. M.K. Stoelinga en A.L. Sikking).
Inleiding
1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo,[_b4129d90-cdcb-4cd6-b658-260091c548ba] bestaande uit onafhankelijke juridische begeleiding. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 12 juni 2025 (het primaire besluit) afgewezen.
2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Met het besluit van 25 november 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het primaire besluit in stand gelaten met een nadere motivering. Voor de motivering is verwezen naar het advies van de adviescommissie bezwaarschriften (de commissie) van 2 oktober 2025.
3. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld. Het college heeft gereageerd met een verweerschrift. De rechtbank heeft het beroep op 24 augustus 2026 op zitting behandeld. Eiser en de gemachtigden van het college zijn verschenen.
Bestreden besluit en advies commissie (in essentie)
4. Het college stelt dat eiser onvoldoende heeft meegewerkt aan het onderzoek. Hij was enkel bereid schriftelijk vragen te beantwoorden, terwijl voor een volledig onderzoek ook enige vorm van persoonlijk contact nodig is (veelal een gesprek). Daar komt bij dat juridische ondersteuning en begeleiding in het algemeen niet kan worden toegewezen vanuit de Wmo. De Wmo is bedoeld om iemand te helpen bij het zelfstandig functioneren en meedoen in de samenleving. Juridische ondersteuning is in het algemeen niet gericht op zelfredzaamheid en/of participatie zoals bedoeld in de Wmo.[_e4993d6a-bed4-4454-b313-56d958db110c] Voor juridische ondersteuning zijn bovendien andere voorzieningen. Eiser kan bijvoorbeeld terecht bij het juridisch loket, sociaal raadslieden of een rechtsbijstandsverzekering. Tot slot is in het advies van de commissie ingegaan op de reden dat de verwijzing naar verschillende artikelen uit het VN-Verdrag voor de rechten van mensen met een handicap (VN-Verdrag) eiser niet kan baten.
Standpunt eiser (in het aanvullend beroepschrift)
5. Het college handelt volgens eiser in strijd met de artikel 1a, 2 en 9a van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz), door geen doeltreffende aanpassingen te treffen. Dit terwijl eisers behoefte hieraan duidelijk is en de aanpassingen noodzakelijk zijn voor toegankelijkheid van de besluitvorming en de procedure. Niet alleen wordt eisers deelname aan het proces hierdoor feitelijk belemmerd, maar hij ervaart hierdoor ook een omgeving die voor hem bedreigend, vernederend en kwetsend is. Eiser is benadeeld doordat het college de handelwijze niet heeft aangepast, maar juist heeft voortgezet.
Beoordeling door de rechtbank
6. Eiser beroept zich op de Wgbh/cz en stelt dat het college ten onrechte geen aanpassingen heeft getroffen voor de toegankelijkheid van de procedure en de besluitvorming. De rechtbank overweegt dat de Wgbh/cz mensen beschermt tegen ongeoorloofd onderscheid op grond van een handicap of chronische ziekte. De door eiser genoemde aandoening leuktisme[_eabf1c2c-7c7e-409b-9d62-5028bc1cb007] is in de reguliere gezondheidszorg geen erkende psychische stoornis en komt bijvoorbeeld ook niet voor in de DSM-5 (Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders). Alle informatie die over leuktisme te vinden is, is op eiser zelf terug te voeren of op de Stichting leuktisme. Om deze redenen kan op basis van de in het dossier aanwezige gegevens niet uitgegaan worden van een handicap of chronische ziekte bij eiser, waardoor hij niet onder de personele werkingssfeer valt van de Wgbh/cz.[_161c9c0d-3240-4234-b191-8b5ec0f2d484] Ook overigens is de rechtbank niet gebleken dat de procedure bij het college voor eiser onvoldoende toegankelijk zou zijn geweest. Het betoog van eiser slaagt daarom niet.
7. De rechtbank overweegt dat het college voor de vraag of een maatwerkvoorziening nodig is deugdelijk onderzoek moet doen naar de beperkingen die eiser heeft en naar eventuele beperkingen die hij ervaart bij het uitvoeren van bepaalde activiteiten. Eiser is verplicht om aan het college desgevraagd medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de Wmo.[_e4554253-7bf5-4ce0-8c26-e9e79cff4724] In het verweerschrift van 18 september 2025 (in de bezwaarfase) is vermeld dat op 16 augustus 2025 en 23 augustus 2025 gesprekken hebben plaatsgevonden met eiser om zijn hulpvraag in kaart te brengen. De rechtbank leidt hier uit af dat eiser wel het gesprek is aangegaan met het college. Dat het college, op basis van de gesprekken die met eiser zijn gevoerd, de hulpvraag van eiser niet heeft kunnen vaststellen is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank volgt daarom het college niet dat eiser onvoldoende medewerking heeft verleend aan het onderzoek om de hulpvraag in kaart te brengen.
8. Een belangrijke grondslag van het bestreden besluit, die dit besluit op zichzelf kan dragen, is dat de Wmo niet bedoeld is voor juridische ondersteuning en dat hier andere voorzieningen voor zijn die voorgaan op de Wmo. De rechtbank overweegt dat, los van de vraag of de Wmo bedoeld is voor juridische ondersteuning en los van de vraag of bij eiser sprake is van een beperking in de zelfredzaamheid en participatie, geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt ter compensatie van een beperking in de zelfredzaamheid of participatie als deze kan worden verminderd of weggenomen door een algemeen gebruikelijke voorziening.[_20968fec-75b3-4861-aabf-fca5f7f44070] De door het college genoemde voorzieningen, zoals bijvoorbeeld het juridisch loket en sociaal raadslieden, kunnen worden aangemerkt als algemeen gebruikelijke voorzieningen. Deze zijn namelijk niet specifiek bedoeld voor mensen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar en leveren een bijdrage, in dit geval de door eiser gewenste juridische ondersteuning. Ook zijn deze voorzieningen financieel te dragen met een inkomen op minimumniveau. Zo kan het juridisch loket informatie en advies geven en eventueel verwijzen naar een advocaat op basis van een toevoeging (afhankelijk van het inkomen). Dat er bij deze algemeen gebruikelijke voorzieningen geen geschikte rechtshulpverlener voor juridische ondersteuning beschikbaar zou zijn voor eiser, bij wie naar gesteld sprake is van leuktisme, heeft eiser in beroep niet aannemelijk gemaakt. Eiser heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat genoemde voorzieningen niet passend zouden zijn. Omdat, zoals gezegd, deze grondslag het bestreden besluit zelfstandig kan dragen, is het beroep ongegrond.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
10. Voor een vergoeding van het griffierecht is geen plaats bij deze uitkomst.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
- Het college verwijst voor de definities van participatie, zelfredzaamheid en begeleiding naar artikel 1.1.1 van de Wmo.
- Volgens eiser een cognitieve beperking, die hij omschrijft als een sterke behoefte aan logica, ethiek, universeel handelen en karmisch bewustzijn in denken en handelen.
- Zie ook de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens van 16 september 2025, oordeelnummer 2025-89.
- Op grond van artikel 2.3.8, derde lid, van de Wmo.
- Artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo, zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van de Raad van 20 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3535.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.