Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 22 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6708Zaaknummer UTR 26/2072
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Publicatiedatum
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/2072
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Pkv. NWO heeft een herziene beslissing op bezwaar genomen, maar heeft daarmee niet erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. Het eerdere besluit is immers onder aanpassing van de motivering in stand gebleven en het dictum is niet gewijzigd. Geen sprake van tegemoetkomen. Geen pkv.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/2072
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. E.H.M. Teeuw),
en
de raad van bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, NWO.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van NWO in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van NWO van 28 januari 2026. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat NWO op 8 april 2026 een herziene beslissing op bezwaar heeft genomen.
De rechtbank heeft NWO in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om een veroordeling in de proceskosten. NWO heeft hierop niet gereageerd.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_26fa4d62-d8be-4265-955d-f82baa60d9cd]
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Het verloop van de procedure
3. Verzoeker heeft in 2024 een subsidieaanvraag gedaan in het kader van de subsidieronde
NWO-talentprogramma – Veni 2024. NWO heeft deze subsidieaanvraag op 30 juli 2025 afgewezen. Het bezwaarschrift van verzoeker is voorgelegd aan de Commissie Bezwaarschriften NWO/ZonMw (hierna: de commissie). Op 16 januari 2026 heeft de commissie advies uitgebracht en geadviseerd om het bezwaar ongegrond te verklaren. NWO heeft op 28 januari 2026 onder overneming van dit advies het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
4. Verzoeker heeft op 10 maart 2026 beroep ingesteld tegen het besluit van 28 januari 2026.
5. Hangende dit beroep heeft de commissie op 1 april 2026 een gewijzigd advies uitgebracht omdat het vorige advies op één punt gebrekkig was gemotiveerd. De commissie heeft haar advies op dit punt verduidelijkt en adviseert (nogmaals) om het bezwaar ongegrond te verklaren.
6. NWO heeft op 8 april 2026 een herziene beslissing op bezwaar genomen gebaseerd op het gewijzigde advies van 1 april 2026. NWO heeft besloten om met inachtneming van dit advies de beslissing van 28 januari 2026 waarbij het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard, te handhaven.
7. Verzoeker heeft vervolgens op 24 april 2026 zijn beroep ingetrokken met het verzoek NWO te veroordelen in de proceskosten.
Beoordeling van het verzoek om een proceskostenveroordeling
8. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_7e0522d5-9ee9-43df-a9c5-ca66af28369f]
9. Uit vaste rechtspraak volgt dat van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb alleen sprake is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig heeft herzien dat daarmee wordt erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was en het bestuursorgaan het door de indiener gewenste besluit alsnog heeft genomen op gronden waaruit blijkt dat het eerdere besluit onrechtmatig was.[_499a9601-a65e-4b99-a2f2-c90ef024a310]
10. De rechtbank overweegt dat NWO weliswaar een herziene beslissing op bezwaar heeft genomen, maar dat NWO daarmee niet heeft erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. Immers, met dit herziene besluit op bezwaar heeft NWO besloten om het eerdere besluit op bezwaar van 28 januari 2026 (waarbij het bezwaar van verzoeker ongegrond was verklaard) te handhaven. NWO heeft slechts onder verwijzing naar het aangepaste advies van de commissie bezwaarschriften de motivering van het besluit op bezwaar gewijzigd/aangevuld. Het besluit van 28 januari 2026 is dus – onder aanpassing van de motivering – in stand gebleven en het dictum van dat besluit is niet gewijzigd.
11. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat NWO niet aan verzoeker tegemoet is gekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. De intrekking van het beroep berust dan ook niet op de omstandigheid dat NWO aan verzoeker is tegemoetgekomen. Daarom bestaat er geen aanleiding om NWO te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
12. NWO hoeft het griffierecht dat verzoeker heeft betaald ook niet te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Voetnoten
- Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- Dit volgt uit artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
- Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1487.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.