Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 14 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6686Zaaknummer 26/769 en 26/770
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- 26/769 en 26/770
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Urgentie, kortsluiten, voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat niet is gebleken dat de woningen, waar eiseres met voorrang op mag reageren, medisch ongeschikt zijn.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat de minister aan eiseres het in beroep, en de voorlopige voorziening, betaalde griffierecht van € 400,– vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 26/769 en 26/770
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 augustus 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein
(gemachtigde: mr. L. Verlaak).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de aanvraag van eiseres voor een urgentieverklaring. Deze aanvraag is toegewezen, maar eiseres is het niet eens met het daarbij behorend zoekprofiel. Zij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter de afwijzing van de aanvraag.
De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is, omdat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat het college een onjuist zoekprofiel heeft toegekend. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring. Het college heeft deze aanvraag met het besluit 9 oktober 2025 toegewezen. Met het besluit van 17 december 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de toewijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.
Tijdens deze zitting hebben partijen de afspraak gemaakt dat het college zal onderzoeken of een aanvullend medisch advies aangevraagd kan worden. Op 26 februari 2026 heeft het college bevestigd dat het mogelijk is om een aanvullend medisch advies te (laten) nemen.
Op 25 maart 2026 heeft er een nieuw onderzoek plaatsgevonden en heeft [onderneming] naar aanleiding daarvan een nieuw medisch advies genomen. Het college heeft vervolgens op 28 april 2026 een gewijzigd besluit genomen.
Eiseres is in de gelegenheid gesteld om hier schriftelijk op te reageren. Zij heeft daarbij te kennen gegeven zich niet in het gewijzigd besluit te kunnen vinden en dat zij nog steeds belang heeft bij de behandeling van het beroep. Vervolgens heeft het college een standpunt ingenomen met betrekking tot deze schriftelijke reactie van eiseres.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het beroep van eiseres van rechtswege mede betrekking heeft op het gewijzigde besluit van 28 april 2026[_6bc71c72-31bd-4d04-b79a-a8eb7be80451].
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft bepaald dat die zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 2 juni 2026 gesloten. Omdat de voorzieningenrechter tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van eiseres.[_ca2db38c-19ee-4971-b0cb-7df1b419ab1d]
Inleiding en totstandkoming van het bestreden besluit
3. In de beslissing op bezwaar van 17 december 2025 heeft het college de aanvraag om een urgentieverklaring van eiseres, toegewezen met een standaard zoekprofiel: Appartement vanaf de eerste verdieping (met of zonder een lift) in de regio Utrecht. Volgens eiseres leidde dit zoekprofiel niet tot een betere situatie, omdat zij niet medisch kan herstellen op het moment dat zij dezelfde triggers blijft ervaren als die zij in haar huidige woning ervaart. Eiseres haar trauma is namelijk verbonden aan een galerij. Daarbij heeft zij verwezen naar een aantal traumatische gebeurtenissen in de woning en die te maken hebben met de galerij bij die woning. Tijdens haar verblijf in een tijdelijke woning heeft eiseres ervaren dat de triggers niet alleen ontstaan in en door haar huidige woning, maar ook door een gelijke omgeving (hoogte en relingen). Volgens eiseres blijkt dit ook uit het medisch advies en uit de medische stukken van haar behandeld psycholoog.
4. Tijdens de zitting op 25 maart 2026 is besproken dat in het medisch advies wordt ingegaan op de triggers die eiseres ervaart in haar huidige woning, maar dat niet wordt ingegaan op de aard van deze triggers en de mogelijke impact daarvan op het zoekprofiel. Om deze reden is tijdens de zitting afgesproken dat het college zal onderzoeken of een aanvullend medisch advies aangevraagd kan worden. Naar aanleiding hiervan is op 28 april 2026 een nieuw besluit genomen (het bestreden besluit) aan de hand van het aanvullend medisch advies. In het bestreden besluit heeft het college een urgentieverklaring verleend op grond van artikel 32 van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023, gemeente Nieuwegein (verordening), voor de duur van zes maanden. Op basis van het advies van [onderneming] en conform artikel 42 van de verordening is het volgende zoekprofiel vastgesteld: Een benedenwoning of een appartement op de begane grond in de regio Utrecht. Met dit zoekproflel kan eiseres met voorrang reageren op een corridorflat, galerijflat, portiekflat of portiekwoning op de begane grond, evenals op een benedenwoning.
Standpunt eiseres
5. Volgens eiseres is er met de keuze voor het zoekprofiel ‘een benedenwoning of een appartement op de begane grond’ een onvolledige toepassing gegeven aan het medisch advies. Uit het advies volgt niet alleen dat een woning op de begane grond noodzakelijk is, maar ook dat haar klachten worden getriggerd door hoogte, open zichtlijnen en constructies zoals balkons en galerijen. Verder volgt uit het advies ook dat sprake moet zijn van een veilige en prikkelarme woonomgeving en dat de woning minimaal vier slaapkamers moet hebben voor haar gezin. Het type woning waar eiseres met het nieuwe zoekprofiel op mag reageren - namelijk corridorflats, galerijflats en portiekflats – past daar volgens eiseres niet bij. Bij die woningen is juist sprake van open galerijen, sociale drukte, geluidsoverlast, zicht naar beneden, voortdurende prikkelbelasting, gebrek aan voldoende rust en afscherming en gedeelde looproutes met open constructies, terwijl dit de elementen zijn die haar klachten verergeren. Het moeten reageren op dit soort woningen is daarom volgens eiseres medisch onverantwoord. Hierdoor is de urgentieverklaring in de praktijk niet bruikbaar en loopt eiseres het risico dat de urgentieverklaring wordt ingetrokken.
6. Naast de medische ongeschiktheid van de toegestane woningen ontstaat het probleem dat de woningen, die wél voldoen aan de medische vereiste (gezinswoning met vier slaapkamers), alleen toegankelijk zijn voor inkomens rond de €50.000,- per jaar, terwijl het inkomen van eiseres rond de €19.000,- per jaar ligt. Eiseres is van mening dat het voor haar desondanks haalbaar is om de huurprijs van een gezinswoning met vier slaapkamers te betalen, mede gelet op de huurtoeslag en overige inkomensondersteuningen die zij ontvangt.
Relevante bepalingen
7. Op grond van artikel 41, onder d, van de verordening dient een urgentieverklaring in ieder geval een zoekprofiel te vermelden en uit artikel 42 van de verordening volgt welk zoekprofiel gekoppeld dient te worden aan de urgentieverklaring. Het standaard zoekprofiel is: een appartementen vanaf de eerste verdieping, in de hele woningmarktregio.[_264f0fef-7003-4f8f-a781-081f6f94ea87] Dit standaard zoekprofiel kan bij een urgentie wegens mantelzorg of medische gronden op advies van de door het college aangewezen adviseur, vanwege medische redenen, worden uitgebreid tot andere typen woonruimte. [_7f265de3-961e-4bfa-a43c-3a2c40f7917f]
Beoordeling door de voorzieningenrechter
8. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het medisch advies volgt dat de psychomentale aandoening van eiseres wordt getriggerd door haar huidige woonomgeving, woning en door hoogte, waarbij alleen het zien van een reling, balkonhek of een raam op grote hoogte al leidt tot angst- en paniekaanvallen die moeilijk onder controle te krijgen zijn. De arts merkt op dat dit in feite is aangetoond doordat eiseres tijdelijk heeft moeten verhuizen naar een wisselwoning en dat dit dus een andere woning betrof dan die waarin de impactvolle traumatische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, terwijl de angst- en paniekaanvallen ook daar onverminderd aanwezig zijn. De arts concludeert daarom als volgt:“Verhuizing naar een etagewoning vanaf de eerste etage voldoet dus niet aan het zoekprofiel. Er is sprake van een medische noodzaak te verhuizen naar een begane grond woning. Pas dan is een effectieve behandeloptie beschikbaar, omdat betrokkene uit de als onveilig ervaren woonsituatie is gebracht en kan starten met een specifiek op de impactvolle traumatische gebeurtenissen gerichte behandeling.”
9. De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat het college het advies van de medisch deskundige aan zijn besluitvorming ten grondslag mag leggen, mits het advies op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld.[_9d16e5f8-2ce6-474b-a623-46ff84929819] Eiseres heeft het medisch advies ook niet betwist, maar stelt dat het zoekprofiel dat is opgenomen in het besluit van 28 april 2026 niet aansluit bij het medisch advies. De rechtbank volgt eiseres hier niet in.
10. Uit het medisch advies komt duidelijk naar voren dat er een medische noodzaak is om te verhuizen naar een begane grond woning. Het zoekprofiel dat is opgenomen in het besluit van 28 april 2026 past daarbij: Een benedenwoning of een appartement op de begane grond in de regio Utrecht. De omstandigheid dat daarbij is verduidelijkt dat eiseres kan reageren op niet alleen een benedenwoning, maar ook op een corridorflat, galerijflat, portiekflat of portiekwoning op de begane grond, maakt niet dat sprake is van een zoekprofiel dat niet past bij het medisch advies. Uit het advies kan niet worden opgemaakt dat een galerijflat of corridorflat, gelegen op de begane grond, gelet op de medische klachten niet mogelijk is. De voorzieningenrechter overweegt daarbij dat uit het advies volgt dat eiseres wordt getriggerd door hoogte, waarbij alleen al het zien van een reling of balkonhek of door een raam op grote hoogte angst- en paniekaanvallen kunnen veroorzaken. In het advies wordt dus niet gesproken over triggers die voortkomen uit open structuren zoals een galerij op zichzelf, sociale drukte, geluidsoverlast, voortdurende prikkelbelasting, gebrek aan voldoende rust en afscherming en gedeelde looproutes met open constructies, zoals eiseres benoemt. Het medisch advies is mede gebaseerd op een huisbezoek van de arts en niet is gebleken dat deze elementen zijn besproken. Eiseres heeft ook geen gebruik gemaakt van het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht omdat zij juist heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de strekking van het advies en akkoord is gegaan met verzending van het medisch advies aan de gemeente.
11. Ook blijkt niet uit het advies dat het medisch noodzakelijk is om te verhuizen naar een woning met minimaal vier slaapkamers. Uit het advies blijkt alleen dat de woning idealiter voldoende slaapkamers moet bieden voor alle gezinsleden.
12. De voorzieningenrechter komt dus tot het oordeel dat niet is gebleken dat de woningen, waar eiseres met voorrang op mag reageren, medisch ongeschikt zijn. De voorzieningenrechter komt verder niet toe aan een oordeel over de minimale inkomensgrens voor bepaalde sociale huurwoningen. Dit zijn namelijk elementen die geen onderdeel zijn van het voorliggend toetsingskader en vallen daarom buiten de omvang van een geding met betrekking tot een urgentieverklaring. Bovendien volgt uit rechtsoverweging 13 dat niet is gebleken dat eiseres vanuit medisch oogpunt alleen op gezinswoningen met minimaal 4 slaapkamers kan reageren, wat maakt dat zij ook kan reageren op woningen die beter bij haar inkomen passen. Van praktische onmogelijkheid is daarom in ieder geval geen sprake.
Conclusie en gevolgen
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.
14. Omdat het college, naar aanleiding van het door eiseres ingestelde beroep, het besluit heeft gewijzigd en het zoekprofiel heeft aangepast, ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb, te bepalen dat het college het door eiseres betaalde griffierecht vergoedt. Zowel het betaalde griffierecht voor de voorlopige voorziening, als het betaalde griffierecht voor het beroep. Dit komt neer op een totaalbedrag van € 400,-. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
15. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat de minister aan eiseres het in beroep, en de voorlopige voorziening, betaalde griffierecht van € 400,– vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.