Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 25 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:6652Zaaknummer 16.044605.25, 16.071899.24 (vordering tul) H

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25 september 2026
Publicatiedatum
29 september 2026
Zaaknummer
16.044605.25, 16.071899.24 (vordering tul) H
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis.

De rechtbank:

- handhaaft haar beslissing van 25 september 2026, met herstel van een kennelijke misslagen in het dictum als volgt en wijzigt (wijzigingen dikgedrukt):

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [nabestaande 4] (feit 1)

  • wijst de vordering van [nabestaande 4] toe tot een bedrag van €17.622,50, bestaande uit € 122,50 aan materiële schade en € 17.500,-, aan immateriële schade (affectieschade);
  • veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [nabestaande 4] van het toegewezen bedrag,
  • vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 17.500,- vanaf 19 december 2024; over een bedrag van € 122,50 vanaf 23 september 2025, telkens tot de dag van volledige betaling;
  • wijst de vordering van [nabestaande 4] voor wat betreft het meer gevorderde af;

vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf van parketnummer 16.071899.24

  • wijst de vordering toe;
  • gelast de tenuitvoerlegging van de door de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 9 juli 2024 opgelegde voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 20 uren;
  • bepaalt dat indien de werkstraf niet of niet naar behoren verricht wordt, daar vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen tegenover staat;

- bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 25 september 2026 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, de raadsvrouw, de officier van justitie en de benadeelde partij.

Dit herstelvonnis is gewezen door mr. C. van Wambeke, voorzitter, mr. H.A. Gerritse en mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kiestra, griffier.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.

Volledige tekst

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16.044605.25, 16.071899.24 (vordering tul)

vonnis tot herstel van het op 25 september 2026 uitgesproken vonnis van de rechtbank Midden-Nederland

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [2008] in [geboorteplaats],

wonende op de [adres] in [adres].

1 Het onderdeel van het vonnis dat moet worden hersteld

Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat het dictum van voormeld vonnis twee fouten bevat, namelijk: (i) de naam van één van de benadeelde partijen blijkt onjuist in het dictum te zijn opgenomen en (ii) bij de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde werkstraf is ten onrechte de vervangende jeugddetentie niet in het dictum opgenomen.

De rechtbank zal ten behoeve van de executie van deze beslissingen het eerder uitgesproken vonnis herstellen door verbetering van het dictum.

2 De beslissing

De rechtbank:

- handhaaft haar beslissing van 25 september 2026, met herstel van een kennelijke misslagen in het dictum als volgt en wijzigt (wijzigingen dikgedrukt):

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [nabestaande 4] (feit 1)

  • wijst de vordering van [nabestaande 4] toe tot een bedrag van €17.622,50, bestaande uit € 122,50 aan materiële schade en € 17.500,-, aan immateriële schade (affectieschade);
  • veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [nabestaande 4] van het toegewezen bedrag,
  • vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 17.500,- vanaf 19 december 2024; over een bedrag van € 122,50 vanaf 23 september 2025, telkens tot de dag van volledige betaling;
  • wijst de vordering van [nabestaande 4] voor wat betreft het meer gevorderde af;

vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf van parketnummer 16.071899.24

  • wijst de vordering toe;
  • gelast de tenuitvoerlegging van de door de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 9 juli 2024 opgelegde voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 20 uren;
  • bepaalt dat indien de werkstraf niet of niet naar behoren verricht wordt, daar vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen tegenover staat;

- bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 25 september 2026 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, de raadsvrouw, de officier van justitie en de benadeelde partij.

Dit herstelvonnis is gewezen door mr. C. van Wambeke, voorzitter, mr. H.A. Gerritse en mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kiestra, griffier.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.