Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 16 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:6625Zaaknummer C/16/612232 / HA ZA 26-273

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16 september 2026
Publicatiedatum
30 september 2026
Zaaknummer
C/16/612232 / HA ZA 26-273
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Incident tot voeging van een "derde" partij in de zaak op grond van artikel 217 Rv

De rechtbank

in het incident

4.1

staat [procesdeelnemer 3] toe om zich in de zaak tussen [procesdeelneemster 1] en [procesdeelneemster 2] (zaaknummer 612232 HA ZA 26/273) te voegen aan de kant van [procesdeelneemster 2],

4.2

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

4.3

verwijst de zaak naar de rol van 28 oktober 2026 voor het nemen van een conclusie van antwoord door [procesdeelnemer 3],

4.4

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.

4374

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 3 Het verdere verloop van de hoofdzaak
  3. 4 De beslissing

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/612232 / HA ZA 26-273

Vonnis in incident van 16 september 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

[procesdeelneemster 1] B.V.,

te [plaats 1],

eisende partij in conventie in de hoofdzaak,

verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [procesdeelneemster 1],

advocaat: mr. D. Vong,

tegen

[procesdeelneemster 2],

te [plaats 2],

gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,

eisende partij in reconventie in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [procesdeelneemster 2],

advocaat: mr. J.A. Spigt,

in welke zaak zich wil voegen aan de kant van [procesdeelneemster 2]

[procesdeelnemer 3]

wonende te [plaats 2],

eisende partij in het incident tot voeging,

hierna te noemen: [procesdeelnemer 3],

advocaat: mr. J.A. Spigt.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie van [procesdeelneemster 2],

- de incidentele conclusie tot voeging van [procesdeelnemer 3],

- de conclusie van antwoord in reconventie tevens antwoord in het incident van [procesdeelneemster 1].

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

De hoofdzaak

2.1

In de hoofdzaak tussen [procesdeelneemster 1] en [procesdeelneemster 2] gaat het om de levering van de woning aan de [adres] te [plaats 2] (hierna: de woning).

2.2

[procesdeelneemster 2] is eigenaar van de woning en woont daarin samen met haar echtgenoot [procesdeelnemer 3].

2.3

[procesdeelneemster 1] baseert haar leveringsvordering op een tussen [procesdeelneemster 1] (als koper) en [procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] (als verkopers) gesloten koopovereenkomst.

2.4

[procesdeelneemster 2] voert als verweer dat de grondslag voor levering ontbreekt, omdat de koopovereenkomst vernietigbaar is op grond van misbruik van omstandigheden. [procesdeelneemster 2] vordert in reconventie ook dat de koopovereenkomst wordt vernietigd.

De vordering in het incident

2.5

[procesdeelnemer 3] vordert dat het hem wordt toegestaan om zich in deze hoofdzaak te mogen voegen aan de kant van [procesdeelneemster 2].

Toewijzing van de vordering

2.6

Deze vordering wordt toegewezen.

2.6.1

Ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen (artikel 217 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

2.6.2

Aan dit belangvereiste is voldaan.

[procesdeelnemer 3] woont in de woning waarvan levering wordt gevorderd en is partij bij de koopovereenkomst waarop de leveringsvordering is gebaseerd. Hij heeft er daarom belang bij om mee te kunnen praten en zich aan de kant van [procesdeelneemster 2] te voegen.

Proceskosten in het incident

2.7

Omdat [procesdeelneemster 1] zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechter en [procesdeelneemster 2] geen bezwaar lijkt te hebben tegen de door [procesdeelnemer 3] gevorderde voeging zullen de proceskosten in het incident worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten in het incident draagt.

3 Het verdere verloop van de hoofdzaak

[procesdeelnemer 3] zal in de hoofdzaak op de rol van 28 oktober 2026 een conclusie van antwoord mogen nemen. Daarna zal de zaak voor “beraad “ worden gezet voor het bepalen van het vervolg van de procedure.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1

staat [procesdeelnemer 3] toe om zich in de zaak tussen [procesdeelneemster 1] en [procesdeelneemster 2] (zaaknummer 612232 HA ZA 26/273) te voegen aan de kant van [procesdeelneemster 2],

4.2

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

4.3

verwijst de zaak naar de rol van 28 oktober 2026 voor het nemen van een conclusie van antwoord door [procesdeelnemer 3],

4.4

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.

4374

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.