Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 28 augustus 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:6600Zaaknummer C/16/615503 / JE RK 26-1157

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28 augustus 2026
Publicatiedatum
29 september 2026
Zaaknummer
C/16/615503 / JE RK 26-1157
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing ondertoezichtstelling.

6 De beslissing

De kinderrechter wijst het verzoek van de Raad af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid de griffier, en op schrift gesteld op 1 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek van de Raad
  4. 4 Het standpunt van de ouders
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/615503 / JE RK 26-1157

Datum uitspraak: 28 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Regio Midden Nederland,

locatie Utrecht,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige 1],

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

wonende in [woonplaats],

hierna te noemen: de moeder,

[de vader],

wonende in [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland,

gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen: de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de ouders;
  • mevrouw [A.] namens de Raad;
  • mevrouw [B.] namens de GI.
1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover op 27 augustus 2026 een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

1.4.

Aan het einde van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan.

Dit is de schriftelijke uitwerking van de beslissing.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun ouders.

2.3.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben nog een broer, [jongmeerderjarige], die inmiddels meerderjarig is. Hij woont ook bij het gezin.

3 Het verzoek van de Raad

De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen. [minderjarige 1] tot aan haar meerderjarigheid. [minderjarige 2] voor de duur van een jaar. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 Het standpunt van de ouders

De ouders zijn het niet eens met het verzoek.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter zal het verzoek van de Raad afwijzen, omdat zij van oordeel is dat niet aan alle voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.[_4bc9c320-23a2-4ae6-bbbf-6e5fff2048cd] Hierna legt de kinderrechter dat verder uit.

5.2.

Uit het raadsrapport blijkt dat er zorgen zijn over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Maar de oorzaak van deze zorgen ligt met name bij hun oudere broer [jongmeerderjarige] en de gevolgen van zijn gedrag. [jongmeerderjarige] heeft al van kleins af aan een verzwaarde opvoedvraag, is in zijn gedrag zeer bepalend en zorgt voor onveiligheid in de thuissituatie door verbale en fysieke agressie. De ouders hebben vaak geprobeerd om hulp te krijgen voor [jongmeerderjarige], maar hebben dit onvoldoende gekregen. De kinderrechter constateert dat het niet goed gaat met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als het niet goed gaat met [jongmeerderjarige]. Zij zijn jonger en hebben juist de zorg van hun ouders hard nodig, maar alles draait altijd om het functioneren van [jongmeerderjarige]. Hierdoor voelen zij zich mogelijk in hun behoeftes onvoldoende gezien.

5.3.

Er zijn echter verder geen zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Ook accepteren de ouders de hulpverlening in het vrijwillig kader. [minderjarige 1] heeft al hulpverlening van [naam] en vindt dat heel fijn. Deze hulpverlening moet ook worden uitgebreid naar [minderjarige 2]. De problemen die [jongmeerderjarige] veroorzaakt, kan een GI niet oplossen. De enige oplossing zou zijn dat [jongmeerderjarige] op een gegeven moment op zichzelf gaat wonen. De GI heeft op de zitting echter duidelijk aangegeven dat zij daarbij niet kan helpen, omdat [jongmeerderjarige] meerderjarig is. Het uitspreken van een ondertoezichtstelling heeft daarom geen meerwaarde. De kinderrechter ziet dat de ouders de afgelopen jaren vaak om hulp hebben gevraagd en deze helaas niet hebben gekregen. Zij hoopt dat het de ouders toch lukt om bijvoorbeeld via het wijkteam van de gemeente hulp te krijgen met het vinden van een goede plek voor [jongmeerderjarige].

5.4.

Op dit moment gaat het eventjes beter thuis, [jongmeerderjarige] lijkt een goede routine te hebben gevonden. De ervaring is wel dat deze situatie weer kan omslaan. De kinderrechter hoopt dat dat niet gebeurt. Maar als het wel gebeurt dan is het aan de ouders om, hoe ingewikkeld dat ook is, deze keer voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te kiezen door direct de politie te bellen. De ouders hebben op de zitting aangegeven dat zij dit van plan zijn.

6 De beslissing

De kinderrechter wijst het verzoek van de Raad af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid de griffier, en op schrift gesteld op 1 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.