Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 25 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:6596Zaaknummer UTR 26/5642 en UTR 26/5644

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25 september 2026
Publicatiedatum
12 oktober 2026
Zaaknummer
UTR 26/5642 en UTR 26/5644
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Deze zaak gaat over twee aan eiser opgelegde lasten onder bestuurdwang, omdat hij in strijd met de regels in een tent verbleef in de openbare ruimte van de gemeente Stichtse Vecht. De rechtbank verklaart de beroepen van eiser ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank had het college in alle omstandigheden die eiser naar voren heeft gebracht, geen aanleiding hoeven zien om van handhaving af te zien. Het handhavend optreden van het college was, mede gelet op de vele alternatieven die eiser zijn aangeboden, niet onevenredig. De rechtbank laat de lasten onder bestuursdwang dus in stand.

de uitspraak te ondertekenen)

griffier rechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan diegene de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] uit [plaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Wet- en regelgeving
  4. Beoordeling van de zaak
  5. Conclusie
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 26/5642 en UTR 26/5644

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2026 op de beroepen in de zaken tussen

[eiser] uit [plaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder

(gemachtigde: mr. C. Brons).

Inleiding

1. Eiser is dakloos en verbleef in een tent op perceel ( [nummer]) [nummer] ( [locatie]) in [plaats], een stukje groen langs de westzijde van [straat] ter hoogte van de [locatie]. Volgens het college is het niet toegestaan om daar in een tent te verblijven. Het college heeft eiser daarom op 15 januari 2026 een last onder bestuursdwang opgelegd om uiterlijk binnen één week zijn tent te verwijderen en verwijderd te houden.

2. Eiser is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om de last onder bestuursdwang te schorsen tot het college een besluit heeft genomen over zijn bezwaar. Het college heeft vervolgens toegezegd om te wachten met het verwijderen van de tent van eiser, tot ná de uitspraak van de voorzieningenrechter. Met de uitspraak van 6 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van eiser afgewezen.[_7897994d-50b8-405b-8b4c-35c51bef01ee] Hierna is eisers tent verwijderd van het perceel.

3. Bij een controle op 13 februari 2026 hebben buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente gezien dat eiser opnieuw in zijn tent verbleef in de openbare ruimte van [plaats]. Ditmaal op perceel ( [nummer]) [nummer], in het park ter hoogte van de [straat] nabij de woonwijk [woonwijk]. Volgens het college is het nergens in de openbare ruimte van [plaats] toegestaan om een tent te gebruiken als woonverblijf.

4. Met het besluit van 23 februari 2026 heeft het college eiser daarom opnieuw gelast om uiterlijk op zaterdag 28 februari 2026 om 23:59 uur zijn tent en spullen op deze locatie te verwijderen en verwijderd te houden. Om herhaling te voorkomen heeft het college in deze tweede last onder bestuursdwang ook opgenomen dat eiser zijn tent en spullen verwijderd moet houden uit de openbare ruimte van het gehele grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht. Als eiser dat niet doet, zal het college geen derde last onder bestuursdwang meer opleggen maar onmiddellijk overgaan tot het verwijderen van eisers tent en spullen.

5. Eiser is het ook hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om de tweede last onder dwangsom te schorsen tot het college een besluit heeft genomen over zijn bezwaar. Met de uitspraak van 26 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter ook dit verzoek van eiser afgewezen.[_3a2c2da4-d4e3-4f73-91a3-a343e3afcba0] Hierop heeft eiser onmiddellijk een tweede verzoek om een voorlopige voorziening gedaan, maar dat verzoek is door de voorzieningenrechter bij uitspraak van 27 februari 2026 eveneens afgewezen.[_272dd2e2-b315-4bc1-80b6-1ab2d59bcd7b] Hierop zijn eisers tent en spullen verwijderd uit de openbare ruimte van het gehele grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht.

6. Intussen heeft het college de bezwaren van eiser voorgelegd aan de Adviescommissie Bezwaarschriften die het college daarover op 29 april 2026 heeft geadviseerd. Conform dit advies, heeft het college met het besluit op bezwaar van 15 mei 2026 (het bestreden besluit I) de eerste last onder bestuursdwang in stand gelaten, en met het besluit op bezwaar van dezelfde datum (het bestreden besluit II) ook de tweede last onder bestuursdwang in stand gelaten.

7. Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. De beroepen zijn op 9 september 2026 gevoegd bij de rechtbank op een zitting behandeld. Eiser is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [A].

Wet- en regelgeving

8. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Op grond van deze wet is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten, tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval.[_ffedc6f5-6368-421d-8b08-cbd32785efce] Een omgevingsplanactiviteit wordt als volgt gedefinieerd:

  • een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan,
  • een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of
  • een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan (de buitenplanse omgevingsplanactiviteit).[_1b3960d5-ce53-4189-a346-4fccb5b2e375]

9. Met de inwerkingtreding van de Ow heeft elke gemeente van rechtswege een omgevingsplan gekregen. Een omgevingsplan geeft regels over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Voor het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht geldt het ‘Omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht’. Dit omgevingsplan bestaat onder meer uit een tijdelijk deel, de voorheen vastgestelde bestemmingsplannen, en de omgevingsplanregels van rijkswege (de bruidsschat).[_e1766a6a-8ed1-426f-bdc2-03b5c1f9448a]

10. Op de eerste locatie waar eisers tent is aangetroffen, perceel ( [nummer]) [nummer], was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan ‘Maarssendorp Woongebied’ van kracht. Dit bestemmingsplan is na 1 januari 2024 onderdeel geworden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op grond hiervan rust op deze locatie de bestemming ‘Verkeer’. Gronden met die bestemming zijn niet bestemd voor het plaatsen van een tent en het gebruik hiervan als woonverblijf.[_b606adc1-d7e8-4058-8f74-69bc436625af] Dit gebruik is, zonder omgevingsvergunning, dus in strijd met het omgevingsplan.

11. Op de tweede locatie waar eisers tent is aangetroffen, perceel ( [nummer]) [nummer], was voor 1 januari 2024 het bestemmingsplan ‘Oud Zuilen en Op Buuren e.o.’ van toepassing. Ook dit bestemmingsplan is na 1 januari 2024 onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Op grond van dit bestemmingsplan rust op dit perceel de bestemming ‘Bos’. Ook de gronden met deze bestemming zijn niet bestemd voor het plaatsen van een tent en het gebruik hiervan als woonverblijf.[_666fcf8f-4f32-4a2f-9944-1d1f5d347115] Dit gebruik is, zonder omgevingsvergunning, dus ook in strijd met het omgevingsplan.

12. Tot slot is het binnen het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht, gelet op de ‘Verordening fysieke leefomgeving Stichtse Vecht 2023’ (de “Verordening”) verboden om de openbare ruimte als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden. Dit verbod geldt tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden, en in alle andere gevallen voor zover:

 er sprake is van overlast of hinder voor de omgeving, of;

 er gevaar is of dreigt voor de omgeving, of;

 het woon- of leefklimaat wordt aangetast.[_1ce889c0-4bd2-4249-ab8b-0743c6bc4641]

Beoordeling van de zaak

Verzoeken om heropening en toezending van stukken

13. Na de zitting heeft eiser de rechtbank bij meerdere e-mails verzocht om het onderzoek te heropenen en hem dossierstukken toe te sturen. De rechtbank ziet hier echter geen aanleiding toe. Alle stukken die door het college aan de besluitvorming ten grondslag zijn gelegd zijn per post aan het door eiser opgegeven postadres gestuurd. Het verweerschrift is per e-mail aan eiser toegestuurd. Uit een e-mail van eiser van 28 augustus 2026 volgt dat eiser deze ook heeft ontvangen. Op verzoek van eiser (direct voorafgaand aan de zitting) is op de zitting nog een geprinte versie van het verweerschrift aan eiser overhandigd. Eiser heeft voorafgaand aan, maar ook tijdens de zitting uitgebreid de gelegenheid gehad om zijn standpunt naar aanleiding van deze dossierstukken duidelijk te maken, en heeft dat ook gedaan. De verzoeken van eiser tot heropening van het onderzoek worden dan ook afgewezen.

Omvang van het geding

14. De rechtbank overweegt verder dat zij niet toekomt aan wat eiser naar voren heeft gebracht over zijn bijstandsuitkering en het hoger beroep dat hij daarover heeft lopen bij de Centrale Raad van Beroep. De bijstandsuitkering ligt in deze procedure namelijk niet aan de rechtbank ter beoordeling voor. De rechtbank komt ook niet toe aan een beoordeling van de schade die het college volgens eiser heeft veroorzaakt bij het verwijderen van zijn tent en spullen. De civiele rechter, niet de bestuursrechter, is bevoegd ten aanzien van een verzoek om schadevergoeding als gevolg van de uitoefening van bestuursdwang. Omdat deze punten buiten de omvang van dit geding vallen, zal de rechtbank daar verder niet op ingaan.

Beginselplicht tot handhaving

15. De rechtbank stelt voorop dat het college, gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, bij overtreding van een wettelijk voorschrift in de regel van zijn handhavingsbevoegdheid gebruik móet maken. Dit is de beginselplicht tot handhaving. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag van het college worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat. Ook kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van handhaving in die concrete situatie moet worden afgezien.

16. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser zijn tent in de openbare ruimte van Stichtse Vecht, waaronder de specifieke percelen waarop hij is aangetroffen, niet mag gebruiken als woonverblijf. Er was dus sprake van overtredingen waar het college in beginsel handhavend tegen móest optreden.

Bijzondere omstandigheden om van handhaving af te zien?

17. Eiser betoogt dat het college in zijn geval van handhaving had moeten afzien, omdat dat onevenredig is en in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Hij kwam na 3,5 jaar uit detentie, stond op straat en had op dat moment helemaal niets meer. Eiser is op leeftijd en zijn gezondheidssituatie was precair. Volgens eiser is het in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de grondwet dat het college hem onder die omstandigheden het verblijf in zijn tent heeft ontzegd. Daar komt nog bij dat aan eiser geen fatsoenlijke alternatieven zijn geboden. In [plaats] zijn er, ondanks de zorgplicht die de gemeente daartoe heeft, helemaal geen opvangvoorzieningen. Eiser zou hiervoor dus naar Utrecht moeten uitwijken, maar dat is te ver van zijn kinderen die in [plaats] wonen. Bovendien was eiser in zijn tent niemand tot last. Zijn tent en spullen waren verborgen tussen het groen en eiser hield de omgeving netjes. Het algemeen belang woog dan ook niet op tegen eisers belang bij verblijf in zijn tent in [plaats], zo stelt eiser.

18. Op de zitting heeft eiser er nog op gewezen dat het college de camping in [plaats] ten onrechte niet als alternatief heeft betrokken. Gebleken is dat deze camping in maart 2026, dus vlak na de tweede last onder bestuursdwang, open ging. Als het college eiser dus slechts een paar dagen langer in zijn tent had gegund, had eiser aansluitend naar deze camping kunnen verhuizen waarmee de overtreding ook was beëindigd. Ook hierom was handhavend optreden onevenredig, aldus eiser.

19. De rechtbank volgt eiser niet. De rechtbank ziet niet waarom de omstandigheid dat eiser net uit detentie kwam, op leeftijd was en een precaire gezondheid had, zou maken het college hem langer toe had moeten staan om, in strijd met de regels, in zijn tent te verblijven in de openbare ruimte. Het was koud (het sneeuwde zelfs) en eiser verkeerde in zeer primitieve leefomstandigheden. Van strijd met het EVRM en de grondwet om die reden, is de rechtbank dan ook niet gebleken.

20. Daarbij ziet de rechtbank niet dat de alternatieve opvangplekken niet toereikend zouden zijn. Uit de besluitvorming blijkt dat het college eiser verschillende vormen van begeleiding heeft aangeboden en hem op diverse opvangplekken heeft gewezen. Deze opvangplekken bevinden zich (op de wintercamping in [plaats] na) weliswaar allemaal in Utrecht, maar dat maakt deze plekken nog geen onvolwaardig alternatief. Hoewel het begrijpelijk is dat eiser het liefst in zijn woonplaats [plaats] wil blijven, dichtbij zijn kinderen, zijn daar nu eenmaal geen opvangplekken gerealiseerd. Het klopt dat elk gemeentebestuur zorg moet dragen voor de maatschappelijke ondersteuning in zijn gemeente, maar daarbij is het de kleinere gemeenten, zoals Stichtse Vecht, toegestaan om de daklozenopvang onder te brengen in grotere naastgelegen gemeenten, zoals Utrecht, en dat is hier gebeurd. Dat eiser de geboden begeleiding afhoudt en elke vorm van opvang om hem moverende redenen afwijst[_85f47b2c-fd4e-4957-96b1-8fe0bd74cb81], dient dan voor zijn rekening en risico te komen.

21. Ook de stelling dat eiser in de loop van maart 2026 mogelijk terecht had gekund op de camping in [plaats], maakt niet dat het college van handhaving had moeten afzien. Die omstandigheid doet er immers niet aan af dat eiser op het moment van het opleggen van de lasten onder bestuursdwang in overtreding was en het college dus in beginsel gehouden was om die overtreding ongedaan te maken. Bovendien had eiser – ter overbrugging van de periode totdat hij op de camping in [plaats] terecht zou kunnen – gebruik kunnen maken van een van de door de gemeente aangeboden opvangmogelijkheden als alternatief voor het illegale verblijf in zijn tent in [plaats]. Dat hij dat heeft geweigerd komt zoals gezegd voor zijn rekening en risico.

22. De rechtbank volgt eiser verder niet in zijn stelling dat er geen belangen van derden in het geding zouden zijn. Uit het dossier blijkt immers dat er klachten zijn ingediend door omwonenden over eisers verblijf in de tent. Ook gelet daarop was handhavend optreden door het college dus niet onevenredig.

23. De rechtbank volgt eiser evenmin in zijn betoog dat handhavend optreden in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij door het handhavend optreden anders is behandeld dan andere dak- en thuislozen in de gemeente Stichtse Vecht. Daarvan is ook overigens niet gebleken.

24. Het betoog van eiser slaagt niet.

Conclusie

25. Gelet op het voorgaande, is de rechtbank niet gebleken dat het college in dit geval van handhaving had moeten afzien. Het college heeft het algemeen belang bij handhaving van de regels in redelijkheid mogen prevaleren boven het individuele belang van eiser bij verblijf in zijn tent in de openbare ruimte van [plaats].

26. Dat betekent dat de beroepen ongegrond moeten worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling, waaronder de door eiser gevraagde reiskostenvergoeding, bestaat dan geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is op 25 september 2026 in het openbaar gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer – de Bruin, griffier.

(de griffier is verhinderd om

de uitspraak te ondertekenen)

griffier rechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan diegene de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.