Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 10 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6424Zaaknummer UTR 25/6626 en UTR 25/5062
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 10 september 2026
- Publicatiedatum
- 5 oktober 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/6626 en UTR 25/5062
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
aanvragen voor bijzondere bijstand op grond van de Pw voor tandartskosten zijn terecht afgewezen. Het college heeft zich op standpunt mogen stellen dat er geen sprake is van dringende redenen. Er is niet met objectieve gegevens onderbouwd dat het achterwege laten van de behandeling leidt tot een acute noodsituatie.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. Slycke- van Dort, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 september 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 25/6626, UTR 25/5062
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2026 in de zaken tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college
(gemachtigde: mr. W. van Beveren).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvragen van eiser voor bijzondere bijstand. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvragen. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvragen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvragen van eiser heeft mogen afwijzen. De bestreden besluiten blijven in stand. Eiser krijgt dus geen gelijk en de beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft aanvragen[_b03a5f2b-078b-45e9-bf0f-af883b212192] ingediend op grond van de Pw[_1a987e48-38f0-47f2-ba7b-a4e1bce69399] voor tandartskosten. Het college heeft deze aanvragen met de besluiten van 21 juli 2025 en 13 augustus 2025 afgewezen. Met de bestreden besluiten van 12 november 2025 en 26 augustus 2025 op de bezwaren van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvragen gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Het college heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen op 21 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
(De totstandkoming van) de bestreden besluiten
3. Eiser ontvangt een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande op grond van de Pw. Eiser heeft al geruime tijd klachten in verband met een ernstige ontsteking rondom de wortelpunten van een kies. Eiser heeft een aanvullende ziektekostenverzekering die maximaal € 1.000,- aan tandartskosten per jaar vergoedt. Deze vergoeding dekt niet de kosten van de gehele tandheelkundige behandeling die hij in verband met deze klachten wil ondergaan. Hierom heeft eiser verschillende aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand.
4. Het college heeft deze aanvragen afgewezen en zich daarbij op het standpunt gesteld dat de Zorgverzekeringswet (Zvw) een toereikende en passende voorliggende voorziening is voor de kosten van een tandheelkundige behandeling. In de regelgeving van de gemeente is een bewuste keuze gemaakt met betrekking tot het vergoeden van kosten van tandheelkundige behandelingen. Aanvullende bijzondere bijstandsverlening voor die kosten is slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde is. Indien de kosten - zoals ook in het geval van eiser - niet of niet volledig door de voorliggende voorziening worden vergoed, is dat geen reden om alsnog tot verlening van bijzondere bijstand over te gaan. Er is bij eiser volgens het college geen sprake van een zeer dringende reden om hier een uitzondering op te maken. Ook op grond van het door het college gevoerde beleid komen de kosten waarvoor eiser bijzondere bijstand heeft gevraagd hierom niet voor vergoeding in aanmerking. Wel heeft eiser de tandartskosten[_39b86cc1-de4c-4cc7-a27f-bf207ad5f475] waarvoor hij op 2 augustus 2025 een vergoeding heeft gevraagd via de regeling extra zorgkosten vergoed gekregen.
Wat vindt eiser?
5. Eiser stelt dat het college ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een zeer dringende reden[_5726abd0-faf6-49c8-936b-f0b5f6b28210] om een uitzondering te maken en toch zijn tandheelkundige behandeling te vergoeden. Hij voert hiertoe aan dat het college is uitgegaan van een achterhaald en te restrictief criterium voor het aannemen van een acute noodsituatie. Eiser wijst in dit kader op een brief van zijn tandarts van 8 januari 2026. Uit deze brief blijkt naar zijn mening dat uitstel van de behandeling medisch zeer onwenselijk is en dat bij verder uitstel ernstige, zelfs levensbedreigende, complicaties kunnen optreden. Daarnaast blijkt hieruit dat er geen reëel medisch alternatief is en extractie de enige behandeloptie is.
Wat is het oordeel van de rechtbank
6. Ter zitting heeft (de gemachtigde van) eiser laten weten dat hij geen belang heeft bij de beoordeling van het deel van het bestreden besluit dat betrekking heeft op de afwijzing van de door hem gevraagde € 43,57[_9ca89df8-8e63-44b0-8428-93a31779c1b8] nu hij dit bedrag al vergoed heeft gekregen op grond van de regeling extra zorgkosten. De rechtbank zal dit gedeelte dan ook niet inhoudelijk behandelen.
7. De overige aanvragen en de daaropvolgende besluiten zien op verschillende aanvragen van eiser met betrekking tot de vergoeding van tandartskosten voor hetzelfde tandheelkundige probleem. De afwijzing van deze aanvragen is door het college ook gebaseerd op dezelfde afwijzingsgrond; de aanwezigheid van een passende en voorliggende voorziening. Ter zitting is door partijen bevestigd dat de gronden van beroep van 12 januari 2026 en het verweerschrift dat is ingediend in procedure UTR25/6626 ook zien op procedure UTR 25/5062.
Dwingende redenen
8. De rechtbank stelt vast dat het geschil zich gelet op de eerdergenoemde gronden van beroep beperkt tot de vraag of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van dringende redenen. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is en acht hierbij het volgende van belang.
9. Het college kan aan een persoon die in beginsel geen recht op bijstand heeft[_230a0cf9-426d-4149-93f5-903815571e11], toch bijstand verlenen als zeer dringende redenen dat noodzakelijk maken[_84af34f0-a3dc-4839-b87b-64d003bb83d1]. Deze zeer dringende redenen doen zich voor als er een acute noodsituatie is en de behoeftige omstandigheden waarin de betrokkene verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Dit is vaste rechtspraak van de hoogste rechter in dit soort zaken, de Centrale Raad van Beroep (CRvB.)[_e317beb5-30dd-4f8d-a507-c931cea14282]
10. De CrvB heeft daarbij meer recent de lijn veranderd over het begrip ‘acute noodsituatie’ als zeer dringende redenen voor bijstandverlening. Bij de beoordeling of een acute noodsituatie zich voordoet, moet namelijk worden meegewogen of het niet verlenen van bijstand voor de betrokkene tot ernstige gevolgen leidt, met name voor de gezondheid van de aanvrager. Het moet gaan om een schrijnende situatie waarvan het evident is dat weigering van bijstand zonder meer onaanvaardbaar is.[_029577c7-718f-433c-8299-a33ea28dad99] Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat aan die voorwaarde is voldaan. Daarbij is van belang dat de wetgever bij het begrip ‘zeer dringende redenen’ heeft gedacht aan een extreme situatie en nadrukkelijk niet heeft beoogd een algemene ontsnappingsclausule te bieden.
11. Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank niet met objectieve gegevens onderbouwd dat het achterwege laten van de behandeling leidt tot een acute noodsituatie. Dat blijkt ook onvoldoende uit de door eiser overgelegde brief van de tandarts van 8 januari 2026. Voor wat betreft de tandheelkundige behandeling van eiser kan er onderscheid worden gemaakt in enerzijds de behandeling van de infectie en extractie van de kies en anderzijds de opbouw met (bijvoorbeeld) het implantaat. In de overgelegde brief schrijft de tandarts expliciet dat er geen medische noodzaak is voor implantologie. Wel wordt aangegeven dat behandeling van de infectie en extractie[_6d3d3faa-e889-475c-9d0a-183e3b862540] de enige behandeloptie is en dat uitstel hiervan uiteindelijk kan leiden tot een levensgevaarlijk afzakkend loge-abces. Ter zitting heeft eiser erop gewezen dat daarmee naar zijn mening in ieder geval voor dat eerste gedeelte van de behandeling, de infectiebehandeling en extractie, een medische noodzaak moet worden aangenomen. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Het college heeft er in het bestreden besluit op gewezen dat eiser voor de kosten van dit gedeelte van de behandeling zijn (aanvullende) zorgverzekering kan aanspreken en voor een eventueel resterend bedrag een beroep kan doen op de regeling extra zorgkosten. De rechtbank constateert dat eiser niet heeft onderbouwd dat dit niet het geval is. Zo is niet duidelijk wat dit gedeelte van de behandeling kost en op welk bedrag van zijn aanvullende verzekering eiser nog aanspraak kan maken. Eiser heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat het niet verlenen van bijstand voor hem tot ernstige gevolgen leidt. Er is dus niet aangetoond dat sprake is van een schrijnende situatie waarvan het evident is dat weigering van bijstand zonder meer onaanvaardbaar is. Er is niet vast komen te staan dat sprake is van een acute noodsituatie. Daarnaast is evenmin komen vast te staan dat de behoeftige omstandigheden waarin hij verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen. Hierom kan deze beroepsgrond niet slagen.
Conclusie en gevolgen
12. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Eiser krijgt daarom ook het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. Slycke- van Dort, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 september 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.