Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 9 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6329Zaaknummer UTR 25/6082
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 9 september 2026
- Publicatiedatum
- 5 oktober 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/6082
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Schadefonds Geweldsmisdrijven - eigen aandeel - uitgaansgeweld - vrijspraak strafzaak wegens noodweer - beroep ongegrond
uitspraak te ondertekenen
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg)
Artikel 2
Er is een Schadefonds Geweldsmisdrijven waaruit uitkeringen kunnen worden gedaan als bij of krachtens deze wet bepaald.
Artikel 3 1. Uitkering kan worden gedaan
a. aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf dan wel schuldverkrachting of schuldaanranding, ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen;
(…)
Artikel 4
1. De uitkering wordt naar redelijkheid en billijkheid bepaald. Zij beloopt ten hoogste het bedrag van de door het letsel of overlijden veroorzaakte schade, daaronder begrepen immateriële schade van nabestaanden.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bedragen ten hoogste kunnen worden uitgekeerd.
Artikel 5
Een uitkering kan achterwege blijven of op een geringer bedrag worden bepaald, indien de toegebrachte schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan het slachtoffer of de nabestaande is toe te rekenen.
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 1 juli 2024
(…)
Opzettelijk gepleegd gewelds- of zedenmisdrijf
Een aanvraag kan worden ingediend voor een in Nederland opzettelijk gepleegd gewelds- of zedenmisdrijf, als gevolg waarvan een slachtoffer ernstig letsel heeft opgelopen (artikel 3 lid 1 van de Wet). Met een gewelds- of zedenmisdrijf wordt hier bedoeld een in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld misdrijf (of een strafbare poging daartoe), waarbij tegen een persoon geweld is gebruikt of met geweld is gedreigd. Als een voorval niet als misdrijf strafbaar is gesteld in het Wetboek van Strafrecht, dan levert dit dus geen gewelds- of zedenmisdrijf op in de zin van artikel 3 van de Wet.
(…)
Aannemelijkheid
Algemeen
Een gewelds- of zedenmisdrijf hoeft niet bewezen te worden (zoals bij de strafrechter), maar moet aannemelijk worden gemaakt. Aannemelijkheid is een juridisch begrip en houdt in dat het niet onomstotelijk hoeft vast te staan dat het is gegaan zoals in de aanvraag is beschreven, maar dat het op basis van de gegeven onderbouwing goed mogelijk is dat het
zo gegaan is. Uit die onderbouwing moet een duidelijk en logisch beeld volgen van wat er is gebeurd en wat de aanleiding ervoor was.
In de eerste plaats is daarbij de feitelijke (gewelds)handeling van belang. Dit is de handeling waardoor het slachtoffer letsel opliep: bijvoorbeeld het uitdelen van een klap, het schieten met een vuurwapen of het steken met een mes.
In de tweede plaats moeten de toedracht van het gewelds- of zedenmisdrijf duidelijk zijn, de aanleiding ervan en de omstandigheden waaronder het plaatsvond. Het Schadefonds kan bij de beoordeling informatie uit meerdere bronnen betrekken.
Het uitgangspunt is dat het slachtoffer verantwoordelijk is voor het onderbouwen van de aanvraag met voldoende objectieve aanwijzingen. Objectieve aanwijzingen zijn aanwijzingen afkomstig uit een andere bron dan het slachtoffer zelf. Deze bronnen moeten betrouwbaar en onpartijdig zijn en vanuit eigen waarneming verklaren.
(…)
C. Eigen aandeel
C.1 Algemeen
Een uitkering kan achterwege blijven of op een lager bedrag worden bepaald, als de toegebrachte schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan het slachtoffer is toe te rekenen. Dit staat in artikel 5 van de Wet en wordt het ‘eigen aandeel’ van het slachtoffer genoemd. De gedachte achter deze bepaling is dat het Schadefonds is opgericht om mensen, die buiten hun schuld slachtoffer worden van geweld, een financiële tegemoetkoming te bieden in hun schade. Als het slachtoffer een eigen aandeel heeft in het geweld is deze tegemoetkoming in principe niet passend, omdat deze moet worden gezien als een uiting van solidariteit van de samenleving met het slachtoffer. De tegemoetkoming wordt namelijk gefinancierd uit gemeenschapsgeld.
Voor de beoordeling van het eigen aandeel gaat het Schadefonds na of het slachtoffer het geweldsmisdrijf had kunnen en moeten voorkomen. Hierbij kijkt het of het slachtoffer zichzelf onnodig in een situatie heeft gebracht waarin hij geweld kon en moest verwachten.
Hieronder is een aantal situaties van eigen aandeel beschreven. Daarbij is aangegeven hoe het Schadefonds deze situaties beoordeelt. Let wel op: dit zijn uitgangspunten. Of het Schadefonds een aanvraag volledig afwijst of de uitkering op een lager bedrag vaststelt, bepaalt het uiteindelijk aan de hand van de aard en de ernst van het verwijt dat het
slachtoffer kan worden gemaakt, bezien in het licht van het geweld dat tegen hem is gebruikt. Hierbij wordt rekening gehouden met alle omstandigheden van het geval.
• Als het slachtoffer als eerste geweld heeft gebruikt, en de dader hierop een gelijkwaardige reactie heeft gegeven (dus geen disproportioneel geweld van de dader), dan wijst het Schadefonds een aanvraag volledig af. Als het geweld van de dader niet in verhouding staat tot wat het slachtoffer te verwijten valt en het slachtoffer zeer ernstig letsel heeft opgelopen (in beginsel letselcategorie 4 of hoger), dan wordt het geweld van de dader als disproportioneel aangemerkt. Het uitgangspunt is dan dat 50% van de uitkering wordt toegekend.
(…)
• Wanneer sprake is van uitgaansgeweld, waarbij het slachtoffer onder invloed was van alcohol/drugs en zich uitdagend en/of beledigend heeft gedragen, dan is het uitgangspunt dat 50% van de uitkering wordt toegekend als dit gedrag de aanleiding is geweest voor het geweld. De reden om in deze gevallen niet 75% maar 50% van de uitkering toe te kennen, is dat het in het algemeen bekend is dat de gemoederen tijdens het uitgaan makkelijk hoog op kunnen lopen en tot geweld kunnen leiden.
(…)
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6082
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.A.C. de Bruijn),
en
Schadefonds Geweldsmisdrijven
(gemachtigde: mr. Y. Pieters).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke toekenning van de aanvraag van eiseres tot een tegemoetkoming van het Schadefonds. Het Schadefonds heeft de door eiseres te ontvangen tegemoetkoming met 50 procent gekort doordat er volgens het Schadefonds sprake was van uitgaansgeweld en eiseres volgens het Schadefonds een eigen aandeel had in het geweldsincident. Eiseres is het daar niet mee eens. Eiseres voert aan dat zij geen eigen aandeel had in het geweldsincident. Ze wilde het vechten juist voorkomen en heeft alleen uit noodweer geweld gebruikt. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Schadefonds in redelijkheid de tegemoetkoming van eiseres met 50 procent mocht verlagen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming van het Schadefonds. Het Schadefonds heeft de tegemoetkoming met het besluit van 18 maart 2025 toegekend, waarbij een korting van 50 procent is toegepast wegens een eigen aandeel van eiseres in het uitgaansgeweld. Met het bestreden besluit van 5 september 2025 op het bezwaar van eiseres is het Schadefonds bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Schadefonds heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 13 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Schadefonds.
Beoordeling door de rechtbank
De feiten
3. De rechtbank stelt vast dat eiseres tijdens een uitgaansavond in de nacht van 25 op 26 augustus 2023 betrokken was bij een geweldsincident tussen een aantal leden van de uitgaansgroep van eiseres. Eiseres werd tijdens dat opstootje in het gezicht geslagen, met een wond tot gevolg. Daarnaast heeft eiseres psychisch letsel opgelopen door het geweldsincident, waarvoor zij onder behandeling is geweest. Het letsel is door het Schadefonds beoordeeld, en daarop is met het besluit van 18 maart 2025 een tegemoetkoming toegekend uit letselcategorie 2.[_c27d6f70-eb39-4886-b09e-37fb2e6f8ec2] Het Schadefonds heeft een korting van 50 procent toegepast wegens een eigen aandeel van eiseres in het uitgaansgeweld, waardoor het bedrag van de tegemoetkoming is vastgesteld op € 1.250,-. Op zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangegeven dat de strafrechter op 10 juni 2026 uitspraak heeft gedaan in de strafzaak tegen de persoon die eiseres heeft geslagen. De strafrechter heeft de verdachte vrijgesproken wegens een geslaagd beroep op noodweer. Toetsingskader
4. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
5. Bij de beoordeling van de aanvraag van eiseres heeft het Schadefonds beoordelingsruimte. Gelet op deze beoordelingsruimte moet de rechtbank het bestreden besluit terughoudend toetsen. Dat betekent dat de rechtbank in deze zaak moet beoordelen of het Schadefonds in redelijkheid de aanvraag voor een tegemoetkoming mocht toekennen en het tegemoetkomingsbedrag mocht verminderen met 50 procent.
Mocht het Schadefonds in redelijkheid concluderen dat eiseres een eigen aandeel had in het geweldsincident van 26 augustus 2023?
6. Eiseres voert aan dat uit haar eigen verklaring bij de politie blijkt dat zij geen aandeel heeft gehad in de ruzie binnen de uitgaansgroep, maar dat zij juist tussenbeide kwam om het geweld te laten stoppen. Eiseres heeft pas gereageerd met een duw nadat twee personen haar vriendin trapten terwijl die op de grond lag. Toen eiseres in het gezicht werd geslagen reageerde zij met een proportionele klap terug. Er was dus duidelijk sprake van noodweer. Eiseres voert verder aan dat het klopt dat de groep op een gegeven moment met ruzie uit elkaar ging en dat eiseres zelf de andere helft van de groep weer opzocht, maar dat deed zij alleen maar om de huissleutel van een vriendin op te halen. Tot slot voert eiseres aan dat zij weliswaar alcohol heeft gedronken, maar dat het slechts ging om een paar glazen over de avond verspreid. Ze was daardoor niet onder zodanige invloed van alcohol dat dat gevolgen zou hebben gehad voor haar gedrag tijdens het geweldsincident.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Het Schadefonds heeft de tegemoetkoming aan eiseres verminderd met 50 procent op grond van het eigen aandeel van eiseres in uitgaansgeweld. Volgens het beleid van het Schadefonds is sprake van een eigen aandeel in uitgaansgeweld als het slachtoffer onder invloed was van alcohol of drugs en zich uitdagend en/of beledigend heeft gedragen.[_da2068f7-8563-4add-9423-ec6d34e396f0] Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat het Schadefonds het eigen aandeel niet hoeft te bewijzen, maar aannemelijk moet maken.[_55f1f410-069c-4913-86c5-91a0b7292dce]
De rechtbank is van oordeel dat het Schadefonds op grond van de informatie uit het politiedossier tot de conclusie mocht komen dat eiseres zich uitdagend heeft gedragen en er dus sprake was van een eigen aandeel van eiseres in het geweldsincident. Zo blijkt uit het proces-verbaal over de beschikbare beelden van bewakingscamera’s dat eiseres heeft geduwd en in ieder geval vijf keer in de richting van de andere persoon heeft geslagen. Verder ontkent eiseres niet dat zij heeft geduwd en geslagen. Daarnaast mocht het Schadefonds meewegen dat eiseres zelf opnieuw de confrontatie heeft opgezocht nadat de uitgaansgroep eerder die avond met ruzie uit elkaar was gegaan. Het beroep van eiseres op noodweer maakt dit niet anders. De rechtbank is namelijk van oordeel dat de beoordeling van het eigen aandeel door het Schadefonds een andere toets is dan de vraag of er sprake was van noodweer. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat het vonnis van de strafrechter van 10 juni 2026, dus na het bestreden besluit, het standpunt van het Schadefonds bevestigt dat er sprake was een eigen aandeel van eiseres, nu de strafrechter in de gedragingen van eiseres aanleiding heeft gezien om de persoon die eiseres heeft geslagen vrij te spreken van mishandeling door een geslaagd beroep op noodweer.
De rechtbank is verder van oordeel dat het Schadefonds mocht concluderen dat eiseres onder invloed was van alcohol. Eiseres heeft namelijk zelf verklaard dat zij die nacht drie alcoholische drankjes heeft gedronken, waarvan de laatste om 03.18 uur. Het geweldsincident vond plaats rond 04.40 uur. Gelet op het geringe tijdsverloop tussen de alcoholconsumptie en het geweldsincident is het aannemelijk dat eiseres nog onder invloed was van alcohol ten tijde van het geweldsincident. Op grond van het beleid van het Schadefonds is niet van belang in welke mate eiseres onder invloed was van alcohol.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de tegemoetkoming van het Schadefonds aan eiseres blijft staan op € 1.250,-. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Keurentjes, rechter, in aanwezigheid van J.M.J. Kooistra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg)
Artikel 2
Er is een Schadefonds Geweldsmisdrijven waaruit uitkeringen kunnen worden gedaan als bij of krachtens deze wet bepaald.
Artikel 3 1. Uitkering kan worden gedaan
a. aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf dan wel schuldverkrachting of schuldaanranding, ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen;
(…)
Artikel 4
1. De uitkering wordt naar redelijkheid en billijkheid bepaald. Zij beloopt ten hoogste het bedrag van de door het letsel of overlijden veroorzaakte schade, daaronder begrepen immateriële schade van nabestaanden.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bedragen ten hoogste kunnen worden uitgekeerd.
Artikel 5
Een uitkering kan achterwege blijven of op een geringer bedrag worden bepaald, indien de toegebrachte schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan het slachtoffer of de nabestaande is toe te rekenen.
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 1 juli 2024
(…)
Opzettelijk gepleegd gewelds- of zedenmisdrijf
Een aanvraag kan worden ingediend voor een in Nederland opzettelijk gepleegd gewelds- of zedenmisdrijf, als gevolg waarvan een slachtoffer ernstig letsel heeft opgelopen (artikel 3 lid 1 van de Wet). Met een gewelds- of zedenmisdrijf wordt hier bedoeld een in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld misdrijf (of een strafbare poging daartoe), waarbij tegen een persoon geweld is gebruikt of met geweld is gedreigd. Als een voorval niet als misdrijf strafbaar is gesteld in het Wetboek van Strafrecht, dan levert dit dus geen gewelds- of zedenmisdrijf op in de zin van artikel 3 van de Wet.
(…)
Aannemelijkheid
Algemeen
Een gewelds- of zedenmisdrijf hoeft niet bewezen te worden (zoals bij de strafrechter), maar moet aannemelijk worden gemaakt. Aannemelijkheid is een juridisch begrip en houdt in dat het niet onomstotelijk hoeft vast te staan dat het is gegaan zoals in de aanvraag is beschreven, maar dat het op basis van de gegeven onderbouwing goed mogelijk is dat het
zo gegaan is. Uit die onderbouwing moet een duidelijk en logisch beeld volgen van wat er is gebeurd en wat de aanleiding ervoor was.
In de eerste plaats is daarbij de feitelijke (gewelds)handeling van belang. Dit is de handeling waardoor het slachtoffer letsel opliep: bijvoorbeeld het uitdelen van een klap, het schieten met een vuurwapen of het steken met een mes.
In de tweede plaats moeten de toedracht van het gewelds- of zedenmisdrijf duidelijk zijn, de aanleiding ervan en de omstandigheden waaronder het plaatsvond. Het Schadefonds kan bij de beoordeling informatie uit meerdere bronnen betrekken.
Het uitgangspunt is dat het slachtoffer verantwoordelijk is voor het onderbouwen van de aanvraag met voldoende objectieve aanwijzingen. Objectieve aanwijzingen zijn aanwijzingen afkomstig uit een andere bron dan het slachtoffer zelf. Deze bronnen moeten betrouwbaar en onpartijdig zijn en vanuit eigen waarneming verklaren.
(…)
C. Eigen aandeel
C.1 Algemeen
Een uitkering kan achterwege blijven of op een lager bedrag worden bepaald, als de toegebrachte schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan het slachtoffer is toe te rekenen. Dit staat in artikel 5 van de Wet en wordt het ‘eigen aandeel’ van het slachtoffer genoemd. De gedachte achter deze bepaling is dat het Schadefonds is opgericht om mensen, die buiten hun schuld slachtoffer worden van geweld, een financiële tegemoetkoming te bieden in hun schade. Als het slachtoffer een eigen aandeel heeft in het geweld is deze tegemoetkoming in principe niet passend, omdat deze moet worden gezien als een uiting van solidariteit van de samenleving met het slachtoffer. De tegemoetkoming wordt namelijk gefinancierd uit gemeenschapsgeld.
Voor de beoordeling van het eigen aandeel gaat het Schadefonds na of het slachtoffer het geweldsmisdrijf had kunnen en moeten voorkomen. Hierbij kijkt het of het slachtoffer zichzelf onnodig in een situatie heeft gebracht waarin hij geweld kon en moest verwachten.
Hieronder is een aantal situaties van eigen aandeel beschreven. Daarbij is aangegeven hoe het Schadefonds deze situaties beoordeelt. Let wel op: dit zijn uitgangspunten. Of het Schadefonds een aanvraag volledig afwijst of de uitkering op een lager bedrag vaststelt, bepaalt het uiteindelijk aan de hand van de aard en de ernst van het verwijt dat het
slachtoffer kan worden gemaakt, bezien in het licht van het geweld dat tegen hem is gebruikt. Hierbij wordt rekening gehouden met alle omstandigheden van het geval.
• Als het slachtoffer als eerste geweld heeft gebruikt, en de dader hierop een gelijkwaardige reactie heeft gegeven (dus geen disproportioneel geweld van de dader), dan wijst het Schadefonds een aanvraag volledig af. Als het geweld van de dader niet in verhouding staat tot wat het slachtoffer te verwijten valt en het slachtoffer zeer ernstig letsel heeft opgelopen (in beginsel letselcategorie 4 of hoger), dan wordt het geweld van de dader als disproportioneel aangemerkt. Het uitgangspunt is dan dat 50% van de uitkering wordt toegekend.
(…)
• Wanneer sprake is van uitgaansgeweld, waarbij het slachtoffer onder invloed was van alcohol/drugs en zich uitdagend en/of beledigend heeft gedragen, dan is het uitgangspunt dat 50% van de uitkering wordt toegekend als dit gedrag de aanleiding is geweest voor het geweld. De reden om in deze gevallen niet 75% maar 50% van de uitkering toe te kennen, is dat het in het algemeen bekend is dat de gemoederen tijdens het uitgaan makkelijk hoog op kunnen lopen en tot geweld kunnen leiden.
(…)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.