Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 7 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:6266Zaaknummer UTR 26/7605

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
7 september 2026
Publicatiedatum
24 september 2026
Zaaknummer
UTR 26/7605
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter treft een ordemaatregel. Verzoekster en haar minderjarige kind hebben vanaf 7 september 2026 geen opvang meer. De voorzieningenrechter bepaalt dat het college moet voorzien in passende opvang voor verzoekster en haar minderjarige kind. Dit moet het college in ieder geval doen tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Beslissing

De voorzieningenrechter schorst bij wijze van ordemaatregel het bestreden besluit tot uitspraak zal zijn gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 september 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], te [plaats], verzoekster
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/7605

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 september 2026 in de zaak tussen

[verzoekster], te [plaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. R.M. Vaalburg),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats], het college

(gemachtigden: mr. P.I. Algoe en L. Buwalda-Alilouch).

Procesverloop

In het besluit van 20 juli 2026 heeft het college de aanvraag van verzoekster om toegang tot de noodopvang voor dakloze gezinnen afgewezen.

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.[_3a7a0463-1d47-4cac-85a5-545adc0b416d]

Verzoekster heeft het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken, omdat het college tijdelijk opvang wilde verlenen tot en met 28 augustus 2026.

Het college heeft de tijdelijke opvang verlengd tot 7 september 2026, 11:00 uur.

Op 4 september 2026 11:19 uur heeft verzoekster een nieuw verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening /ordemaatregel ingediend.

Het college heeft hierop om 15:13 uur gereageerd en heeft daarbij een besluit van 4 september 2026 overgelegd waarin het verzoek om toegang tot de noodopvang voor dakloze gezinnen is afgewezen.

Verzoekster heeft op 15:23uur gereageerd en beroep ingesteld tegen het besluit van 4 september 2026.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter treft een ordemaatregel en bepaalt dat het college moet voorzien in passende opvang voor verzoekster en haar minderjarige zoon. Dit moet het college in ieder geval doen tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoekschrift. De voorzieningenrechter legt hieronder uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.

2. Verzoekster en haar zoon hebben opvang gekregen vanuit de gemeente [plaats]. De opvang eindigt op maandag 7 september 2026 om 11:00 uur. In dit geval is het niet mogelijk het verzoek op een zitting te behandelen vóór de beëindiging van de opvang. Omdat dit voor verzoekster en haar zoon zwaarwegende gevolgen heeft, ziet de voorzieningenrechter, gelet op alle betrokken belangen, aanleiding om het college bij wijze van ordemaatregel op te dragen om te voorzien in passende opvang voor verzoekster en haar minderjarige zoon. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat het hem op dit moment onduidelijk is of het college met het besluit van 4 september 2026 heeft beslist op het bezwaar van verzoekster tegen het besluit van 20 juli 2026, of dat het college hiermee heeft beslist op een nieuwe aanvraag waartegen bezwaar open staat.

3. Deze ordemaatregel geldt tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek van verzoekster.

4. De beslissing over de verzochte proceskostenveroordeling wordt aangehouden.

Beslissing

De voorzieningenrechter schorst bij wijze van ordemaatregel het bestreden besluit tot uitspraak zal zijn gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 september 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.