Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 15 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:5959Zaaknummer UTR 26/2086

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
28 augustus 2026
Zaaknummer
UTR 26/2086
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT UHT geen procesbelang

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;

- verwijst het beroep tegen het besluit van 18 december 2025 ter behandeling als bezwaar naar verweerder;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres vergoed;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , [plaats] , eiseres
  2. Dienst Toeslagen, verweerder
  3. Inleiding
  4. Overwegingen
  5. Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/2086

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. drs. M.J.G. Schroeder),

en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 5 december 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.

Op 18 december 2025 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op dit verzoek.

Eiseres heeft op 12 mei 2026 laten weten dat zij het niet eens is met het besluit en hiertegen in bezwaar gaat.

Overwegingen

1. Het beroep is ingediend bij de rechtbank Rotterdam, die het vervolgens heeft doorgestuurd naar de rechtbank Midden-Nederland. Deze laatste rechtbank is namelijk de bevoegde rechtbank om op het beroep van eiseres te beslissen.[_53029239-33b6-4fe9-9749-1cb7b7848f43]

2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.[_90936b40-7ab5-41d1-be9a-6ee90309a3cc]

Het beroep, gericht tegen het niet tijdig beslissen

3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Inmiddels heeft verweerder een besluit op dat verzoek genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat eiseres wilde. Omdat eiseres het beroep niet heeft ingetrokken, moet de rechtbank nog wel een beslissing nemen over dat beroep.

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiseres wilde met haar beroep bereiken dat verweerder zou beslissen op haar aanvraag en dat is gebeurd. Eiseres heeft daarom geen belang meer bij het beroep, voor zover dat gericht was tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Het beroep, gericht tegen het alsnog genomen besluit van 18 december 2025

5. Eiseres heeft laten weten dat zij het niet eens is met de inhoud van het besluit.

6. Dat betekent dat het beroep op grond van artikel 6:20, derde lid van de Awb van rechtswege ook is gericht tegen het besluit. De rechtbank zal dat beroep echter niet zelf behandelen, maar met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb doorsturen aan verweerder om als bezwaar te behandelen.

Proceskosten en griffierecht

7. Omdat het beroep, gericht tegen het niet tijdig beslissen, terecht is ingesteld, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 467,-.

8. Omdat het besluit genomen is na het instellen van het beroep en eiseres dus wel belang had bij het beroep niet tijdig beslissen toen zij dat indiende, moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;

- verwijst het beroep tegen het besluit van 18 december 2025 ter behandeling als bezwaar naar verweerder;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres vergoed;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.