Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 26 mei 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:5953Zaaknummer UTR 26/6534

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
28 augustus 2026
Zaaknummer
UTR 26/6534
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT bezwaar

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijnen overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-;- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder
  3. Procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/6534

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. K. van Driel),

en

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder

(gemachtigde: C.F. Arnold).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 12 november 2025 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 7 juli 2025.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift van 27 november 2025.

Bij de brief van 12 december 2025 heeft eiser een reactie gegeven op het verweerschrift.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.[_a1bcdded-e5e6-41c3-998d-d74ed4f5244c] Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiser heeft op 7 juli 2025 bezwaar ingediend op het besluit op zijn verzoek om informatie op grond van de Woo (Woo-verzoek). Bij de brief van 9 september 2025 is eiser door verweerder geïnformeerd over de verdaging van de beslistermijn met zes weken. Die verlengde beslistermijn is inmiddels verstreken.

4. Bij de brief van 26 oktober 2025 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld.

5. Op 12 november 2025 heeft eiser een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek.

6. Verweerder geeft in zijn verweerschrift van 27 november 2025 aan nog ongeveer zes weken nodig te hebben om een beslissing op bezwaar te nemen. Dat is tot op heden nog niet gebeurd.

7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van de Awb).

Verweerder moet alsnog een besluit nemen

8. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak.[_a8e9294b-9958-4b4a-bb3e-027c6c7b0a6e]

9. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde beslistermijn wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Proceskosten en griffierecht

10. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 467,-.

11. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 194,- aan hem moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijnen overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-;- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.