Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 12 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5801Zaaknummer 12213282 \ MC EXPL 26-2379 JD/51246
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 25 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12213282 \ MC EXPL 26-2379 JD/51246
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Incident. Toestemming om inmiddels ex-werknemer in vrijwaring op te roepen.
5 De beslissing
De kantonrechter:
in het incident
staat toe dat de heer [A] door [gedaagde] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 9 september 2026 om 11:00 uur;
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 9 september 2026 om 11:00 uur voor conclusie van repliek aan de zijde van [eiser];
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Zaaknummer: 12213282 \ MC EXPL 26-2379 JD/51246
Vonnis in incident van 12 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser] .,
gevestigd in [vestigingsplaats],
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J.P.H.C. Swarts,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde],
gevestigd in [vestigingsplaats],
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde],
vertegenwoordigd door haar eigenaar, de heer [gemachtigde].
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 april 2026 met producties;
- de e-mail van [gedaagde] van 8 mei 2026 met producties;
- de mondelinge conclusie van antwoord met een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring tijdens de rolzitting van 10 juni 2026 en de daarbij ingediende producties;
- de conclusie van antwoord in het incident.
[eiser] verwijst in de dagvaarding naar producties 1 tot en met 3. Zij heeft van productie 3 alleen een productieblad ingediend. De algemene voorwaarden die als productie 3 zouden zijn ingediend, ontbreken.
De kantonrechter heeft bepaald dat hij schriftelijk uitspraak doet in het incident.
2 De kern van de zaak
In de hoofdzaak vordert [eiser] dat [gedaagde] in totaal € 5.523,94 aan openstaande facturen voor sanitair en toebehoren met rente en kosten moet betalen. [gedaagde] voert aan dat de bestellingen bij [eiser] zijn geplaatst door de heer [A] (hierna: [A] ), die bij [gedaagde] in dienst was. Volgens [gedaagde] was [A] niet bevoegd om de bestellingen te plaatsen. Zij wil [A] daarom in vrijwaring oproepen. [eiser] heeft hier geen bezwaar tegen.
3 De beoordeling in het incident
[gedaagde] mag [A] in vrijwaring oproepen
De kantonrechter staat [gedaagde] toe om [A] in vrijwaring op te roepen. Vereist is dat [gedaagde] zich beroept op een rechtsverhouding met [A], die meebrengt dat [A] verplicht is om de nadelige gevolgen van de beslissing in de hoofdzaak tegen [gedaagde] te dragen. Aan dit vereiste is voldaan. Als [A] [gedaagde] onbevoegd heeft vertegenwoordigd, kan hij hierdoor schadeplichtig zijn. [gedaagde] hoeft in dit vrijwaringsincident nog niet aan te tonen dat [A] daadwerkelijk schadeplichtig is.
De kantonrechter compenseert de proceskosten in het incident
Omdat geen van partijen ongelijk heeft gekregen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4 De beoordeling in de hoofdzaak
De kantonrechter verwijst de zaak naar de rol, zodat [eiser] een conclusie van repliek kan indienen. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
5 De beslissing
De kantonrechter:
in het incident
staat toe dat de heer [A] door [gedaagde] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 9 september 2026 om 11:00 uur;
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 9 september 2026 om 11:00 uur voor conclusie van repliek aan de zijde van [eiser];
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.