Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 24 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5784Zaaknummer C/16/615146 / FO RK 26-1029
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 24 juli 2026
- Publicatiedatum
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/16/615146 / FO RK 26-1029
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Proces-verbaal van de mondelinge behandeling over de voorlopige voogdij en voogdij
Volledige tekst
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummers: C/16/614861 / FO RK 26-997 (voorlopige voogdij)
C/16/615146 / FO RK 26-1029 (voogdij)
Proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 24 juli 2026
in de zaak van:
de Raad voor de Kinderbescherming,
Midden-Nederland, Utrecht,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
met als belanghebbenden:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
[Curator],
h.o.d.n. Beschermingsbewind Centraal Nederland B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
hierna te noemen de curator.
de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van de verzoeken tot voorlopige voogdij en voogdij.
Tegenwoordig zijn:
- mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, en
- mr. E.A.G. Mosch, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
- de moeder met haar persoonlijk begeleider [A.] (via een Teamsverbinding);
- de advocaat van de moeder;
- [Curator], de curator van de moeder;
- [B.] en [C.] namens de Raad;
- [D.] namens de GI.
Aan de opa (moederszijde) is bijzondere toegang verleend.
De rechter controleert wie er zijn verschenen en stelt zichzelf en de griffier voor.
De rechtbank stelt vast dat de advocaat van de moeder is aangewezen in het kader van de Pilot Rechtsbijstand vanwege het eerdere verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing. Dat verzoek ligt niet langer voor. Nu de moeder in een psychiatrische inrichting verblijft en behoefte heeft aan rechtsbijstand, geeft de rechtbank de griffie de opdracht de aanwijzing om te zetten in een last onder toevoeging (analoog aan artikel 817 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in verband met artikel 6 en 8 EVRM.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn partijen gehoord over de beschikking voorlopige voogdij van 16 juli 2026. Alle aanwezigen kunnen die beslissing volgen De rechtbank ziet naar aanleiding van de mondelinge behandeling geen reden om met ingang van vandaag anders te beslissen.
De advocaat van de moeder heeft verklaard dat de moeder zich kan vinden in de beslissing over de voorlopige voogdij. Zij verzoekt de beslissing op het verzoek voorziening in de voogdij voor de duur van één jaar aan te houden, zodat in de tussentijd kan worden onderzocht of de voogdij het beste bij beide of één van de grootouders kan worden belegd, zo nodig in combinatie met een ondertoezichtstelling, of bij de GI. De overige partijen hebben verklaard zich in dit verzoek te kunnen vinden.
De rechtbank zal de beslissing op het verzoek tot voogdij aanhouden voor de duur van een jaar, tot 24 juli 2027. In de tussentijd verwacht de rechtbank:
- uiterlijk 24 mei 2027 van de Raad een update en, indien nodig, een aangepast verzoek;
- uiterlijk 24 juni 2027 van de GI een update over de stand van zaken.
De rechtbank sluit de mondelinge behandeling ter zitting en houdt de zaak pro forma aan tot de volgende zitting.
Waarvan proces-verbaal,
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.