Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5679Zaaknummer C/16/614554 / JL RK 26-436
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Publicatiedatum
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/16/614554 / JL RK 26-436
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing resterende deel van een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Mj verhuist naar een gezinshuis. Oorspronkelijke machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinshuis loopt nog en is hiervoor afdoende.
5 De beslissing
De kinderrechter:
stelt vast dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis loopt tot 18 augustus 2026;
wijst het aangehouden deel van het verzoek af.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/614554 / JL RK 26-436
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd in Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. E. Lucas.
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter heeft bij beschikking van 10 juli 2026 een machtiging verleend om [minderjarige] met spoed uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 10 juli 2026 tot 24 juli 2026. Ook heeft zij de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden. De kinderrechter moet nog beslissen op dit deel van het verzoek, te weten een machtiging om [minderjarige] met spoed uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van24 juli 2026 tot 7 augustus 2026 en aansluitend een (reguliere) machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 18 augustus 2026.
Hierna heeft de kinderrechter geen verdere stukken meer ontvangen.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
- [A.] namens de GI.
De moeder heeft haar advocaat laten weten dat het haar niet lukt om bij de zitting te zijn.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar mening te geven.
Voor het eerdere verloop van de procedure verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 10 juli 2026.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft op dit moment in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 29 juli 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 18 augustus 2026.
De kinderrechter heeft bij diezelfde beschikking van 29 juli 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinshuis tot 18 augustus 2026.
3 De standpunten
De GI
De GI heeft verteld dat er voor [minderjarige] inmiddels een nieuw gezinshuis is gevonden in [plaats]. Tijdens het bezoek aan dit gezinshuis reageerde zij hier goed op. [minderjarige] zal daarom aankomende vrijdag, 24 juli 2026, verhuizen naar dit gezinshuis. De zus van [minderjarige], die samen met haar in het oorspronkelijke gezinshuis woonde, verblijft inmiddels bij (de ouders van) een vriendin. Dit gezin is beoordeeld als een veilige plek en er wordt inmiddels een pleegzorgscreening uitgevoerd. Mocht deze screening toch uitlopen op een negatief resultaat, dan wordt er een plek vrijgehouden in het nieuwe gezinshuis waar [minderjarige] naar toe zal gaan. In zowel het pleeggezin als in het gezinshuis is het mogelijk dat de zussen bij elkaar langs komen of logeren, zodat het onderlinge contact gewaarborgd blijft.
De moeder
Namens de moeder is verteld dat zij zich realiseert dat zij op dit moment niet voor [minderjarige] – en haar zus – kan zorgen en dat er een goede plek gevonden moet worden waar zij kunnen wonen. Hierbij is het belangrijk dat de zussen onderling goed contact kunnen hebben en dat zij bij de moeder op bezoek kunnen komen – voor zover de gezondheidssituatie van de moeder dat toelaat. Tot slot is benadrukt dat het belangrijk is om het uitvoeren van de al een tijd aangekondigde diagnostiek voor [minderjarige] niet te vergeten.
4 De beoordeling
De kinderrechter heeft partijen gehoord over het al toegewezen spoedverzoek om [minderjarige] te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en laat de beschikking van de rechtbank van 10 juli 2026 in stand. De kinderrechter zal het aangehouden deel van het verzoek afwijzen en legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.
Tijdens de zitting is naar voren gekomen dat [minderjarige] per 24 juli 2026 zal verhuizen naar een ander gezinshuis. Zij heeft daar al kennisgemaakt. [minderjarige] had een goed gevoel bij dit gezinshuis en is zelfs al met hen mee naar de [attractiepark] op de dag van de zitting. De GI heeft [minderjarige] inmiddels aangemeld bij de gedragswetenschapper van dit nieuwe gezinshuis voor het uitvoeren van diagnostisch onderzoek. De overplaatsing naar dit gezinshuis lijkt daarmee aan te sluiten bij wat [minderjarige] nodig heeft en is daarmee in haar belang. Wel overweegt de kinderrechter dat het belangrijk is om het contact met haar zus en haar moeder te onderhouden. Daar zal de GI zich de komende periode voor moeten blijven inzetten.
Het toegewezen deel van de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder loopt tot 24 juli 2026. Omdat [minderjarige] op die datum vanaf de groep waar ze nu verblijft weer zal verhuizen naar een gezinshuis, is het niet meer noodzakelijk om een verdere machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen. De oorspronkelijke machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis, zoals die bij beschikking van 29 juli 2025 is verleend, is namelijk nog geldig tot 18 augustus 2026. Deze is niet komen te vervallen door de beschikking van 10 juli 2026. De kinderrechter zal dus het aangehouden deel van het verzoek afwijzen.
5 De beslissing
De kinderrechter:
stelt vast dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis loopt tot 18 augustus 2026;
wijst het aangehouden deel van het verzoek af.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.