Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 16 juli 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:5551Zaaknummer UTR 25/4333

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
UTR 25/4333
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres niet voldoet aan de algemene voorwaarden van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht en dat haar beroep op de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel niet slaagt. Eiseres krijgt daarom geen urgentieverklaring en het beroep is dus ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4333

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

(gemachtigde: mr. W. van Beveren).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de urgentieaanvraag van eiseres. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar urgentieverklaring. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres niet voldoet aan de algemene voorwaarden van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht (hierna: huisvestingsverordening) en dat haar beroep op de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel niet slaagt. Eiseres krijgt daarom geen urgentieverklaring en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 16 januari 2025 heeft eiseres een urgentieverklaring aangevraagd. De reden hiervoor is dat eiseres dakloos dreigt te raken. Zij woont momenteel nog met haar man en twee kinderen bij haar schoonmoeder, maar die wil eiseres en haar familie niet langer huisvesten. Bovendien slaapt de gehele familie van eiseres in één slaapkamer, wat een te kleine ruimte is, en gaat het hierdoor niet goed met de kinderen van eiseres.

3. Het college heeft de urgentieaanvraag op 27 februari 2025 afgewezen. Volgens het college voldoet eiseres niet aan de algemene voorwaarden van de Huisvestingsverordening. Bovendien vindt het college dat de hardheidsclausule niet van toepassing is en het beroep op het evenredigheidsbeginsel niet kan slagen.

4. Met het bestreden besluit van 10 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

4.1.

De rechtbank heeft het beroep op 9 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Voldoet eiseres aan de algemene voorwaarden van de huisvestingsverordening?

5. Op grond van de huisvestigingsverordening beoordeelt het college eerst of eiseres voldoet aan de algemene voorwaarden voor urgentie. Alleen als eiseres daaraan voldoet, toetst het college de aanvraag aan de specifieke criteria voor urgentie op grond van dreigende dakloosheid. Als iemand niet voldoet aan één van de algemene voorwaarden, wijst het college de urgentieaanvraag af. Eiseres moet dus aan alle algemene voorwaarden genoemd in de huisvestingsverordening voldoen. In dit geval heeft het college twee algemene voorwaarden aan haar tegengeworpen: volgens het college beschikt eiseres niet over zelfstandige woonruimte in de woningmarktregio en is er geen sprake van een bijzondere persoonlijke noodsituatie.[_9043eecc-8d38-4431-a8f1-4e618cc4c1c6] Deze laatste voorwaarde is nader uitgewerkt in de toelichting bij de huisvestingsverordening.

Beschikt eiseres over een zelfstandige woonruimte?

6. Eiseres voert aan dat het college de voorwaarde van het achterlaten van een zelfstandige woonruimte te strikt hanteert. Ze erkent dat ze formeel gezien wellicht geen zelfstandige woonruimte heeft, maar volgens haar voldoet haar feitelijke woonsituatie wel aan de urgentiecriteria. Ze woont namelijk met haar gezin bij haar schoonmoeder in een driekamerappartement. Hierdoor slaapt ze dus met haar man en twee kinderen in één slaapkamer. Dit is geen houdbare situatie voor zowel eiseres, haar familie als haar schoonmoeder.

7. De rechtbank is van oordeel dat het college deze voorwaarde heeft mogen tegenwerpen aan eiseres. Omdat eiseres met haar gezin inwoont bij haar schoonmoeder beschikt zij niet over een zelfstandige woonruimte. De rechtbank begrijpt dat de woonsituatie momenteel erg lastig is, maar dat maakt dit oordeel niet anders. De achterliggende gedachte achter deze voorwaarde is namelijk dat er weer woonruimte vrij komt als eiseres vertrekt. Omdat de schoonmoeder van eiseres achterblijft in de woning komt er geen zelfstandige woonruimte vrij. Dat betekent dus dat er bij toekenning van een woning aan eiseres via een urgentie een extra woonruimte in beslag wordt genomen. De rechtbank begrijpt dat dit oneerlijk kan voelen, maar gelet op de krappe woningmarkt mag het college strenge voorwaarden stellen aan het verlenen van een urgentieaanvraag. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Is er sprake van een bijzondere persoonlijke noodsituatie?

8. Eiseres voert aan dat er wel sprake is van een bijzondere persoonlijke noodsituatie. De kinderen van eiseres hebben namelijk gezondheidsklachten door de woonsituatie. Eén van haar kinderen heeft zelfs fysieke klachten door het stapelbed waar hij in slaapt en beiden ervaren mentale stress. Eiseres zelf ervaart ook veel stress door de huidige woonsituatie. Dit heeft haar werkgever ook verklaard. Daarnaast tast de stress ook de stabiliteit van haar huwelijk aan. Er is namelijk sprake van structurele overbelasting en psychosociale schade. Als deze situatie nog langer doorgaat is er een grote kans dat eiseres en haar partner gaan scheiden. Volgens eiseres zou dit, in samenhang bezien, moeten vallen onder een bijzondere noodsituatie.

9. De rechtbank is van oordeel dat het college terecht heeft beslist dat er geen sprake is van een bijzondere persoonlijke noodsituatie en eiseres daarom niet voldoet aan de algemene voorwaarden voor een urgentieverklaring. De rechtbank begrijpt dat eiseres in een situatie verkeert die verre van ideaal is, maar dat is niet voldoende om te spreken van een bijzondere persoonlijke noodsituatie zoals die bedoeld is in de huisvestingsverordening. De rechtbank overweegt dat eiseres de fysieke en mentale klachten wel heeft gesteld, maar niet met stukken heeft onderbouwd. Eiseres heeft tijdens de zitting verteld dat een van haar kinderen astmaklachten heeft ontwikkeld omdat hij in het stapelbed slaapt en daardoor veel stof inademt. Deze klachten zijn echter niet onderbouwd met medische stukken, zoals bijvoorbeeld een brief van de huisarts. Daarnaast is het de rechtbank niet gebleken dat er geen mogelijkheid is om de slaapvoorzieningen voor het gezin anders in te richten. De rechtbank overweegt verder dat het feit dat eiseres druk bezig is met het zoeken van geschikte woonruimte een mentale last kan zijn, maar dat dit niet maakt dat het hier gaat om een noodsituatie. Daar komt bij dat eiseres in eerste instantie niet naar woningen heeft gekeken buiten Utrecht vanwege de school van de kinderen. Dit duidt er ook niet op dat er sprake was van een hele ernstige noodsituatie. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Slaagt het beroep op de hardheidsclausule of het evenredigheidsbeginsel?

10. Eiseres voert aan dat de gemeente in haar uitzonderlijke situatie wel de hardheidsclausule moet toepassen. De situatie is namelijk, in tegenstelling tot wat het college beweert, wel levensbedreigend. Het risico op uithuiszetting en mentale schade gecombineerd met medische signalen en instabiliteit, vormen een schrijnende situatie die urgentie verdient. De afwijzing van de urgentie is gezien de gevolgen ook onevenredig.

11. De rechtbank is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van een zodanig uitzonderlijke situatie dat er afgeweken moest worden van de huisvestingsverordening. De rechtbank overweegt dat het college alleen onder bijzondere omstandigheden alsnog, met toepassing van de hardheidsclausule, een urgentieverklaring kan verlenen.[_732fb2ca-d976-4a2f-a09f-e4ef4ea1075d] Een urgentieverklaring is de uitzondering op de regel. De hardheidsclausule is daarop weer een uitzondering, omdat iemand dan urgentie krijgt terwijl die persoon niet aan de voorwaarden voldoet. De rechtbank is van oordeel dat het college in dit geval het algemeen belang bij een rechtvaardige woonruimteverdeling zwaarder heeft mogen laten wegen dan het belang van eiseres om een eigen grotere woonruimte te hebben voor haar familie. Er is namelijk sprake van woningnood binnen Utrecht en de situatie waarin eiseres verkeert is niet anders dan die van veel andere woningzoekenden die in een vergelijkbare situatie verkeren. Het is ook niet uitzonderlijk dat mensen inwonen bij familie en daardoor met veel mensen in een (te) kleine woning zitten. Als deze woningzoekenden voorrang krijgen, betekent dit dat anderen langer op een woning moeten wachten. Door naar Nederland te verhuizen zonder eerst een eigen woning te regelen, heeft eiseres zelf het risico genomen dat zij met haar gezin voor langere tijd bij haar schoonmoeder zou moeten wonen. Bovendien heeft eiseres op dit moment wel nog steeds onderdak en is het de rechtbank niet gebleken dat de schoonmoeder het gezin binnenkort alsnog op straat zou zetten. Het beroep op de hardheidsclausule slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college de urgentieaanvraag van eiseres mocht afwijzen. Eiseres krijgt dus geen urgentieverklaring. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.