Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 5 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:5429Zaaknummer UTR 25/2819

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
UTR 25/2819
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT Woo niet-ontvankelijk besluit alsnog genomen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2819

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten

(gemachtigde: mr. M. Mvidi).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres dat zij op 13 april 2025 heeft ingesteld, omdat het college volgens haar niet tijdig heeft beslist op haar verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van 22 januari 2025.

2. Het college heeft op 22 mei 2025 alsnog een besluit genomen op het Woo-verzoek van eiseres. Op 26 mei 2025 heeft het college gereageerd op het beroep van eiseres met een verweerschrift.

3. Eiseres heeft het beroep gehandhaafd en daarbij gesteld dat haar beroep niet gericht is tegen de inhoudelijke beslissing van het college, maar alleen tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

4. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.[_5d9c4f21-5b65-4fd0-82b5-9aad28ce0878]

Beoordeling door de rechtbank

Vrijstelling griffierecht

5. Eiseres heeft bij indiening van haar beroepschrift verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Met de brief van 18 november 2025 heeft de rechtbank het verzoek voorlopig toegewezen. Met het door eiseres overgelegde formulier heeft zij voldoende aannemelijk gemaakt dat zij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt daarom definitief toegewezen.

Procesbelang

6. Als een bestuursorgaan niet op tijd een besluit neemt op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog een besluit moet worden genomen op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.[_bfbcf482-daab-415c-9384-61bea8afab22]

7. Met het beroep kan eiseres slechts bereiken dat het college alsnog een besluit neemt op het Woo-verzoek. Met het besluit van 22 mei 2025 heeft het college alsnog beslist op het Woo-verzoek. Het doel van eiseres met deze beroepsprocedure is daarmee bereikt. Het procesbelang van eiseres bij een beslissing op haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daardoor weggevallen. Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het Woo-verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

8. Voor zover eiseres stelt dat een bestuurlijke dwangsom is verbeurd wegens het niet-tijdig beslissen overweegt de rechtbank dat de bestuurlijke dwangsom niet van toepassing is op de Woo.[_640ed523-26c2-4665-80a0-b6ea3251345d]

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht, omdat zij reeds onder rechtsoverweging 5 het verzoek om vrijstelling van het griffierecht definitief heeft toegewezen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.