Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5380Zaaknummer C/16/603445 / JL RK 25-851 & C/16/608690 / JL RK 26-180
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/16/603445 / JL RK 25-851 & C/16/608690 / JL RK 26-180
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Meervoudige kamer: aangehouden deel machtiging tot uithuisplaatsing, zorgregeling. Ernstig letsel bij de minderjarige, spanningen in het familiesysteem en onduidelijkheid opvoedvaardigheden ouders. Dwingende opdracht aan GI om omgang uit te breiden.
De rechtbank:
In de procedure met het zaaknummer C/16/603445 / JL RK 25-851
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de opa en de oma van moederszijde met ingang van 20 juli 2026 tot 20 januari 2027;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] bij de tante van moederszijde met ingang van 20 juli 2026 tot 20 januari 2027;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
In de procedure met het zaaknummer C/16/608690 / JL RK 26-180
bepaalt dat de GI de regie heeft over contacten tussen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en de ouders, met dien verstande dat voor [minderjarige 1] geldt dat de huidige contacten zo spoedig mogelijk dienen te worden uitgebreid als volgt:- de begeleide omgang bij Sipi wordt uitgebreid naar twee keer 1½ uur per week;- [minderjarige 1] zal in het bijzijn van opa en oma ten minste drie uur per week contact hebben met zijn ouders waarbij de tijd en plaats in onderling overleg met de ouders, opa en oma en de GI wordt bepaald;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het anders of meer gevraagde af.
| Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M. Weistra, mr. K.G. van de Streek en mr. D. van Bloemendaal, kinderrechters, in samenwerking met mr. J. Mather als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummers: C/16/603445 / JL RK 25-851 (machtiging tot uithuisplaatsing)
Zaaknummers: C/16/608690 / JL RK 26-180 (vaststelling omgangsregeling)
Datum uitspraak: 14 juli 2026
Beschikking van de meervoudige kamer over een machtiging tot uithuisplaatsing en de vaststelling van een omgangsregeling
in de zaak van
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd in Lelystad,
hierna te noemen: de Raad,
(verzoeker in de zaak over de machtiging tot uithuisplaatsing)
en
[de ouders],
hierna te noemen: de moeder en de vader (gezamenlijk: de ouders),
wonend in [woonplaats],
advocaat: mr. B.J. de Groot,
(belanghebbende in de zaak over de machtiging tot uithuisplaatsing en verzoekers in de zaak over de omgangsregeling)
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 2].
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd in Almere,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).
De rechtbank merkt in de zaak met het nummer C/16/603445 / JL RK 25-851 als informanten aan:
[de oma],
hierna te noemen: de oma (moederszijde),
wonend in [woonplaats],
[de opa],
hierna te noemen: de opa (moederszijde),
wonend in [woonplaats],
[de tante],
hierna te noemen: de tante (moederszijde),
wonend in [woonplaats].
1 Het verdere verloop van de procedure
In de procedure met het zaaknummer C/16/603445 / JL RK 25-851
De kinderrechter heeft bij beschikking van 16 april 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verleend binnen het netwerk, te weten de grootouders van moederszijde, met ingang van 20 april 2026 tot 20 juli 2026. De beslissing op het overige deel van het verzoek is aangehouden.Voor [minderjarige 2] is in de zaak met nummer C/16/610300 / JL RK 26-267 op 29 april 2026 met spoed beslist dat haar verblijf wordt gewijzigd naar tante tot 20 juli 2026.
De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
- de brief met bijlagen van de GI, ontvangen op 1 juli 2026;
- het bericht met bijlage van de ouders, ontvangen op 7 juli 2026;
- het bericht met bijlage van de GI, ontvangen op 7 juli 2026;
- de brief van de tante, ingediend door de GI op 7 juli 2026.
Voor het eerdere procesverloop verwijst de rechtbank naar de beschikking van 16 april 2026.
In de procedure met het zaaknummer C/16/608690 / JL RK 26-180
De kinderrechter heeft bij beschikking van 21 mei 2026 de schriftelijke aanwijzing van 12 maart 2026 vervallen verklaard, voor wat betreft het onderdeel “dit betekent dat ouders ook niet mogen aansluiten bij (medische) afspraken van [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. Ouders ontvangen vanuit de betrokken instanties en/of het netwerk (opa, oma of tante (mz)) een terugkoppeling van belangrijke (medische) afspraken van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ”. Ook heeft de kinderrechter de beslissing op het verzoek van de ouders over de omgangsregeling aangehouden en bepaald dat de behandeling van dit verzoek gelijktijdig met het aangehouden deel van de uithuisplaatsing zal plaatsvinden door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad.
Daarna heeft de rechtbank in deze zaak geen verdere stukken ontvangen.
Voor het eerdere procesverloop verwijst de rechtbank naar de beschikking van 21 mei 2026.
In beide procedures
Op 7 juli 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders met hun advocaat;
- [A] namens de Raad;
- [B] en [C] namens de GI;
- de opa;
- de oma.
De tante is niet verschenen. Zij heeft in haar brief, die op 7 juli 2026 door de GI is ingediend, haar visie naar voren gebracht en laten weten dat zij niet bij de zitting aanwezig zal zijn.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
De kinderrechter heeft bij beschikking van 20 januari 2026 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 20 januari 2027.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 16 april 2026 een machtiging verleend [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen binnen het netwerk, te weten de grootouders van moederszijde, tot 20 juli 2026.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 29 april 2026 aan de GI toestemming verleend tot wijziging van het verblijf van [minderjarige 2] naar de tante tot 20 juli 2026.
[minderjarige 1] verblijft dus bij de opa en de oma en [minderjarige 2] verblijft bij de tante.
3 De verzoeken
In de procedure met het zaaknummer C/16/603445 / JL RK 25-851
Voor zover de rechtbank nog moet beslissen, verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] binnen het netwerk, te weten grootouders mz, te verlenen van 20 juli 2026 tot 20 januari 2027. Over het verzoek voor [minderjarige 2] heeft de Raad tijdens de zitting uitgelegd dat voor haar ‘binnen het netwerk’ betekent dat het verblijf bij tante wordt voorgezet. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de procedure met het zaaknummer C/16/608690 / JL RK 26-180
Voor zover de rechtbank nog moet beslissen, verzoeken de ouders de volgende omgangsregeling te bepalen:
- voor [minderjarige 1]: in overleg met grootouders en te bepalen door grootouders onbeperkt en onbegeleid contact met zijn ouders;
- voor [minderjarige 2]: een in overleg met Sipi op te stellen en door Sipi ondersteund opbouwend omgangschema, waarbij toegewerkt wordt dat [minderjarige 2] binnen een tijdsbestek van drie maanden dusdanig is gewend aan haar ouders dat grootouders kunnen bepalen wanneer, hoe lang en waar de omgang kan plaatsvinden, mocht zij dan nog uithuisgeplaatst zijn.
De ouders verzoeken de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten in beide verzoeken
De Raad
De Raad heeft het verzoek op de zitting gehandhaafd en verzoekt dus de laatste zes maanden van het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlenen. In de rapportage is beschreven wat het letsel van [minderjarige 2] is en de visie hierop vanuit de artsen van het Amsterdam Medisch Centrum (hierna: AMC). Ook het strafrechtelijk onderzoek loopt nog. Over het letsel en het strafrechtelijk onderzoek moet verder uitsluitsel komen. De komende periode moet er nog veel gebeuren. Zo zijn er twee Thuis op Maat-trajecten (hierna: TOM) ingezet, die zich nog in de onderzoeksfase bevinden. Ook wordt in het kader hiervan het gezinssysteem onderzocht. Alle familieleden handelen vanuit hun eigen rol, perspectief en wens voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Dit veroorzaakt spanning binnen de familie. Deze spanning is ook zeker voelbaar voor de kinderen. Voor hen is het belangrijk dat er de komende zes maanden rust ontstaat. Hiervoor zullen alle partijen mee moeten werken aan de hulpverlening.
De GI
Volgens de GI is het noodzakelijk om het resterende deel van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlenen voor de duur van zes maanden. De afgelopen periode zijn er twee TOM-trajecten ingezet. Triade Vitree doet onderzoek naar wat een geschikte plek voor de kinderen is om op te groeien en waar deze plek aan moet voldoen. Pluryn onderzoekt het systeem waar de kinderen in opgroeien. Met [minderjarige 2] gaat het naar omstandigheden goed. Wel is het voor haar moeilijk om met prikkels om te gaan en zal moeten worden afgewacht hoe zij herstelt van haar letsel. Een uitbreiding van het contact met [minderjarige 2] wordt nog niet mogelijk geacht, omdat [minderjarige 2] wekelijks veel afspraken heeft – waaronder fysio- en ergotherapie – die haar energie kosten. Daarnaast denkt de GI dat het passend is om [minderjarige 2] aan te melden bij een medisch kinderdagverblijf. Op dit moment is zij namelijk volledig gericht op de tante. Voor haar ontwikkeling is het goed om ook met andere mensen en kinderen in aanraking te komen. Op dit moment is de inzet van het medische kinderdagverblijf echter nog niet mogelijk, omdat [minderjarige 2] haar tante nodig heeft om zich te kunnen reguleren.
Ten aanzien van [minderjarige 1] heeft de GI naar voren gebracht dat hij verdrietig wordt als hij afscheid moet nemen van zijn ouders. Er worden mogelijkheden gezien om het contact met de ouders uit te breiden. Zo is vanuit Sipi geadviseerd om het begeleid contact met de ouders uit te breiden naar twee keer per week anderhalf uur. Daarbij is het wel noodzakelijk dat het vierogenprincipe wordt toegepast, gezien de situatie met [minderjarige 2]. TOM zit nog in de onderzoeksfase om uit te zoeken of de opa en oma ook een rol kunnen krijgen in het vierogenprincipe, zodat het contact ook op die manier uitgebreid kan worden. Vooralsnog ondersteunt TOM daarin nog geen verdere uitbreiding.
Tot slot heeft de GI verteld dat zij voor hun beslissingen afhankelijk zijn van de onderzoeken vanuit TOM. Vanwege de spanningen binnen het familiesysteem en de vragende houding van de familie ten opzichte van het TOM, worden deze onderzoeken ook vertraagd en duurt het langer voordat zichtbaar is waar naartoe gewerkt moet worden.
De ouders
Namens en door de ouders is verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] te beëindigen, dan wel een machtiging te verlenen voor de duur van vier weken. Binnen die vier weken kan de zorg voor [minderjarige 1] weer worden overgedragen aan de ouders. [minderjarige 1] mist zijn ouders enorm en de ouders vragen zich af of zijn ontwikkeling niet juist meer wordt bedreigd door de uithuisplaatsing. Er heeft voor hem een top-tot-teen-screening plaatsgevonden waarbij niets is aangetroffen. Daarnaast zijn er veel hulpverleningsorganisaties betrokken, waardoor een terugplaatsing van [minderjarige 1], al dan niet met vierogenbeleid en cameratoezicht, gerealiseerd kan worden.
De ouders verzoeken ten aanzien van de uithuisplaatsing van [minderjarige 2] dat zij weer bij haar opa en oma geplaatst zal worden en dat het contact tussen de ouders en [minderjarige 2] wordt uitgebreid. Na de spoedwijziging van de verblijfplaats van [minderjarige 2], is de tante meermaals met [minderjarige 2] verhuisd tussen haar partner en de grootouders. Deze verhuizingen zijn onrustig voor [minderjarige 2]. Bovendien lijkt de tante overbelast te raken en lijkt [minderjarige 2] eenkennig te worden richting de tante, waardoor het beter is als de tante meer naar de achtergrond kan verplaatsen.
Tot slot is naar voren gebracht dat de ouders onderkennen dat de situatie van [minderjarige 2] vreselijk is. Toch benadrukken zij dat veel nog niet duidelijk is. Zo wordt er bij het advies vanuit het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (hierna: LECK) geen voorgeschiedenis betrokken. Ook kan het strafrechtelijk onderzoek nog lang duren. De ouders vragen daarom om in de tussentijd ruimhartiger om te gaan met het contact met hun kinderen en hen ook te leren hoe zij hiermee moeten omgaan.
De opa en de oma
De opa en de oma hebben naar voren gebracht dat er bij hen thuis geen sprake is van spanning. Zij wonen samen met [minderjarige 1], [minderjarige 2] en de tante in één huis, waarbij het leuk is met elkaar en zij ook activiteiten ondernemen. Toch durven zij niet open over [minderjarige 2] te spreken met de tante en neemt de tante [minderjarige 2] meteen over wanneer de opa of de oma haar aandacht geeft. De opa en de oma zijn bang hun kleinkinderen te verliezen aan een pleeggezin en voelen zich gechanteerd door de gesprekken van de tante met de hulpverlening.
5 De beoordeling
Beslissing
De rechtbank zal een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de opa en de oma van moederszijde en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] bij de tante verlenen. De rechtbank zal het verzoek van de ouders om een omgangsregeling vast te stellen grotendeels afwijzen. Hieronder wordt uitgelegd waarom zij deze beslissing neemt.
Machtiging tot uithuisplaatsing
De rechtbank moet voor de beoordeling van de machtiging tot uithuisplaatsing toetsen of een uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .[_4971dbde-d8cf-4fe4-a85e-0f6fc3550b25] De rechtbank is van oordeel dat dat zo is.
Hoewel de GI naar voren heeft gebracht dat het naar omstandigheden goed gaat met [minderjarige 2], blijft het zwaar lichamelijk letsel van [minderjarige 2] een grote zorg. De ouders onderschrijven dit ook, maar ontkennen hun betrokkenheid. De artsen vanuit het AMC en de deskundigen vanuit het LECK hebben verklaard dat het letsel moet zijn toegebracht door een krachtinspanning van buitenaf. Desondanks is er nog steeds veel onduidelijk over de oorzaak ervan. Het onderzoek bij het Nederlands Forensisch Instituut, dat in het kader van het strafrechtelijk onderzoek is aangevraagd, is nog niet afgerond en heeft dus ook nog geen duidelijkheid kunnen verschaffen. Daarnaast is het onderzoek vanuit TOM naar de opvoedcapaciteiten van de ouders nog in volle gang. Hierdoor is nog onbekend in hoeverre de ouders in staat zijn de zorg voor de kinderen te kunnen dragen. Tot slot zijn, anders dan de grootouders uiten, er grote spanningen binnen het systeem van de familie. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voelen deze spanningen ook, terwijl het belang van de kinderen juist ligt in het hebben van rust, structuur en duidelijkheid. De rechtbank raadt de ouders daarom met klem aan om hun bijdrage te leveren aan het zoveel mogelijk wegnemen van deze spanningen door hun medewerking te verlenen aan de systeemtherapie.
Op basis van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is om de veiligheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te garanderen. Het gegeven dat geen letsel bij [minderjarige 1] is aangetroffen en de vermeende kindermishandeling zich dus niet tegen hem zou hebben gericht, maakt de beslissing voor hem niet anders. De gevolgen van de belaste gezinssituatie, de spanningen binnen het familiesysteem en de onduidelijkheid over de opvoedingsvaardigheden van de ouders raken hem namelijk ook.
De rechtbank verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] bij de tante. De rechtbank heeft het verzoek ten aanzien van [minderjarige 2] beschouwd als een verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen bij de tante. Bij beschikking van 29 april 2026 is namelijk toestemming verleend tot wijziging van het verblijf van [minderjarige 2] naar de tante. De rechtbank geeft omtrent deze plaatsing bij de tante nog het volgende mee. Hoewel de opa en de oma ontkennen dat er bij hen thuis spanningen merkbaar zijn, heeft de rechtbank op de zitting deze spanningen met eigen ogen kunnen waarnemen. Bovendien blijkt die spanning ook uit wat grootouders zelf zeggen over het contact met tante (weergegeven in r.o. 4.5). Het is invoelbaar dat het voor de tante ingewikkeld is om een baby met deze zorgvraag zelfstandig te kunnen verzorgen binnen die spanningsvolle woonplek. Bij haar partner is een plek beschikbaar om met [minderjarige 2] te kunnen verblijven. De rechtbank geeft de tante mee dat wanneer zij (meer) van die mogelijkheid gebruik zou maken, het de verwachting is dat in ieder geval in de woonsituatie minder spanning zal bestaan. Ook dient de GI hier meer oog voor te hebben. Het steeds veranderen van woonplek van de tante en Daliayh is niet in het belang van [minderjarige 2]. Het verminderen van deze spanningen is in ieders belang, niet op zijn minst in het belang van de kinderen. Wel benadrukt de rechtbank dat de GI aandacht zal moeten besteden aan het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wanneer de tante met [minderjarige 2] bij haar partner zal verblijven. Dit met als doel de onderlinge band van de kinderen te behouden en te versterken.
Omgangsregeling
De rechtbank acht het niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om de gevraagde omgangsregeling vast te stellen. Zoals onder 5.3. is overwogen, is er nog veel onduidelijk en wordt er binnen het TOM-traject nog onderzocht in hoeverre het contact kan plaatsvinden en op welke wijze. Dit neemt niet weg dat de rechtbank voor [minderjarige 1] wel mogelijkheden ziet om meer contact met de ouders te hebben op de onderstaande wijze. Dat betekent dat de verzoeken van de ouders grotendeels worden afgewezen.
De rechtbank is niet blind voor het verdriet van [minderjarige 1] dat veroorzaakt wordt door het gemis van zijn ouders. De voorbeelden die de ouders op de zitting naar voren hebben gebracht over [minderjarige 1] die bij de voordeur op zijn ouders wacht en over de trouwerij – waar [minderjarige 1] met toestemming van de GI heen mocht – maken dit gemis des te meer duidelijk. Uit het verslag van Sipi over de begeleide omgang met [minderjarige 1] blijkt dat deze omgang positief verloopt. De rechtbank oordeelt daarom dat er wel meer uitbreiding van het contact tussen [minderjarige 1] en de ouders moet zijn.
Binnen het kader van de lopende ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn er mogelijkheden tot het voeren van regie over de omgang. De rechtbank zal daarom binnen dit kader een dwingende opdracht meegeven aan de GI. Allereerst zal de begeleide omgang tussen [minderjarige 1] en de ouders uitgebreid moeten worden naar twee keer per week anderhalf uur, zoals Sipi heeft geadviseerd. Daarnaast moet de GI – in samenwerking met Sipi en TOM en in overleg met de ouders en de opa en de oma – een plan maken om de omgang met [minderjarige 1] verder uit te breiden, te beginnen met drie uur per week in het weekend zo spoedig mogelijk na de datum van deze beslissing. De opa en de oma zullen hierbij aanwezig moeten zijn om het vierogenprincipe te blijven waarborgen. In dit plan moet ook worden beslist waar de omgangsmomenten zullen plaatsvinden. Deze omgang zal buiten de aanwezigheid van de tante met [minderjarige 2] moeten plaatsvinden.
De rechtbank benadrukt dat de begeleide omgang van Sipi naast deze uitbreiding van de omgang in het bijzijn van de grootouders moet blijven bestaan. Op die manier zal Sipi tijdens de begeleide omgang toezicht kunnen blijven houden op de opvoedvaardigheden van de ouders, de wijze waarop zij bij [minderjarige 1] aan kunnen sluiten en het verloop van de extra omgangsmomenten.
Ten aanzien van [minderjarige 2] geeft de rechtbank mee dat de regie over de omgang in het kader van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing bij de GI ligt. Omdat [minderjarige 2] zich in een nog kwetsbaardere situatie dan [minderjarige 1] bevindt en er nog teveel onduidelijkheid bestaat, zal op dit moment geen dwingende opdracht worden gegeven over de uitbreiding van het contact met [minderjarige 2]. De rechtbank laat dit over aan de expertise van de betrokken hulpverlening, waarbij opgemerkt wordt dat, zoals Sipi heeft geadviseerd, het tempo en de behoefte van [minderjarige 2] hierbij leidend zullen zijn.
Overweging ten overvloede
Tot slot wordt het volgende overwogen. Tijdens de zitting is de frustratie van de ouders over de onduidelijkheid rondom de onderzoeken en de toekomstige stappen merkbaar geworden. De rechtbank begrijpt de wens van de ouders voor meer duidelijkheid. Indien de GI besluit om een verzoek tot verlenging van de kinderbeschermingsmaatregelen in te dienen, dan is het gewenst dat de onderzoeken vanuit de TOM-trajecten zijn afgerond en er concrete adviezen zijn voor de hulpverlening. Het feit dat de GI stelt dat deze trajecten vertraging oplopen door de houding van de familie doet hier niets aan af. Immers, uit een onderzoek kan ook geconcludeerd worden dat het onderzoek niet haalbaar is. Wanneer dat het resultaat is, bestaat er ook duidelijkheid.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De rechtbank:
In de procedure met het zaaknummer C/16/603445 / JL RK 25-851
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de opa en de oma van moederszijde met ingang van 20 juli 2026 tot 20 januari 2027;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] bij de tante van moederszijde met ingang van 20 juli 2026 tot 20 januari 2027;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
In de procedure met het zaaknummer C/16/608690 / JL RK 26-180
bepaalt dat de GI de regie heeft over contacten tussen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en de ouders, met dien verstande dat voor [minderjarige 1] geldt dat de huidige contacten zo spoedig mogelijk dienen te worden uitgebreid als volgt:- de begeleide omgang bij Sipi wordt uitgebreid naar twee keer 1½ uur per week;- [minderjarige 1] zal in het bijzijn van opa en oma ten minste drie uur per week contact hebben met zijn ouders waarbij de tijd en plaats in onderling overleg met de ouders, opa en oma en de GI wordt bepaald;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het anders of meer gevraagde af.
| Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M. Weistra, mr. K.G. van de Streek en mr. D. van Bloemendaal, kinderrechters, in samenwerking met mr. J. Mather als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.