Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 17 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:5370Zaaknummer UTR 25/7610

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
11 augustus 2026
Zaaknummer
UTR 25/7610
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WHT. Verweerder heeft terecht besloten dat eiseres niet in aanmerking komt voor de ex-toeslagpartnerregeling. Het beroep is ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
  2. Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder
  3. Samenvatting
  4. Procesverloop
  5. Overwegingen
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Beslissing
  8. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/7610

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor de ex-toeslagpartnerregeling door verweerder. Eiseres is het hier niet mee eens. Verweerder blijft bij de afwijzing. Aan de hand van de beroepsgronden van eiseres beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres was van 2011 tot en met 2013 toeslagpartner van een gedupeerde ouder (haar zus). In 2015 heeft eiseres meebetaald aan de terugvorderingen van haar zus.

2.1.

Eiseres heeft zich op 21 augustus 2024 en 6 december 2024 bij verweerder aangemeld voor de ex-toeslagpartnerregeling. Met het primaire besluit van 16 september 2025 heeft verweerder aan eiseres laten weten dat zij niet in aanmerking komt voor deze regeling.

2.2.

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 december 2025 het bezwaar ongegrond verklaard.

2.3.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.4.

De rechtbank heeft het beroep behandeld op de zitting van 11 mei 2026. Hieraan hebben eiseres en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Overwegingen

Het toetsingskader

3. Op grond van de artikelen 2.14g en 2.14h van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) kunnen ex-toeslagpartners in aanmerking komen voor financiële compensatie voor de materiële en immateriële schade die zij hebben geleden.

3.1.

Om in aanmerking te komen voor de ex-toeslagpartnerregeling moet iemand voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • De voormalig toeslagpartner was aanvrager van de kinderopvangtoeslag en is door Dienst Toeslagen erkend gedupeerd;
  • De ex-toeslagpartner was geen toeslagpartner meer van de aanvrager op de datum dat de Catshuisregeling aan de aanvrager is uitbetaald;
  • De ex-toeslagpartner heeft geen zelfstandig recht op een herstelmaatregel als bedoel in artikel 2.7 Wht;
  • De ex-toeslagpartner voldoet ook aan één van de onderstaande voorwaarden:
  • De ex-toeslagpartner was toeslagpartner van een gedupeerde aanvrager in een toeslagjaar waarvoor de aanvrager recht heeft op een herstelmaatregel. De kinderopvangtoeslag werd toen aangevraagd voor uw (pleeg)kinderen; of
  • De ex-toeslagpartner was toeslagpartner toen Dienst Toeslagen de beschikking stuurden waarmee wij de aanvrager dupeerden en de ex-toeslagpartner was na die beschikking nog minimaal 1 jaar toeslagpartner.

Het standpunt van eiseres

3.2.

Eiseres is van mening dat zij recht heeft op compensatie omdat zij in de jaren 2011 tot en met 2013 toeslagpartner was, zij zich in 2015 heeft moeten uitschijven omdat haar zus in de problemen kwam bij de Belastingdienst en zij heeft meebetaald aan de terugvorderingen van haar zus. Eiseres doet verder een beroep op het gelijkheidsbeginsel en voert aan dat er voldoende andere ex-toeslagpartners zijn die geen financiële bijdrage hebben geleverd aan het aflossen van schulden en wel in aanmerking komen voor de regeling. Het kan niet zo zijn dat eiseres wordt uitgesloten van de regeling, terwijl zij heeft meebetaald aan de terugvorderingen. Eiseres acht dit onevenredig.

De beoordeling door de rechtbank

3.3.

Op de zitting zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de ex-toeslagpartnerregeling met eiseres besproken. Eiseres komt niet in aanmerking voor de regeling, omdat zij geen (pleeg)ouder is/was van één of meer (pleeg)kinderen waarvoor de kinderopvangtoeslag is aangevraagd (voorwaarde 4a). Daarnaast was eiseres geen toeslagpartner toen verweerder de beschikking(en) stuurde(n) waarmee de aanvrager is gedupeerd (voorwaarde 4b). Het jaar waarin sprake was van een vooringenomen handeling was 2015. Eiseres was van 2011 t/m 2013 de toeslagpartner van haar zus.

3.4.

De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden. Dit heeft eiseres bevestigd op de zitting. Dat betekent dat verweerder de aanvraag voor de ex-toeslagpartnerregeling terecht heeft afgewezen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel maakt dat niet anders. Het is de rechtbank ook niet gebleken dat er gevallen zijn waarin de ex-toeslagpartnerregeling is toegekend terwijl niet wordt voldaan aan de voorwaarden.

3.5.

Aan eiseres is door verweerder op de zitting nog meegegeven dat haar schade mogelijk kan worden vergoed middels een aanvraag bij de Commissie Werkelijke Schade. Deze aanvraag zal haar zus als gedupeerde ouder moeten indienen.

Conclusie en gevolgen

4. Verweerder heeft terecht besloten dat eiseres niet in aanmerking komt voor de ex-toeslagpartnerregeling. Het beroep is ongegrond. Zij krijgt dus geen gelijk en krijgt het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.