Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 29 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5301Zaaknummer 12022569 \ AC EXPL 25-2844
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 29 juli 2026
- Publicatiedatum
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12022569 \ AC EXPL 25-2844
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Amersfoort
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aanbouw aan huurwoning moet verwijderd worden.
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s. om binnen een maand na de dagtekening van dit vonnis het bouwwerk aan de gevel van de woning aan de [adres] te ( [postcode 1]) [plaats 1] grenzend aan de openbare weg (een en ander zoals zichtbaar op de foto’s op productie 13 bij de dagvaarding) te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede eventuele daardoor aan het gehuurde ontstane schade te herstellen,
indien [gedaagde sub 2] c.s. niet voldoet aan bovenstaande veroordeling, wordt G&O gemachtigd om voor rekening van de bewindvoerder in hoedanigheid het in bovenstaande omschrijving bedoelde bouwwerk te (laten) verwijderen en eventuele schade te (laten) herstellen,
veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s. om voor de onder 4.2 genoemde werkzaamheden gelegenheid te geven, waaronder begrepen wordt het verschaffen van toegang tot het gehuurde aan medewerkers van G&O en/of derden die hiertoe van G&O opdracht hebben gekregen,
veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s., wanneer hij niet vrijwillig aan de onder 4.3 genoemde veroordeling voldoet, om binnen een maand na afloop van de onder 4.1 bedoelde termijn en na betekening van dit vonnis, de woning aan de [adres] te ( [postcode 1]) [plaats 1] tijdelijk voor de duur van de noodzakelijke handelingen te ontruimen, waarbij G&O een deurwaarder dient in te schakelen die de toepasselijke wettelijke eisen voor ontruiming zal naleven,
veroordeelt de bewindvoerder in hoedanigheid om de kosten te betalen die zijn verbonden met de onder 4.2 bedoelde werkzaamheden, binnen 30 dagen na overlegging door G&O aan de bewindvoerder van de facturen, werkstaten en/of berekeningen, althans verifieerbare stukken die de juistheid van de kosten aantonen,
veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s. in de proceskosten van € 822,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 2] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.
RW1368
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 12022569 \ AC EXPL 25-2844
Vonnis van 29 juli 2026
in de zaak van
STICHTING WONINGCORPORATIE HET GOOI EN OMSTREKEN,
(mede) h.o.d.n. G&O,
in Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: G&O,
gemachtigde: mr. T. de Nijs,
tegen
1. [gedaagde sub 1] U.A., in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van: [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], beide wonende aan de [adres] te ( [postcode 1]) [plaats 1],
in [plaats 2],
hierna te noemen: de bewindvoerder in hoedanigheid, en tegen2. [gedaagde sub 2],
en3. [gedaagde sub 3],
beiden in [plaats 1],
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 2] c.s.,
gedaagde partijen,
hierna samen te
gemachtigde: mr. W. Vahl
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek,- de conclusie van dupliek.
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.
2 De kern van de zaak
G&O verhuurt een woning aan [gedaagde sub 2] c.s. in [plaats 1]. [gedaagde sub 2] c.s. heeft een bouwwerk geplaatst aan de buitenkant van de huurwoning, bestaande uit een hekwerk en een opbouw. G&O wil dat [gedaagde sub 2] c.s. het bouwwerk verwijdert, omdat daarvoor geen toestemming gegeven zou zijn. [gedaagde sub 2] c.s. heeft na het uitbrengen van de dagvaarding de opbouw verwijderd maar het hekwerk laten staan. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde sub 2] c.s. ook dat hekwerk moet verwijderen.
3 De beoordeling
Ook het hekwerk moet worden verwijderd
Volgens [gedaagde sub 2] c.s. hoeft hij het hekwerk niet te verwijderen, omdat G&O daarvoor toestemming heeft gegeven in 2020. Maar die toestemming betrof een houten schutting van 1 meter hoog, die zich aan de zuidkant ongeveer 90cm over de kadastrale erfgrens tussen het erf van de gemeente en dat van G&O heen ligt en aan de oostkant ongeveer 60cm. Dat staat in de brief van G&O aan [gedaagde sub 2] c.s. van 12 november 2020 (productie 4 van G&O). Volgens G&O heeft [gedaagde sub 2] c.s. ná de verkregen toestemming vervangen door een ander hekwerk, breder dan het eerste hekwerk en verder over de erfgrens heen. Dat blijkt uit de luchtfoto’s van de oude en de nieuwe situatie (productie 15 van G&O). Op dat nieuwe hekwerk heeft [gedaagde sub 2] c.s. vervolgens een opbouw geplaatst.
Volgens [gedaagde sub 2] c.s. heeft hij aan zijn verplichtingen voldaan door het weghalen van de opbouw, maar dat klopt dus niet. G&O stelt terecht dat het nieuwe hekwerk alsnog op grond staat waarvoor [gedaagde sub 2] c.s. geen toestemming heeft gekregen. [gedaagde sub 2] c.s. zegt dat hij daarvoor niet is gewaarschuwd en dat het nooit ging om het weghalen van het hekwerk. Dat klopt niet. In de brief van 26 juni 2025 van G&O aan [gedaagde sub 2] c.s. schrijft G&O duidelijk: “Het bouwwerk is geplaatst buiten de kadastrale grenzen waardoor het deels op gemeentegrond staat. Dit is niet toegestaan”. Volgens [gedaagde sub 2] c.s. treedt de gemeente niet handhavend op, maar dat maakt niets uit voor het feit dat het huidige hekwerk illegaal op gemeentegrond staat. Ook het hekwerk moet dus worden verwijderd. [gedaagde sub 2] c.s. wordt daartoe veroordeeld. De kantonrechter houdt voor de termijn waarbinnen [gedaagde sub 2] c.s. dat moet doen een maand aan.
De bewindvoerder in hoedanigheid moet de proceskosten betalen
De bewindvoerder in hoedanigheid en [gedaagde sub 2] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Voor zover [gedaagde sub 2] c.s. heeft bedoeld te stellen dat hij en de bewindvoerder in hoedanigheid rauwelijks gedagvaard zijn, vindt dat geen steun in de overgelegde feiten. De proceskosten van G&O worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 145,45 | |
| - griffierecht | € | 135,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 434,00 | (2 punten × € 217,00) |
| - nakosten | € | 108,50 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 822,95 |
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s. om binnen een maand na de dagtekening van dit vonnis het bouwwerk aan de gevel van de woning aan de [adres] te ( [postcode 1]) [plaats 1] grenzend aan de openbare weg (een en ander zoals zichtbaar op de foto’s op productie 13 bij de dagvaarding) te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede eventuele daardoor aan het gehuurde ontstane schade te herstellen,
indien [gedaagde sub 2] c.s. niet voldoet aan bovenstaande veroordeling, wordt G&O gemachtigd om voor rekening van de bewindvoerder in hoedanigheid het in bovenstaande omschrijving bedoelde bouwwerk te (laten) verwijderen en eventuele schade te (laten) herstellen,
veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s. om voor de onder 4.2 genoemde werkzaamheden gelegenheid te geven, waaronder begrepen wordt het verschaffen van toegang tot het gehuurde aan medewerkers van G&O en/of derden die hiertoe van G&O opdracht hebben gekregen,
veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s., wanneer hij niet vrijwillig aan de onder 4.3 genoemde veroordeling voldoet, om binnen een maand na afloop van de onder 4.1 bedoelde termijn en na betekening van dit vonnis, de woning aan de [adres] te ( [postcode 1]) [plaats 1] tijdelijk voor de duur van de noodzakelijke handelingen te ontruimen, waarbij G&O een deurwaarder dient in te schakelen die de toepasselijke wettelijke eisen voor ontruiming zal naleven,
veroordeelt de bewindvoerder in hoedanigheid om de kosten te betalen die zijn verbonden met de onder 4.2 bedoelde werkzaamheden, binnen 30 dagen na overlegging door G&O aan de bewindvoerder van de facturen, werkstaten en/of berekeningen, althans verifieerbare stukken die de juistheid van de kosten aantonen,
veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s. in de proceskosten van € 822,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 2] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.
RW1368
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.