Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 28 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5267Zaaknummer 12165477 \ UE VERZ 26-134
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 28 juli 2026
- Publicatiedatum
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12165477 \ UE VERZ 26-134
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Een individuele huurder kan geen beroep doen op de WOHV, dat kan alleen de bewonerscommissie
4 De beslissing
De kantonrechter
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen,
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.
69134
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: 12165477 \ UE VERZ 26-134
Beschikking van 28 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. S. Besli,
tegen
STICHTING WOONIN,
gevestigd te Utrecht,
verwerende partij,
hierna te noemen: Woonin,
gemachtigde: mr. F.J. Ringnalda.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van [verzoeker] met bijlagen,
- het verweerschrift met bijlagen.
Op 30 juni 2026 is de zaak tijdens de mondelinge behandeling (zitting) besproken. Daarbij was [verzoeker] aanwezig met zijn gemachtigde. Namens Woonin waren aanwezig de heer [A] (voorheen sociaal projectleider) en mevrouw [B] (nu sociaal projectleider) met hun gemachtigde. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Door [verzoeker] en Woonin zijn pleitaantekeningen overgelegd.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2 De kern van de zaak
[verzoeker] huurde van Woonin een woning die deel uitmaakt van één van de zogenoemde [locatie]. Woonin heeft een renovatie-, verduurzamings- en uitbreidingsproject ontwikkeld dat betrekking heeft op deze flats. [verzoeker] vindt dat Woonin in het kader van dat project onvoldoende haar informatieplicht tegenover de bewonerscommissie heeft nageleefd die volgt uit de Wet op het overleg huurders verhuurders (hierna: WOHV). Zijn verzoek houdt in dat wordt bepaald dat Woonin haar verplichting uit de WOHV heeft geschonden en dat de uitvoering van het plan wordt geschorst totdat Woonin aan haar informatieplicht heeft voldaan. Een dergelijk verzoek kan alleen door een bewonerscommissie worden gedaan. [verzoeker] wordt daarom in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
3 De beoordeling
Wat is er gebeurd?
De woningen van de [locatie] zijn verouderd en de bewoners hebben veel last van tocht en vocht. Woonin wil de vier woongebouwen dan ook opknappen en verbeteren. Zij heeft daarom een renovatie-, verduurzamings- en uitbreidingsproject (hierna: het project) ontwikkeld. [verzoeker] huurt één van de woningen in deze [locatie].
Er is een commissie die zichzelf de bewonerscommissie [locatie] noemt. Hiervan zijn een aantal bewoners van de [locatie] lid. Tijdens het overleg van de bewonerscommissie [locatie] op 28 februari 2023 is gesproken over de status van die commissie. De vraag lag voor of de bewonerscommissie een formele bewonerscommissie als bedoeld in de WOHV zou worden. Hier zou over nagedacht worden, maar is in latere vergaderingen van de bewonerscommissie niet meer besproken.
Het project is besproken in de vergaderingen van de bewonerscommissie [locatie]. Tijdens het overleg van 21 november 2023 is besloten het project niet meer in de overleggen met de bewonerscommissie te behandelen. Dit zou voortaan gebeuren in de twee klankbordgroepen die daarvoor waren opgericht: één voor het project groot onderhoud en één voor het project sloop/nieuwbouw. Bij deze klankbordgroepen konden bewoners zich vrijwillig aansluiten.
Woonin heeft met deze klankbordgroepen overleggen gevoerd over het project en advies gevraagd. Daarnaast zijn de bewoners op de hoogte gehouden via onder meer nieuwsbrieven. Woonin heeft vervolgens het sociaal plan [locatie] opgesteld en heeft dit aan de bewoners voorgelegd. Woonin heeft in mei 2025 een draagvlakmeting onder de bewoners gehouden. Hieruit is naar voren gekomen dat meer dan 70% van de bewoners met het sociaal plan instemde.
In december 2025 is de bewonerscommissie [locatie] een formele bewonerscommissie zoals bedoeld in artikel 1 WOHV geworden.
[verzoeker] was voorzitter van de bewonerscommissie [locatie] totdat hij zijn taken als voorzitter op 18 mei 2026 neerlegde. Per 1 juli 2026 is [verzoeker] verhuisd, zodat op die datum ook zijn lidmaatschap eindigde.
De verzoeken van [verzoeker]
[verzoeker] is het niet eens met hoe hij en de Bewonerscommissie [locatie] zijn betrokken bij de vorming van het sociaal plan. Hij verzoekt daarom dat de kantonrechter bepaalt dat Woonin haar verplichting uit de WOHV heeft geschonden en dat de uitvoering van het plan wordt geschorst totdat Woonin aan haar informatieplicht heeft voldaan. Hij beroept zich in dat kader op artikel 4, 5 en 8 WOHV. Artikelen 4 en 5 houden – kortgezegd – een informatieplicht in van de verhuurder aan de bewonerscommissie over zijn beleid en beheer. Artikel 8 bepaalt dat als de verhuurder die informatieplicht schendt, de kantonrechter de uitvoering van het door de verhuurder voorgenomen beleid kan schorsen totdat het verzuim is hersteld.
[verzoeker] wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken
Het meest ingrijpende verweer van Woonin is dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dat verweer slaagt.
Een beroep op artikel 8 van de WOHV kan alleen worden gedaan door een bewonerscommissie die aan de vereisten van artikel 1 WOHV voldoet. Ten tijde van de draagvlakmeting en het opstellen van het sociaal plan bestond er geen formele bewonerscommissie. De bewonerscommissie [locatie] was nog geen formele bewonerscommissie in de zin van artikel 1 van de WOHV toen Woonin het sociaal plan [locatie] opstelde. De bewonerscommissie [locatie] kan daarom geen beroep op de WOHV doen. Daarnaast is niet gebleken dat [verzoeker] de bewonerscommissie [locatie] in deze procedure vertegenwoordigt. Op de zitting stelde hij weliswaar dat hij namens de Bewonerscommissie [locatie] procedeert, maar dat volgt nergens uit. Er is geen besluit van de commissie dat is besloten om te procederen en geen machtiging aan [verzoeker] om namens de commissie te procederen. [verzoeker] is inmiddels afgetreden als voorzitter van deze commissie en daarna per 1 juli 2026 verhuisd. Met de verhuizing is zijn lidmaatschap geëindigd. Om die reden kan hij de bewonerscommissie [locatie] niet vertegenwoordigen.
[verzoeker] heeft daarnaast nog aangevoerd dat hij ook als belanghebbende een verzoek op grond van artikel 8 WOHV kan doen. Zelfs als dat al zo zou zijn, gaat dat niet op omdat [verzoeker] geen direct belang heeft bij de uitkomst van deze procedure. [verzoeker] is immers geen bewoner meer van het wooncomplex. Hij heeft dus geen persoonlijk belang bij een schorsing van de uitvoering het sociaal plan [locatie].
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken. De kantonrechter komt dan ook niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de zaak.
[verzoeker] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin worden begroot op:
| - salaris gemachtigde | € | 576,00 | (2 punten × € 288,00) |
| - nakosten | € | 144,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 720,00 |
4 De beslissing
De kantonrechter
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen,
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.
69134
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.