Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 27 juli 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:5234Zaaknummer UTR 25/5521, UTR 25/6008 t/m UTR 25/6010

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27 juli 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
UTR 25/5521, UTR 25/6008 t/m UTR 25/6010
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dubbel beroep. Eiseres heeft twee keer beroep ingediend tegen dezelfde uitspraak op bezwaar. Niet-ontvankelijk, afwijzing verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 25/5521, UTR 25/6008 t/m UTR 25/6010

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats], eiseres,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE)

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente], verweerder

(gemachtigde: T. Jansen).

Procesverloop

1.1

In de beschikking van 31 maart 2025 heeft de heffingsambtenaar ten aanzien van onderstaande onroerende zaken aan eiseres als eigenares van deze objecten voor belastingjaar 2024 een aanslag watersysteemheffing opgelegd.

ZaaknummerObject
UTR 25/5521[adres 1] in [plaats]
UTR 25/6008[adres 2] in [plaats]
UTR 25/6009[adres 3] in [plaats]
UTR 25/6010[adres 4] in [plaats]
1.2

Eiseres is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 28 mei 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

1.3

Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar op 19 september 2025 beroep ingesteld.

1.4

De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van 20 juli 2026. Gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt vast dat eiseres eerder op 9 september 2025 beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 28 mei 2025 (UTR 25/5447 ea).

3. Eiseres heeft zich voorafgaande aan de zitting op het standpunt gesteld dat dit beroep een duplicaat van het eerder ingestelde beroep in de zaak UTR 25/5447 ea betreft. Het beroep in deze zaak wordt ingetrokken ten gunste van de zaak UTR 25/5447 ea, waarin de materiele geschilpunten ten aanzien van de watersysteemheffing worden aangevoerd.

4. Ter zitting heeft gemachtigde van eiseres zich desondanks op het standpunt gesteld het beroep te handhaven, omdat het een intrekking onder voorwaarde betrof. Deze voorwaarde betreft volgens de gemachtigde dat er op zijn inhoudelijke gronden over de watersysteemheffing moet zijn beslist. Hij vraagt de rechtbank om een uitspraak op dit beroep te doen.

5. Nu eiseres twee keer een beroep heeft ingediend tegen dezelfde uitspraak op bezwaar die gaat over dezelfde aanslag watersysteemheffing en de rechtbank in het beroep met zaaknummer UTR 25/5447 ea reeds uitspraak heeft gedaan is het op 19 september 2025 ingestelde beroep niet-ontvankelijk.

Het verzoek om immateriële schadevergoeding

4. Eiseres heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade, omdat de procedure

over haar belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. De rechtbank toetst het verzoek

aan artikel 17, eerste lid, van de Grondwet en neemt daarbij artikel 6 van het Europees

Verdrag voor de Rechten van de Mens en de daarvan afgeleide rechtspraak als uitgangspunt.

5. De rechtbank constateert dat in de uitspraak met zaaknummer UTR 25/5447 ea reeds op het geschil over de belastingheffing alsook het verzoek van eiseres om immateriële schadevergoeding is beslist. Om die reden kan in deze beroepsprocedure niet opnieuw een verzoek worden gedaan. Het verzoek om vergoeding van immateriële schadevergoeding wijst de rechtbank dan ook af.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.