Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 27 juli 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:5233Zaaknummer UTR 25/3080

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27 juli 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
UTR 25/3080
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dubbel beroep. Eiseres heeft twee keer beroep ingediend tegen dezelfde uitspraak op bezwaar. Niet-ontvankelijk, afwijzing verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/3080

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats], eiseres,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE)

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente], verweerder

(gemachtigde: T. Jansen).

Procesverloop

1.1

In de beschikking van 31 maart 2024 heeft de heffingsambtenaar aan eiseres als eigenares van het object aan de [adres] in [plaats] voor belastingjaar 2024 een aanslag zuiveringsheffing bedrijven opgelegd.

1.2

Eiseres is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 9 mei 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

1.3

Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar op 12 mei 2025 beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.4

De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van 20 juli 2026. Gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 12 mei 2025 twee maal beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 9 mei 2025. De beroepen zijn geregistreerd onder zaaknummers UTR 25/3019 en UTR 25/3080.

3. Eiseres heeft zich voorafgaande aan de zitting op het standpunt gesteld dat het een “registratietechnische” dubbeling betreft en geen afzonderlijke procedure met een eigen voorwerp. Voor de zitting zal de rechtbank schriftelijk worden bericht welk van de twee zaaknummers zal worden gehandhaafd met intrekken van het andere.

4. Ter zitting heeft gemachtigde van eiseres zich desondanks op het standpunt gesteld het beroep niet in te trekken en vraagt een uitspraak van de rechtbank op dit beroep.

5. Nu eiseres op 12 mei 2025 twee keer een beroep heeft ingediend tegen dezelfde uitspraak op bezwaar en de rechtbank in het beroep met zaaknummer UTR 25/3019 inmiddels uitspraak heeft gedaan, is het op beroep geregistreerd onder zaaknummer UTR 25/3080 niet-ontvankelijk.

Het verzoek om immateriële schadevergoeding

6. Eiseres heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade, omdat de procedure over haar belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. De rechtbank toetst het verzoek aan artikel 17, eerste lid, van de Grondwet en neemt daarbij artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mensen en de daarvan afgeleide rechtspraak als uitgangspunt.

7. De rechtbank constateert dat in de uitspraak met zaaknummer UTR 25/3019 reeds op het geschil over de belastingheffing alsook het verzoek van eiseres om immateriële schadevergoeding is beslist. Om die reden kan in deze beroepsprocedure niet opnieuw een verzoek worden gedaan. Het verzoek om vergoeding van immateriële schadevergoeding wijst de rechtbank dan ook af.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.