Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 8 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5190Zaaknummer C/16/612501 / FO RK 26-763
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 8 juli 2026
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/16/612501 / FO RK 26-763
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Informele rechtsingang, geen ambtshalve beslissing over de zorgregeling. Ouders gaan in ouderschapsbemiddeling om samen afspraken te maken over de minderjarige.
De rechtbank:
neemt geen ambtshalve beslissing.
| Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. L.A. Banga, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. R. Jelicic, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 en op schrift gesteld op 16 juli 2026. |
| Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/612501 / FO RK 26-763
Informele rechtsingang
Beschikking van 8 juli 2026
in de zaak van:
[minderjarige] ,geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,hierna te noemen: [minderjarige (voornaam)],
met als belanghebbenden:
[belanghebbende 1] ,wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de moeder,
en
[belanghebbende 2],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M. van Gemert.
1 De procedure
De rechtbank heeft op 26 mei 2026 de e-mail ontvangen die [minderjarige (voornaam)] heeft gestuurd.
Op 10 juni 2026 heeft [minderjarige (voornaam)] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze e-mail.
Naar aanleiding van de e-mail en het gesprek heeft de rechtbank op 12 juni 2026 de ouders en de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) uitgenodigd voor een mondelinge behandeling (zitting). De zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de Raad, vertegenwoordigd door [A] en [B].
De rechtbank heeft na afloop van de zitting van 8 juli 2026 mondeling uitspraak gedaan. Deze beschikking is een uitwerking van die beslissing.
2 Waar de procedure over gaat
De ouders hebben met elkaar een geregistreerd partnerschap gehad.
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige (voornaam)]. Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over haar nemen.
[minderjarige (voornaam)] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder en verblijft de ene week van woensdag tot vrijdag en de andere week van woensdag tot zaterdagochtend bij de vader.
[minderjarige (voornaam)] heeft in het kader van de informele rechtsingang aangegeven dat zij minder vaak bij haar vader wil zijn en daarom wil dat de zorgregeling wordt gewijzigd.
3 De beoordeling
De rechtbank zal geen ambtshalve beslissing nemen in de informele rechtsingang. De rechtbank legt deze beslissing hierna uit.
Wijziging zorgregeling 3.2 Op de zitting is gebleken dat er tussen de ouders sprake is van een verstoorde verstandhouding. Uit zowel het gesprek met [minderjarige (voornaam)] als het gesprek met de ouders tijdens de zitting is duidelijk geworden dat [minderjarige (voornaam)] zich in een loyaliteitsconflict bevindt en klem zit tussen de ouders. Bij de vader uit zij zich anders dan bij de moeder. Het lijkt erop alsof [minderjarige (voornaam)] door dit loyaliteitsconflict het gevoel heeft dat zij een keuze moet maken tussen de ouders. De afgelopen jaren zijn meerdere vormen van hulpverlening ingezet voor [minderjarige (voornaam)], maar er is nog geen hulpverlening ingezet om de situatie tussen de ouders beter te maken. De ouders hebben toegelicht dat het Sociaal Team net (weer) betrokken is. De rechtbank vindt het belangrijk dat het Sociaal Team dit keer ouderschapsbemiddeling in gaat zetten voor de ouders, zodat de ouders leren hoe zij zich op een andere manier tot elkaar kunnen verhouden, hoe zij beter en constructief met elkaar kunnen communiceren over zaken betreffende [minderjarige (voornaam)] en hoe zij ruzies kunnen voorkomen. Belangrijk is dat [minderjarige (voornaam)] ontlast wordt. De rechtbank vindt het namelijk zorgelijk dat de ouders gesprekken over de wens van [minderjarige (voornaam)] om minder vaak bij de vader te zijn hebben gevoerd in het bijzijn van [minderjarige (voornaam)] en dat [minderjarige (voornaam)] heeft meegekregen dat deze gesprekken niet goed verliepen. Daarnaast is de rechtbank het met de Raad eens dat de ouders psycho-educatie moeten krijgen om te leren hoe zij het beste met de scheiding om kunnen gaan richting [minderjarige (voornaam)] en ook hoe zij om kunnen gaan met de omstandigheid dat [minderjarige (voornaam)] zich tot twee verschillende werelden moet verhouden. Belangrijk is dat de ouders daar leren hoe zij [minderjarige (voornaam)] het gevoel kunnen geven dat zij vrij mag bewegen tussen de ouders en dat zij leren [minderjarige (voornaam)] emotionele toestemming te geven om het bij beide ouders fijn te hebben.
Het voorgaande betekent dat de rechter geen gebruik maakt van haar bevoegdheid om een ambtshalve beslissing te nemen ten aanzien van de zorgregeling. Een wijziging van de zorgregeling zorgt er naar het oordeel van de rechtbank namelijk niet voor dat [minderjarige (voornaam)] rust gaat ervaren. Dat gebeurt pas als de ouders met behulp van ouderschapsbemiddeling aan zichzelf gaan werken en gaan uitstralen dat [minderjarige (voornaam)] het fijn mag hebben bij beide ouders.
Tijdens de zitting heeft de rechter met de ouders afgesproken dat zij met het Sociaal Team zullen bespreken hoe zij het beste aan [minderjarige (voornaam)] kunnen vertellen dat de rechter de zorgregeling niet zal wijzigen omdat de ouders een traject ouderschapsbemiddeling gaan volgen om te leren om samen afspraken te maken over [minderjarige (voornaam)] en psycho-educatie gaan krijgen.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt hier de begrippen uit de wet.
4 De beslissing
De rechtbank:
neemt geen ambtshalve beslissing.
| Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. L.A. Banga, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. R. Jelicic, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 en op schrift gesteld op 16 juli 2026. |
| Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.