Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 7 juli 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:5161Zaaknummer C/16/612640 / FV RK 26-1462

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
10 augustus 2026
Zaaknummer
C/16/612640 / FV RK 26-1462
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM toegewezen, ondanks verweer vrijwilligheid, proportionaliteit en subsidiariteit. Er is sprake van potentieel levensgevaar als gevolg van de psychische stoornis. Een ZM wordt daarom al rechtvaardig gezien.

De rechtbank:

4.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. en 3.7. staan kunnen worden toegepast;

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. C.M.A.T. van der Geest, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 13 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/612640 / FV RK 26-1462

Datum uitspraak: 7 juli 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats],

hierna: betrokkene,

wonende in [woonplaats],

advocaat mr. T.S. Kessel.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 5 juni 2026 ontvangen.

1.2.

Voor betrokkene was op 24 juni 2026 een mondelinge behandeling op de rechtbank bepaald. Op verzoek van de advocaat van betrokkene heeft de rechtbank besloten de mondelinge behandeling te verplaatsen naar 25 juni 2026 en betrokkene thuis te bezoeken. De advocaat van betrokkene heeft vervolgens verzocht om aanhouding van de zaak. De rechtbank heeft, met inachtname van de verhinderdata van betrokkene, zijn familie en de advocaat een nieuwe zittingsdatum vastgesteld op 7 juli 2026. Het door de advocaat op 6 juli 2026 ingediende aanhoudingsverzoek is door de rechtbank afgewezen.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • [A.], casemanager;
  • [B.], verpleegkundige in opleiding tot specialist.

Verder waren de moeder, broer en schoonzus van betrokkene als toehoorders aanwezig bij de mondelinge behandeling.

2 Het verzoek

2.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.

3.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft schizofrenie en katatonie. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 22 mei 2026.

3.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige financiële schade;

- maatschappelijke teloorgang.

3.4.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

3.5.

De advocaat heeft afwijzing van het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging bepleit omdat de zorg op vrijwillige basis kan worden verleend. In de medische verklaring van de onafhankelijke psychiater staat echter beschreven dat betrokkene zelf geen afweging kan maken van zijn belangen en daarbij wilsonbekwaam wordt geacht ter zake. Verder blijkt uit de stukken dat betrokkene geen opname of behandeling middels medicatie wenst en dat een zorgmachtiging noodzakelijk is om adequate behandeling te waarborgen. Eerder is betrokkene acuut met medicatie gestaakt en er is geen overeenstemming tussen behandelaren en betrokkene en diens familie over de (hoeveelheid) medicatie. Door verschillen in behandelvisie is de behandeling in de afgelopen jaren vastgelopen. De casemanager heeft tijdens de mondelinge behandeling eveneens toegelicht dat de familie een andere perceptie heeft over hetgeen wat volgens de behandelaren als noodzakelijk wordt gezien. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis en dat verplichte zorg nodig is.

3.6.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van vocht en voeding;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

3.7.

Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie.

3.8.

De advocaat heeft subsidiair verzocht om de vormen van verplichte zorg ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ af te wijzen. Het is volgens de advocaat niet voorzienbaar dat deze vormen van verplichte zorg op korte termijn worden toegepast. Ter zitting is door de verpleegkundige uitgelegd dat er bij betrokkene sprake is van een dusdanig ernstig toestandsbeeld dat opname op een klinische afdeling noodzakelijk kan zijn om de psychose en katatonie adequaat te behandelen. In het verleden is dit ook aan de orde geweest. De rechtbank zal deze vormen van verplichte zorg dan ook toewijzen.

3.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

3.10.

Gezien de aard en de ernst van de stoornis en het ernstig nadeel, zoals blijkt uit de medische verklaring, staat de afgifte van een zorgmachtiging in verhouding tot het belang om dit nadeel te voorkomen en de situatie te beheersen. Er is immers sprake van schizofrenie en katatonie en potentieel levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. De vormen van de verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn derhalve evenredig.

3.11.

Uit de medische verklaring blijkt dat de behandeling in het kader van de zorgmachtiging maakt dat de katatone kenmerken bij betrokkene minder zijn. De vormen van verplicht zorg die de rechtbank toewijst zijn daarom naar verwachting effectief.

3.13.

Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. en 3.7. staan kunnen worden toegepast;

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. C.M.A.T. van der Geest, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 13 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.