Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5149Zaaknummer C/16/609553
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/16/609553
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Machtiging gesloten jeugdhulp. Nidos trekt aangehouden deel van het verzoek machtiging gesloten jeugdhulp in.
5 De beslissing
De kinderrechter:
stelt vast dat de procedure is geëindigd.
| Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.J. van der Weide, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026, in aanwezigheid van mr. E.A.G. Mosch als griffier. |
-
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/609553 / JE RK 26-494
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling NIDOS, gevestigd in Utrecht,
hierna te noemen de Nidos,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] (Syrië),
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen [minderjarige],
advocaat mr. J.P.W. Nijboer.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter heeft in deze procedure beschikking gewezen op 23 april 2026. Voor het procesverloop tot aan die datum verwijst de kinderrechter naar die beschikking.
2 De feiten
Bij beschikking van 10 oktober 2023 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van Nidos.
[minderjarige] verblijft op een gesloten groep van [woongroep] in [woonplaats].
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 april 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 30 juli 2026, met aanhouding van de overige drie maanden.
3 Het verzoek van Nidos
De kinderrechter zou nog een beslissing moeten nemen op het aangehouden deel van het verzoek van Nidos om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie tot 30 oktober 2026.
Nidos heeft in haar brief van 8 juli 2026 aangegeven dat zij het aangehouden deel van het verzoek intrekt.
4 De beoordeling
De kinderrechter hoeft geen beslissing meer te nemen op het aangehouden deel van het verzoek van Nidos om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie tot 30 oktober 2026, omdat Nidos dit verzoek heeft ingetrokken.
[minderjarige] verblijft sinds 22 oktober 2025 op een gesloten groep van [woongroep] in [woonplaats]. Daar wordt hij begeleid door een vast kernteam, waarbij gewerkt wordt aan het bieden van structuur, veiligheid en het opbouwen van een passend dagprogramma.
Ondanks de ingezette hulp is de situatie van [minderjarige] niet verbeterd. Volgens Nidos kan [minderjarige] niet functioneren binnen een reguliere groepssetting en er blijft sprake van wegloopgedrag, middelengebruik en incidenten met agressief gedrag richting medewerkers. Daarom heeft [woongroep] eind april 2026 aangegeven [minderjarige] niet langer te kunnen begeleiden vanwege de ervaren onveiligheid door medewerkers. [woongroep] heeft daarom aan Nidos verzocht om overplaatsing naar een andere instelling te realiseren. Schakenbosch in Leidschendam leek hiervoor een passende optie. Schakenbosch was bereid [minderjarige] gedurende drie maanden op te nemen voor een intensief traumabehandeltraject, waarna hij zou terugkeren naar [woongroep]. Hoewel [minderjarige] aanvankelijk positief stond tegenover deze tijdelijke overplaatsing, heeft hij uiteindelijk besloten hiervan af te zien. Hij gaf aan niet naar een andere stad te willen verhuizen en niet opnieuw nieuwe hulpverleners te willen leren kennen. Vervolgens heeft [woongroep] haar standpunt gewijzigd en geconcludeerd dat [minderjarige] voldoende was gestabiliseerd om binnen [woongroep] te blijven en daar traumabehandeling te volgen. In juni 2026 heeft een kennismakingsgesprek voor deze behandeling plaatsgevonden. Sindsdien hebben zich echter opnieuw zorgelijke incidenten voorgedaan. Zo is [minderjarige] weggelopen, heeft hij middelen gebruikt (XTC en hasj) en maakt Nidos zich zorgen over de wijze waarop [woongroep] uitvoering geeft aan de hulpverlening. Hierdoor verloopt de samenwerking tussen Nidos en [woongroep] al langere tijd moeizaam. Volgens Nidos heeft [woongroep] keuzes gemaakt waar zij zich niet in kan vinden en die negatieve gevolgen hebben gehad voor het hulpverleningstraject van [minderjarige].
Nidos is van mening dat de huidige gesloten plaatsing onvoldoende bijdraagt aan de ontwikkeling van [minderjarige]. Hoewel hij gebaat is bij traumabehandeling en intensieve begeleiding, is dit tot op heden onvoldoende van de grond gekomen. Daarbij is het van belang dat [minderjarige] voldoende gemotiveerd is om deze behandeling aan te gaan. Nidos is van oordeel dat [woongroep] onvoldoende kan bieden wat [minderjarige] nodig heeft. Een overplaatsing naar een andere gesloten instelling acht Nidos ook niet wenselijk, omdat dit opnieuw zorgt voor een ingrijpende verandering van omgeving, hulpverleners en behandelrelaties voor [minderjarige]. Gezien het beperkte effect van de gesloten plaatsing verwacht Nidos niet dat een overplaatsing nu zou leiden tot een duurzame verbetering van de situatie. Daarom heeft Nidos het aangehouden deel van het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp ingetrokken, omdat zij van mening is dat voortzetting van de gesloten plaatsing niet langer in het belang van [minderjarige] is.
Zorgen van de kinderrechter
Nu Nidos het aangehouden deel van het verzoek heeft ingetrokken, verloopt de machtiging tot gesloten jeugdhulp op 30 juli 2026 en hoeft de kinderrechter hierover geen inhoudelijke beslissing meer te nemen. De kinderrechter wil echter toch nog het volgende op merken. De kinderrechter maakt zich grote zorgen over hoe het met [minderjarige] verder zal gaan wanneer hij [woongroep] moet verlaten. [minderjarige] verblijft als alleenstaande minderjarige vreemdeling zonder verblijfsstatus in Nederland. Hij heeft ingrijpende en traumatische gebeurtenissen meegemaakt en is kwetsbaar. Hij heeft traumabehandeling en intensieve begeleiding nodig. De kinderrechter vindt het niet verantwoord om de handen nu van [minderjarige] af te trekken. Wanneer [minderjarige] immers terug naar een COA-opvanglocatie zal moeten, vreest de kinderrechter dat hij van de radar zal verdwijnen. Gezien zijn kwetsbaarheid en trauma’s lijkt dit een heel onwenselijk scenario. De kinderrechter hoopt en verwacht daarom van Nidos dat zij zich vóór het aflopen van de machtiging gesloten jeugdhulp op 30 juli 2026 inspant om een passende vervolgplek voor [minderjarige] te realiseren.
5 De beslissing
De kinderrechter:
stelt vast dat de procedure is geëindigd.
| Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.J. van der Weide, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026, in aanwezigheid van mr. E.A.G. Mosch als griffier. |
-
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.